Gutenberg · eo1.org

← catalogue

Vijf weken in een luchtballon

by Jules Verne · Dutch · Gutenberg #19086 · 515,979 chars · public domain (US)

The Project Gutenberg eBook of Vijf weken in een luchtballon
    
This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States,
you will have to check the laws of the country where you are located
before using this eBook.

Title: Vijf weken in een luchtballon

Author: Jules Verne


        
Release date: August 20, 2006 [eBook #19086]

Language: Dutch

Other information and formats: www.gutenberg.org/ebooks/19086

Credits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
        Proofreading Team at http://www.pgdp.net/


*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK VIJF WEKEN IN EEN LUCHTBALLON ***




Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
Proofreading Team at http://www.pgdp.net/








						 WONDERREIZEN.


						  JULES VERNE.



						   VIJF WEKEN
					  IN EEN LUCHTBALLON.

						ONTDEKKINGSREIS
				 IN DE BINNENLANDEN VAN AFRIKA.





				 ROTTERDAM:--JACs. G. ROBBERS.






			  Gedrukt bij G. J. THIEME, te Arnhem.






I.

	Einde van eene zeer toegejuichte redevoering.--Voorstelling
	van doctor Ferguson.--"Excelsior"--Persoonsbeschrijving van
	den doctor.--Een overtuigd fatalist.--Maaltijden in den _Club
	der Reizigers_.--Tallooze toosten.


Den 14den Januarij 1862 was er een groote samenloop van toehoorders bij
de zitting van het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap te Londen,
Waterloo Place, 3. De president, sir Francis Maris, deed aan zijne
geëerde medeleden eene belangrijke mededeeling in eene redevoering,
die dikwijls door toejuichingen werd afgebroken.

Dit zeldzame stuk van welsprekendheid eindigde met eenige overdrevene
spreekwijzen, waaruit de vaderlandsliefde ten volle bleek.

"Engeland is altijd het voornaamste volk geweest door
de onverschrokkenheid zijner reizigers in aardrijkskundige
ontdekkingen. (_talrijke toejuichingen_.) Doctor Samuel Ferguson, een
zijner roemrijkste inwoners, zal zijn oorsprong geene schande aandoen
(_van alle kanten_: Neen! neen!) Deze poging zal, als zij gelukt
(_zij zal gelukken!_) al wat men tot hiertoe van de aardrijkskunde
van Afrika weet met elkander verbinden (_algemeene goedkeuring._) en,
als zij mislukt (_nooit! nooit!_), zal zij ten minste van een der
stoutmoedigste plannen van het menschelijk genie getuigen! (_hevig
stampen met de voeten._)"

"Hoezee! hoezee!" riep de vergadering, door deze treffende woorden
opgewekt.

"Hoezee voor den onverschrokken Ferguson!" riep een der uitbundigste
toehoorders.

Kreten van verrukking weergalmden. De naam van Ferguson kwam op ieders
lippen, en wij hebben reden om te gelooven, dat hij er veel bij won
dat hij door Engelschen werd vermeld.

Daar toch waren talrijke, vergrijsde, vermoeide en onverschrokken
reizigers, die de geheele wereld hadden doorkruist! Allen waren
ontsnapt aan schipbreuken, branden of de tomahawks der Indianen, de
knodsen der wilden, de strafpaal en de magen van Australiërs, maar
niets kon het kloppen van hun hart bedwingen gedurende de redevoering
van sir Francis Maris, en naar menschen geheugen was dit de schoonste
uitslag eener aanspraak in het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap
van Londen.

Maar in Engeland bepaalt zich de geestdrift niet alleen tot
woorden. Er werd terstond gestemd over eene tegemoetkoming voor den
doctor Ferguson, welke 2500 pond sterling beliep. De belangrijkheid
der som was geëvenredigd aan de belangrijkheid der onderneming.

Een der leden van het gezelschap verzocht den president het woord,
ten einde te vragen of doctor Ferguson niet officieel voorgesteld
zou worden.

"De doctor stelt zich ter beschikking der vergadering," antwoordde
sir Francis Maris.

"Laat hem binnenkomen," riep men, "laat hem binnenkomen! Het is goed
een zoo buitengewoon stoutmoedig man te zien!"

"Misschien heeft dit ongeloofelijke voorstel geen ander doel gehad
dan om ons te misleiden," zeide een oude kommodore.

"En als doctor Ferguson niet bestond!" riep eene andere stem.

"Dan zou men hem moeten vinden," antwoordde schertsend een lid van
dit deftige genootschap.

"Laat doctor Ferguson binnenkomen," zeide sir Francis Maris.

De doctor trad binnen te midden van donderende toejuichingen, niet
in het minste ontroerd.

Het was een man van ongeveer veertig jaar en van gewone
lichaamsgestalte; zijn bloedrijk gestel verraadde zich door eene
hoogroode kleur; hij had regelmatige trekken, met een neus in de
gedaante der voorsteven van een schip, gewoonlijk de neus der menschen,
die tot ontdekkingen voorbeschikt zijn, genoemd; zijne zachte meer
verstandige dan stoutmoedige oogen zetten eene groote bekoorlijkheid
bij aan zijne gelaatstrekken; zijne armen waren lang en zijne voeten
zette hij neder met al de deftigheid van een grooten looper.

Die kalme deftigheid vertoonde zich in den geheelen persoon des
doctors, en niemand kwam het in de gedachte eenig vermoeden te
koesteren, dat hij het werktuig van de onschuldigste misleiding
kon zijn.

Ook hielden de toejuichingen slechts op, op het oogenblik dat doctor
Ferguson door een zacht gebaar stilte verzocht; hij ging naar den
armstoel, die voor zijne voorstelling was gereed gemaakt; vervolgens
rechtop staande hief hij den rechter wijsvinger omhoog, opende den
mond en sprak dit enkele woord: "Excelsior!" [1].

Neen, nooit had een voorstel van lord Palmerston om gelden te vragen
voor het bezetten der rotsen van Engeland een zoo goeden uitslag
gehad. De redevoering van sir Francis Maris was ver overtroffen. De
doctor toonde zich te gelijk verheven, groot en edel.

De oude kommodore, volkomen met dien zonderlingen man verzoend,
verzocht de "volledige" opneming van de redevoering Ferguson in "de
Bulletins van het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap van Londen."

Wie was dan toch die doctor, en aan welke onderneming ging hij
zich wijden?

De vader van den jongen Ferguson, een dapper kapitein ter zee, had
zijn zoon, van diens prille jeugd af, deel doen nemen aan de gevaren
en avonturen van zijn beroep. Dit waardige kind, dat nooit de vrees
schijnt gekend te hebben, toonde reeds vroegtijdig een levendigen
geest, een begrip van onderzoek en eene merkwaardige geneigdheid tot de
wetenschappen; daarenboven legde hij eene groote behendigheid aan den
dag om zich uit de verlegenheid te helpen; hij was met niets verlegen,
zelfs niet met het gebruik zijner eerste vork, waarin de kinderen in
het algemeen zoo zelden slagen.

Weldra ontvlamde zijne verbeeldingskracht bij het lezen der stoute
ondernemingen en der onderzoekingen ter zee; hij volgde oplettend
de ontdekkingen in het eerste gedeelte der negentiende eeuw, hij
droomde van den roem van Mungo Park, Bruce, Gaillié, Levaillant en
zelfs, geloof ik, van dien van Selkirk, den Robinson Crusoe, die
hem niet geringer scheen. Hoeveel uren bracht hij met hem door op
zijn eiland Juan Fernadez! Hij keurde dikwijls de denkbeelden van
den verlaten matroos goed, somtijds beredeneerde hij zijne plannen
en ontwerpen; hij zou anders misschien later op zijn minst genomen
even goed hebben gehandeld! Maar zeker is het, dat hij nooit dat
gelukkige eiland zou ontvlucht zijn, waar hij gelukkig was als een
koning zonder onderdanen...., neen, zelfs niet al had hij eerste lord
der admiraliteit kunnen worden.

Ik laat u te denken hoe deze aanleg zich gedurende zijne avontuurlijke
jeugd ontwikkelde, geslingerd als hij was naar alle hoeken der
wereld. Zijn vader, als een kundig man, versterkte dit levendig
verstand door ernstige studiën in natuurkunde en werktuigkunde,
vereenigd met een weinig plantenkunde, geneeskunde en sterrenkunde.

Bij den dood van den waardigen kapitein, had Samuel Ferguson,
twee-en-twintig jaren oud, reeds eene reis rondom de wereld gedaan;
hij nam dienst in het korps bengaalsche ingenieurs en onderscheidde
zich bij verschillende gelegenheden; maar het soldatenleven beviel
hem niet; daar hij er niet om gaf om te bevelen, wilde hij ook niet
gaarne gehoorzamen. Hij diende zijn ontslag in, en nu eens jagende,
dan eens planten zoekende, ging hij naar het noorden van het Indische
schiereiland, en doorreisde dit van Calcutta tot Surate.

Van Surate zien wij hem naar Australië gaan en in 1845 deelnemen aan de
onderneming van kapitein Sturt, belast met het verkennen der Kaspische
zee, die men onderstelt te bestaan in het midden van Nieuw-Holland.

Samuel Ferguson kwam omstreeks 1850 in Engeland terug, en meer dan
ooit bevangen met de zucht naar ontdekkingen, vergezelde hij tot in
1853 kapitein Mac Clure op den tocht naar Amerika van de Behringstraat
tot aan Kaap Farewell.

In spijt der vermoeienissen van allerlei aard en onder alle
luchtstreken, genoot Ferguson eene bloeiende gezondheid, hij leefde
op zijn gemak te midden der grootste ontberingen; hij was het beeld
van een volmaakten reiziger, wiens maag zich naar willekeur inkrimpt
of uitzet, wiens beenen langer of korter worden, naar gelang van de
rustplaats waarop hij ligt, die op elk uur van den nacht inslaapt en
op elk uur van den nacht ontwaakt.

Niets is sedert minder verbazend dan onzen onvermoeiden reiziger terug
te vinden op zijn tocht door het westen van Thibet, in gezelschap
der broeders Schlagintweit, van 1855 tot 1857, waarvan merkwaardige
opmerkingen over volkenkunde het gevolg waren.

Gedurende die verschillende reizen was Samuel Ferguson de werkzaamste
en belangrijkste correspondent van den "Daily Telegraph," het dagblad
van een penny, waarvan dagelijks 140,000 exemplaren worden gedrukt,
die nauwelijks voldoende zijn voor vele millioenen lezers. Men kende
hem wel, dien doctor, hoewel hij geen lid was van eenige geleerde
instelling, noch van de Koninklijk Aardrijkskundige genootschappen van
Londen, Parijs, Berlijn, Weenen of St. Petersburg, noch van de club
der Reizigers, noch zelfs van het Koninklijk Polytechnisch Instituut,
waar zijn vriend, de geleerde Kokburn, eene eervolle plaats bekleedde.

Deze geleerde stelde hem eens voor het volgende vraagstuk op te
lossen: Gegeven zijnde het aantal mijlen door den doctor doorloopen,
hoe veel weg heeft zijn hoofd meer afgelegd dan zijne voeten, door
het verschil der stralen? Of: gegeven het aantal mijlen door de voeten
en het hoofd van den doctor doorloopen, zijne lengte tot op eene lijn
nauwkeurig te berekenen?

Maar Ferguson hield zich altijd verwijderd van de geleerde
genootschappen, daar hij geen vriend was van praten; hij vond dat
de tijd veel beter besteed wordt met zoeken en ontdekken dan met
redeneeren.

De doctor ontving de toejuichingen van de toehoorders met kalmte;
hij was daarboven verheven, daar hij geen hoogmoed en nog minder
ijdelheid bezat; hij vond het voorstel, dat hij aan den president
Sir Francis Maris had gedaan, zeer natuurlijk en bemerkte zelfs niet,
welk een indruk het maakte.

Na de zitting werd de doctor naar de _Club der Reizigers_ in Pall Mall
gebracht, waar te zijner eer een prachtig gastmaal was aangericht. De
grootte der gerechten was geëvenredigd aan de belangrijkheid van den
persoon, en de steur, die daar prijkte, was geen drie duim korter
dan Samuel Ferguson zelf.

Vele toosten werden uitgebracht op de reizigers, die zich hadden
beroemd gemaakt door tochten in Afrika, gelijk ook op Samuel Ferguson,
die door zijne ongeloofelijke poging de onderzoekingen der reizigers
met elkander in verband moest brengen en de reeks van ontdekkingen
in Afrika voltooien.




II.

	Een artikel van den "Daily Telegraph."--Oorlog der geleerde
	dagbladen.--De heer Petermann ondersteunt zijn vriend
	Dr. Ferguson.--Antwoord van den geleerden Koner.--Aangegane
	weddenschappen.--Verschillende voorstellen aan Ferguson gedaan.


Des anderen daags, 15 Januari, las men in den Daily Telegraph het
volgende artikel:

"Afrika zal eindelijk het geheim harer uitgestrekte vlakten openbaren;
een hedendaagsche Oedipus zal ons het raadsel oplossen, dat de
geleerden van zestig eeuwen niet hebben kunnen verklaren. Eertijds werd
het zoeken van de bronnen van den Nijl beschouwd als eene onzinnige
poging, eene hersenschim, die nooit zou verwezenlijkt worden.

"Doctor Barth, die tot aan Soedan den weg van Denham en Clapperton
heeft gevolgd, doctor Livingstone, zijne onverschrokken onderzoekingen
uitstrekkende van de Kaap de Goede Hoop tot aan de vallei van den
Zambezi, de kapiteins Burton en Speke hebben door de ontdekking der
binnenmeeren drie wegen geopend voor de tegenwoordige beschaving;
het punt, waar hunne wegen elkander kruisten, waar geen reiziger nog
heeft kunnen komen, is het hart zelf van Afrika. Daar moeten alle
pogingen tot ontdekking worden aangewend.

"Maar de arbeid van deze moedige steunpilaren der wetenschap zal
weder opgevat worden door de stoutmoedige poging van Dr. Ferguson,
wiens schoone onderzoekingen onze lezers zeker gelegenheid hebben
gehad naar waarde te schatten.

"Deze onverschrokken ontdekker stelt zich voor Afrika van het oosten
naar het westen in een luchtballon door te trekken. Als wij goed
onderricht zijn, zal het eiland Zanzibar op de westkust de plaats
van het vertrek zijn. Wat het punt van aankomst betreft, alleen de
Voorzienigheid kent dit.

"Het voorstel van dezen wetenschappelijken tocht is gisteren
officieel aan het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap gedaan;
eene som van 2500 Pond is toegestaan ter tegemoetkoming in de kosten
der onderneming.

"Wij zullen onze lezers op de hoogte houden van deze poging, die
zonder wederga is in de jaarboeken der aardrijkskunde."

Zoo als men denken kan, maakte dit artikel veel gerucht; het verdreef
eerst de stormen van het ongeloof; Dr. Ferguson werd gehouden voor
een zuiver hersenschimmig persoon, van de uitvinding van Mr. Barnum,
die, na in de Vereenigde Staten te hebben gearbeid, zich gereed maakte
ook in Engeland zaken te doen.

Een aardig antwoord verscheen te Geneve in het Februari-nummer
van het "Bulletin van het Aardrijkskundig genootschap," het maakte
het Koninklijk genootschap te Londen, de Club der Reizigers en den
buitengewoon grooten steur op eene geestige wijze belachelijk.

Maar de Heer Petermann bracht in zijne "Mededeelingen," die te
Gotha verschenen, het dagblad van Geneve geheel tot zwijgen. De Heer
Petermann kende Dr. Ferguson persoonlijk, en stelde zich borg voor
de onverschrokkenheid van zijn vriend.

Voor het overige was de twijfel niet langer mogelijk; de toebereidselen
voor de reis werden te Londen gemaakt, de fabrieken van Lyon hadden
eene belangrijke bestelling van taf ontvangen voor de samenstelling
van den luchtballon, eindelijk stelde het Britsche gouvernement het
transportschip de Resolute, kapitein Pennet, ter beschikking van
den doctor.

Terstond werden er duizenden aanmoedigingen gegeven, duizend
gelukwenschen gedaan. De bijzonderheden der onderneming verschenen
geheel in de Bulletins van het "Aardrijkskundig genootschap"
van Parijs, een merkwaardig artikel werd gedrukt in de "Nieuwe
Jaarboeken van Reizen, Aardrijkskundige Geschiedenis en Oudheidkunde
van V.A. Malte-Brun;" een opstel in het "Tijdschrift voor algemeene
Aardkennis" door Dr. W. Koner, bewees zegevierend de mogelijkheid
dezer reis, de kansen van goeden uitslag, de natuur der hinderpalen,
de groote voordeelen eener luchtreis; hij keurde alleen het punt van
vertrek af, waartoe hij liever Masuah, eene kleine haven van Abyssinië,
wilde gekozen hebben, vanwaar James Bruce in 1768 vertrokken was,
om de bronnen van den Nijl op te sporen. Overigens bewonderde hij
onvoorwaardelijk den krachtigen geest van Dr. Ferguson.

De "North American Review", zag met eenig ongenoegen een zoodanigen
roem voor Engeland bewaard, hij maakte van het voorstel van den doctor
eene scherts en noodigde hem uit naar Amerika te komen, terwijl hij
op zoo'n goeden weg was.

Kortom, zonder de dagbladen der geheele wereld mede te rekenen, was
er geen wetenschappelijk tijdschrift, dat het feit niet in al zijne
vormen vermeldde.

Aanzienlijke weddenschappen werden in Londen en geheel Engeland
aangegaan, 1°. over het wezenlijke of vermeende bestaan van
Dr. Ferguson; 2°. over de reis, die volgens eenigen niet, volgens
anderen wel zou ondernomen worden; 3°. over het al of niet welslagen;
4°. over de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van de
terugkomst van Dr. Ferguson. Men schreef ontzettende sommen in het boek
der weddenschappen in, alsof er sprake was van de wedrennen van Epsom.

Aldus hielden geloovigen en ongeloovigen, onwetenden en geleerden de
oogen op den doctor gevestigd. Hij gaf gaarne nauwkeurige inlichtingen
omtrent zijne reis. Hij was gemakkelijk te spreken en de natuurlijkste
mensch ter wereld. Meer dan een moedig avonturier meldde zich bij hem
aan om in den roem en de gevaren der onderneming te deelen, maar hij
weigerde, zonder reden te geven van zijne weigering.

Talrijke uitvinders van werktuigen, toepasselijk op de richting van
den luchtballon, kwamen ieder hun stelsel bloot leggen. Hij wilde er
geen aannemen. Aan ieder, die hem vroeg, of hij in dit opzicht iets
had ontdekt, weigerde hij volstrekt zich te verklaren en hij hield
zich meer dan ooit met de toebereidselen voor zijne reis bezig.




III.

	De vriend van den doctor--Van welken tijd hunne vriendschap
	dagteekende--Dick Kennedy te Londen--Onverwacht, maar niet
	geruststellend voorstel--Weinig troostend spreekwoord--Eenige
	namen uit het martelaarsboek van Afrika--Voordeelen van een
	luchtballon.--Het geheim van doctor Ferguson.


Doctor Ferguson had een vriend. Geen tweede ik; zulk eene vriendschap
kon niet bestaan tusschen twee geheel verschillende wezens. Deze
vriend, Dick Kennedy geheeten, was een Schot in de volste beteekenis
des woords, openhartig, resoluut, koppig. Hij bewoonde de kleine stad
Leith bij Edinburg. Hij was soms visscher, maar overal en altijd een
hartstochtelijk jager, wat niemand verwondert van een Schot, die gewoon
is de bergen der Hooglanden te doorkruisen. Men noemde hem als iemand,
die goed met de karabijn kon schieten; niet alleen deed hij de kogels
door een mes in tweeën splijten, maar zelfs in zoo gelijke stukken dat,
als men die woog, men geen beduidend verschil tusschen hen kon merken.

De gelaatstrekken van Kennedy deden denken aan die van Halbert
Glendinning, zooals Walter Scott die beschreven heeft in "het
Klooster;" zijn gestalte was hooger dan zes Engelsche voeten; vol
bevalligheid scheen hij met een herculische kracht begaafd, zijn
aangezicht sterk gebruind door de zon, levendige zwarte oogen, eene
natuurlijke stoutmoedigheid en eindelijk iets goeds en stevigs in
zijn geheelen persoon, maakte iedereen met den Schot ingenomen. De
beide vrienden hadden kennis gemaakt in Indië, toen beiden bij
hetzelfde regiment dienden; terwijl Dick op tijgers en olifanten
jacht maakte, zocht Samuel planten en insecten; ieder kon zich in
zijn vak bekwaam noemen en meer dan eene zeldzame plant kwam in het
bezit van den doctor, die evenveel waarde voor hem had als een paar
ivoren slagtanden.

Deze twee jongelieden hadden nooit gelegenheid elkander het leven
te redden, noch een of anderen dienst te bewijzen. Vandaar hunne
onveranderlijke vriendschap. Het noodlot verwijderde hen soms, maar
de sympathie hereenigde hen altoos.

Sedert hunne terugkomst in Engeland werden zij dikwijls gescheiden
door de verre tochten van Ferguson, maar als deze terug was ging hij
altijd eenige weken bij zijn vriend den Schot doorbrengen.

Dick sprak van het verledene, Samuel bereidde de toekomst, de een zag
voor, de ander achter zich. Vandaar was de geest van Ferguson onrustig,
die van Kennedy altijd kalm.

Na zijne reis door Thibet sprak de doctor bijna twee jaar lang niet
van eenige nieuwe onderzoekingen; Dick geloofde dat zijne zucht naar
reizen en avonturen verdwenen was en was daarover verrukt. Het moest,
zeide hij, den een of anderen dag een slecht einde nemen; hoe men ook
aan allerlei soort menschen gewoon zij, men reist niet straffeloos
te midden der menscheneters en wilde dieren. Kennedy trachtte dus
Samuel over te halen zijne rust te nemen, daar hij genoeg voor de
wetenschap en te veel voor de menschelijke dankbaarheid had gedaan.

Hierop vergenoegde zich de doctor met niets te antwoorden; hij bleef
peinzend en gaf zich toen aan geheime berekeningen over, zijne nachten
met cijferen doorbrengende, terwijl hij zelfs bijzondere werktuigen
beproefde, waarvan niemand zich rekenschap kon geven. Men gevoelde
dat hij iets grootsch in het hoofd had.

"Waarover kan hij zoo denken?" vroeg Kennedy zich af, toen zijn vriend
hem in Januari verlaten had om naar Londen terug te keeren. Hij vernam
dit op een morgen door het artikel in den "Daily Telegraph."

"Genadige Hemel!" riep hij uit, "die dwaas, die onzinnige! Afrika in
een luchtballon te doorkruisen! Dat ontbrak er nog aan! Ziedaar dan
waarover hij sedert twee jaren dacht."

Toen zijne vertrouwde huishoudster, de oude Elspeth, hem trachtte te
overtuigen dat het wel eene misleiding kon zijn, antwoordde hij: "Kom,
ik zou mijn man niet kennen? Is het niet juist iets voor hem? Door
de lucht te reizen! Nu is hij jaloersch op de arenden! Neen, dit zal
niet gebeuren, ik zal het wel weten te verhinderen! Als men hem liet
begaan, zou hij, op een mooien dag weer, naar de Maan vertrekken."

Denzelfden avond nam Kennedy, half ongerust, half verbitterd plaats
op den spoortrein en kwam den volgenden morgen te Londen aan.

Drie kwartier daarna zette hem een cab aan het kleine huis des doctors,
Soho Square, Greek Street, af; hij trad den drempel over en kondigde
zich aan door vijf harde slagen op de deur.

Ferguson zelf opende hem.--"Dick?" zeide hij zonder eenige
verwondering.--"Dick zelf," antwoordde Kennedy.--"Hoe, mijn
waarde Dick, gij te Londen, gedurende de winterjacht?"--"Ja,
ja."--"En wat komt gij er doen?"--"Eene dwaasheid zonder naam
verhinderen."--"Eene dwaasheid?" zeide de doctor.--"Is het waar, wat
dit dagblad verhaalt," antwoordde Kennedy, hem het nummer van den
Daily Telegraph toonende.--"O! spreekt gij daarvan! Die dagbladen
zijn zeer onbescheiden! Maar ga zitten, mijn waarde Dick."--"Ik
ga niet zitten."--"Hebt gij degelijk het voornemen deze reis te
ondernemen?"--"Vast; mijne toebereidselen gaan goed voort, en
ik...."--"Waar zijn zij, dat ik ze in stukken kan breken?"

De waardige Schot werd ernstig boos.

"Bedaard, mijn, waarde Dick," hernam de doctor. "Ik begrijp uwe
verbittering. Gij zijt boos op mij, dat ik u mijne nieuwe ontwerpen
niet heb medegedeeld."--"Noemt gij dat nieuwe ontwerpen?"--"Ik heb
veel te doen gehad," antwoordde Samuel, zonder op deze woorden acht
te slaan. "Maar wees bedaard, ik zou niet vertrokken zijn, zonder u
te schrijven."--"Daarom geef ik niet."--"Omdat ik voornemens ben u
mede te nemen."

De Schot deed een sprong, waarover een gems zich niet zou geschaamd
hebben.

"Ah, ha!" zeide hij, "gij wilt dus dat men ons beiden in het gesticht
Bethlehem [2] opsluite!"--"Ik heb bepaald op U gerekend, mijn waarde
Dick en ik heb u gekozen, met uitsluiting van vele anderen."

Kennedy bleef verstomd staan.

"Als gij mij tien minuten lang zult hebben aangehoord," antwoordde
de doctor bedaard, "zult gij mij bedanken."--"Spreekt gij in
ernst?"--"Zeker."--"En als ik weiger u te vergezellen?"--"Gij zult
niet weigeren."--"Maar als ik weiger?"--"Dan zal ik alleen vertrekken."

"Laat ons gaan zitten," zeide de jager, "en zonder drift spreken. Als
gij niet gekscheert is het wel de moeite waard dat men redeneert."

"Laat ons redeneeren terwijl wij ontbijten, mijn waarde Dick."

De beide vrienden gingen over elkander zitten voor eene kleine tafel,
tusschen een hoop geroosterde broodjes en een grooten trekpot.

"Mijn waarde Samuel," zeide de jager, "uw ontwerp is onzinnig! het
is onmogelijk! het gelijkt op niets ernstigs en uitvoerbaars!"--"Dat
zullen wij zien, na het beproefd te hebben."--"Maar juist dat moet gij
niet doen."--"Waarom niet, als het u belieft?"--"En dan de gevaren en
hinderpalen van allerlei aard!"--"De hinderpalen," antwoordde Ferguson
ernstig, "zijn uitgevonden om overwonnen te worden en wat de gevaren
betreft, wie kan zich vleien, ze te ontvluchten? Alles is gevaar in
het leven; het kan zeer gevaarlijk zijn voor zijne tafel te zitten of
zijn hoed op het hoofd te zetten; overigens moet men hetgeen gebeuren
zal, beschouwen als reeds gebeurd en slechts het tegenwoordige in de
toekomst zien, want de toekomst is slechts een weinig meer verwijderd
tegenwoordig."--"Wat!" zeide Kennedy, de schouders ophalende, "gij
zijt altijd fatalist."--"Altijd, maar in de goede opvatting van het
woord. Laten wij ons dus niet bekommeren over hetgeen het lot over ons
beschikt en nooit ons goed Engelsch spreekwoord vergeten: 'de mensch,
die geboren is om opgehangen te worden, zal nimmer verdrinken.'"

Daarop viel niets te antwoorden, hetgeen echter Kennedy niet
verhinderde eene menigte bewijsgronden bij te brengen, welke hier
op te noemen te lang zou duren. Maar eindelijk zeide hij na een
uur redeneeren: "als gij volstrekt Afrika wilt doortrekken, als
dit noodzakelijk is voor uw geluk, waarom slaat gij den gewonen weg
niet in?"

"Waarom?" antwoordde de doctor, "omdat tot hiertoe alle pogingen
mislukt zijn! Omdat van Mungo Park af, die op den Niger werd vermoord,
tot aan Vogel die in Wadaï verdwenen is, sedert Oudney, die te Murmur,
Clapperton, die te Sackatou gestorven is, tot op den Franschman
Maizan, die in stukken is gehouwen, van den majoor Laing af, die
door de Touaregs gedood werd, tot op Roscher van Hamburg, die in het
begin van 1860 werd vermoord, talrijke slachtoffers in Afrika gevallen
zijn. Omdat het worstelen tegen de elementen, den honger, den dorst,
de koorts, de wilde dieren en nog wilder volksstammen onmogelijk
is! Omdat dat, wat op de eene wijze niet kan worden uitgevoerd,
op eene andere manier beproefd moet worden! Eindelijk omdat daar,
waar men niet middendoor kan, men er langs of over moet!"

"Als het slechts de zaak was om er voorbij te gaan, maar er overheen,
dat is iets anders," hernam Kennedy.

"Welnu," zeide de doctor met de grootste koelbloedigheid, "wat heb ik
te vreezen? Gij zult wel begrijpen, dat ik mijne voorzorgen genomen heb
om geen val van mijn ballon te duchten te hebben, als hij mij dus in
den steek laat, zal ik mij op de gewone wijze der onderzoekers op de
aarde terug bevinden; maar mijn ballon zal zulke kuren niet krijgen,
wees daarvan verzekerd."

"Gij moet er integendeel op rekenen."--"Neen, mijn waarde Dick. Ik
zal er mij niet van scheiden vóór mijne aankomst aan de westkust van
Afrika. Met dezen ballon is alles mogelijk, zonder hem verval ik weder
in de gevaren en natuurlijke hinderpalen van een dergelijken tocht;
met hem heeft men noch hitte, noch stortvloeden, noch onweders,
noch den samoem, noch de ongezonde klimaten, noch de wilde dieren,
noch de menschen te vreezen! Als ik te warm ben, klim ik; ben ik te
koud, ik daal; bergen, afgronden, stroomen kan ik overtrekken, een
onweder beheersch ik, een bergstroom ga ik strijkelings voorbij! Ik
ga zonder mij te vermoeien, ik houd stil zonder rust te behoeven! Ik
zweef boven nieuwe steden! Ik vlieg met de snelheid des orkaans, nu
eens in de hoogste luchtstreken, dan eens op de honderd voet afstands
van den grond, en de kaart van Afrika ontrolt zich voor mij in den
grooten atlas der wereld."

De brave Kennedy begon zich ontroerd te gevoelen en echter duizelde
hij van het schouwspel, dat hij zich voor oogen stelde. Hij beschouwde
Samuel met bewondering, maar ook met vrees; hij voelde zich reeds in
de ruimte slingeren.

"Laat zien," zeide hij, "mijn waarde Samuel, gij hebt dus het
middel gevonden, om de ballons te sturen?"--"Geenszins, dit
is een hersenschim."--"Maar dan zult gij gaan...."--"Waarheen
de Voorzienigheid het wil, maar toch van het Oosten naar het
Westen."--"Waarom?"--"Omdat ik mij van de passaatwinden denk
te bedienen, wier richting standvastig is."--"O! waarlijk!" zeide
Kennedy nadenkend: "de passaatwinden.... zeker.... men kan.... er is
werkelijk iets...."

"Mijn beste vriend, er is alles. Het engelsche gouvernement heeft
een transportschip te mijner beschikking gesteld, men is eveneens
overeengekomen, dat drie of vier schepen op de westkust zouden kruisen
ten tijde van mijne vermoedelijke aankomst. Binnen hoogstens drie
maanden zal ik te Zanzibar zijn, waar ik mijn ballon vullen zal,
en vandaar zullen wij opstijgen...."

"Wij!" zeide Dick.--"Zoudt gij nog eenige tegenwerping te maken
hebben? Spreek, vriend Kennedy."--"Eene tegenwerping? ik heb er
duizend; maar zeg mij, onder anderen eens; als gij het land wilt
zien, als gij naar willekeur wilt rijzen of dalen, kunt gij dit niet
doen zonder uw gas te verliezen: tot heden zijn daaromtrent geene
andere handelwijzen bekend, en dit heeft altijd de lange luchtreizen
verhinderd."

"Mijn waarde Dick, ik zal u slechts één ding zeggen, ik zal geen
deeltje gas, hoe klein ook, verliezen"--"En gij zult naar willekeur
neerdalen?"--"Ja."--"En hoe zult gij dat aanleggen?"--"Dat is mijn
geheim, vriend Dick. Vertrouw, en uwe spreuk zij, even als de mijne:
'Excelsior.'"--"Het zij zoo," antwoordde de jager, die geen woord
Latijn verstond.

Maar hij was vast besloten om zich door alle mogelijke middelen tegen
het vertrek van zijn vriend te verzetten. Hij hield zich dus of hij
het met hem eens was en vergenoegde zich met waarnemen. Samuel ging
het oog houden op zijne toebereidselen.





IV.

	Afrikaansche onderzoekingen.--Barth, Richardson, Overweg,
	Werne, Brun-Rollet, Peney, Andrea Debono, Miani, Guillaume
	Lejean, Bruce, Krapf en Rebmann. Maizan, Roscher, Burton
	en Speke.


De richting, die doctor Ferguson zich had voorgesteld te volgen,
was niet bij toeval gekozen, zijn punt van vertrek was ernstig
overwogen, en niet zonder reden besloot hij van het eiland Zanzibar
op te stijgen. Dit eiland, dicht bij de Oostkust van Afrika gelegen,
ligt op 6° zuiderbreedte, dat is 430 geographische mijlen bezuiden
den evenaar.

Van dit eiland was de laatste expeditie vertrokken om de bronnen van
den Nijl op te sporen.

Maar het zal goed zijn aan te wijzen, welke onderzoekingen Ferguson
hoopte te verbinden. Er zijn twee hoofdzakelijke: die van doctor
Barth in 1849, en die van de luitenants Burton en Speke in 1858.

Doctor Barth is een Hamburger, die voor zijn landgenoot Overweg en
voor zich het verlof vroeg om zich bij den tocht van den Engelschman
Richardson te voegen; deze was belast met eene zending naar Soudan.

Dit uitgestrekte land is gelegen tusschen 15° en 10° noorderbreedte,
dat is te zeggen, om er te komen, moet men meer dan 500 mijlen in
het binnenste van Afrika dringen.

Tot op dien tijd was die landstreek slechts bekend door de reis van
Denham, Clapperton en Oudney van 1822 tot 1824. Richardson, Barth en
Overweg, begeerig hunne onderzoekingen verder voort te zetten, kwamen
te Tunis en Tripoli aan, even als hunne voorgangers, en vervolgens
te Murzuk, hoofdstad van Fezzan.

Zij verlieten toen de loodrechte richting en maakten een omweg
westwaarts naar Ghât, niet zonder moeielijkheden geleid door de
Touaregs. Na duizend tooneelen van plundering, kwelling, aanvallen
met gewapende hand, kwam hunne karavaan in October in de groote oase
van Asben. Doctor Barth scheidde zich van zijne gezellen, deed een
uitstapje naar de stad Aghadès en voegde zich weder bij den tocht,
die zich den 12den December weder op weg begaf; zij kwamen in de
provincie Damerghou, waar de reizigers scheidden en Barth den weg van
Kano insloeg, waar hij met geduld en na het betalen van aanzienlijke
sommen aankwam.

Ondanks een hevige koorts verliet hij deze stad den 7den Maart door
een enkelen bediende gevolgd. Het voornaamste doel zijner reis was
het meer Tchad te verkennen, waarvan hij nog 350 mijlen verwijderd
was. Hij ging toen oostwaarts en bereikte de stad Zouricolo in Burnou,
aan den oever van het meer. Eindelijk bereikte hij na drie weken, den
14den April, twaalf en een halve maand na zijn vertrek van Tripoli,
de stad Ngornou.

Wij vinden hem den 29sten Maart 1851 weder bij zijn vertrek met Overweg
om het koninkrijk Adamaoua, ten zuiden van het meer, te bezoeken; hij
kwam tot aan de stad Yola, een weinig beneden 9° noorderbreedte. Dit
is de uiterste grens door dien stoutmoedigen reiziger bereikt.

Hij kwam in Augustus te Kouka terug, vandaar doorreisde hij
achtereenvolgens Mandara, Barghimi, Kanem en bereikte de uiterste
grens ten Oosten, de stad Masena, op 17° 20' westerlengte gelegen [3].

Den 25sten November 1752, na den dood van Overweg, zijn laatsten
medgezel, drong hij westelijk door, bezocht Sockoto, stak den Niger
over, en kwam eindelijk te Tombuctoe, waar hij acht maanden lang moest
kwijnen te midden der kwellingen en slechte behandelingen van den
scheik en van de ellende. Maar de tegenwoordigheid van een Christen
in de stad kon niet langer worden geduld, de Fullanahs dreigden
haar te belegeren. De doctor verliet haar dus den 17den Maart 1854,
vluchtte naar de grenzen, waar hij drie-en-dertig dagen bleef, van
alles ontbloot, kwam in November te Kano terug--en ging weder naar
Kouka, vanwaar hij, na vier maanden oponthoud, den weg naar Denham
weder insloeg; hij zag Tripoli weder tegen het einde van Augustus
1855 en kwam den 6den September te Londen terug, alleen overgebleven
van zijne makkers. Dit was de stoutmoedige reis van Barth.

Doctor Ferguson teekende zorgvuldig op, dat hij tot op 4°
noorderbreedte en 17° westerlengte was gekomen.

Zien wij nu, wat de luitenants Burton en Speke in Oost-Afrika deden.

De verschillende expeditiën, die den Nijl opzeilden, konden nooit aan
de geheimzinnige bronnen van die rivier komen. Volgens het verhaal van
den duitschen geneesheer Ferdinand Werne, ging de reis, beproefd in
1840, onder bescherming van Mehemed-Ali, niet verder dan Gondokoro,
tusschen de 4° en 5° noorder-parallel.

In 1855 vertrok Brun-Rollet, die tot consul van Sardinië in oostelijk
Soedan benoemd was, in plaats van Vaudey, die ter dood was gebracht,
van Karthoum en kwam, onder den naam van Yakoub, handelaar in gom en
ivoor, te Belenia, beneden den 4den graad en keerde ziek naar Karthoum
terug, waar hij in 1857 stierf.

Noch doctor Peney, chef van den geneeskundigen dienst in Egypte,
die op een kleine stoomboot een graad zuidelijker kwam dan Gondokoro
en van uitputting te Karthoum stierf--noch de Venetiaan Miani, die,
de watervallen ten zuiden van Gondokoro gelegen omtrekkende, de
tweede parallel bereikte--noch de Maltezer koopman Andrea Debono,
die zijn uitstap naar den Nijl nog verder voortzette, konden de
onoverschrijdelijke grens overkomen.

In 1859 begaf Guillaume Lejean, door het fransche gouvernement met eene
zending belast, zich naar Karthoum, langs de Roode Zee, scheepte zich
op den Nijl in met een-en-twintig man equipage en twintig soldaten,
maar hij kon niet verder komen dan Gondokoro en liep de grootste
gevaren te midden der negers, die in vollen opstand waren. De tocht
onder het bestuur van d'Escayrac de Lauture beproefde eveneens aan
de befaamde bronnen te komen.

Maar die noodlottige eindpaal hield altijd de reizigers terug; de
afgezondenen van Nero hadden eertijds den 9den graad noorderbreedte
bereikt; men vorderde dus in achttien eeuwen slechts 5 of 6 graden,
dat is 300 à 360 geographische mijlen.

Verscheidene reizigers beproefden de bronnen van den Nijl te bereiken,
door van een punt op de Oostkust van Afrika te vertrekken.

Van 1768 tot 1772 vertrok de Schot Bruce van Masuah, eene haven
van Abyssinië, doorreisde Tigré, bezocht de puinhoopen van Axum,
zag de bronnen van den Nijl, waar zij niet waren en verkreeg geen
enkel belangrijk resultaat.

In 1844 stichtte doctor Krapf, een anglikaansch zendeling, eene
nederzetting te Monbaz op de kust van Zanguebar en ontdekte, in
gezelschap van den eerwaarden Rebmann, twee bergen op driehonderd
mijlen afstands van de kust; het zijn de bergen Kilimandjaro en Kenia,
die de heeren de Heuglin en Thornton gedeeltelijk hebben beklommen.

In 1845 ontscheepte de Franschman Maizan alleen te Bagamayo, tegenover
Zanzibar en kwam te Deje-la-Mhora, waar het opperhoofd hem onder de
wreedste martelingen deed sterven.

In 1859, in Augustus, bereikte de jonge reiziger Roscher van Hamburg,
met eene karavaan arabische kooplieden vertrokken, het meer Nyassa,
waar hij in den slaap werd vermoord.

Eindelijk werden in 1857 de luitenants Burton en Speke, beiden
officieren in het leger van Bengalen, door het Aardrijkskundig
genootschap van Londen gezonden, om de groote afrikaansche meren
te onderzoeken; den 17den Juni verlieten zij Zanzibar en richtten
zich westwaarts.

Na vier maanden ongehoord lijden, nadat hunne bagage geplunderd en
hunne dragers gedood waren, kwamen zij te Kazeh, middelpunt van
vereeniging der handelaars en karavanen; zij waren midden in het
Maanland; daar verzamelden zij kostbare documenten over de zeden,
regeering, godsdienst en plantengroei van het land; vervolgens richtten
zij hun weg naar het eerste der groote meren, het meer Tanganayika,
gelegen tusschen 3° en 8° zuiderbreedte; zij kwamen er den 14den
Februari 1858 aan en bezochten de verschillende volksstammen aan de
oevers, voor het grootste deel menscheneters.

Zij vertrokken den 26sten Mei en kwamen den 20sten Juni te Kazeh
terug. Daar bleef Burton, uitgeput, verscheidene maanden ziek;
gedurende dien tijd deed Speke een tocht naar het noorden van meer dan
300 mijlen ver, tot aan het meer Oukéréoué, dat hij den 3den Augustus
zag, maar hij kon er slechts het begin van zien op 2° 30' breedte.

Hij was den 25sten Augustus te Kazeh terug en hernam met Burton den weg
naar Zanzibar, dat zij in Maart van het volgende jaar wederzagen. Deze
twee onverschrokken reizigers kwamen toen in Engeland terug, en het
Aardrijkskundige genootschap te Parijs kende hun zijn jaarlijkschen
prijs toe.

Doctor Ferguson merkte zorgvuldig op, dat zij noch den 2den graad
zuiderbreedte noch den 29sten graad oosterlengte hadden overschreden.

Hij moest dus de onderzoekingen van Burton en Speke verbinden met
die van doctor Barth; dat is, hij moest eene uitgestrektheid lands
van meer dan twaalf graden doorkruisen.




V.

	Droomen van Kennedy.--Lidwoorden en voornaamwoorden in het
	meervoud.--Vleierijen van Dick.--Wandeling over de kaart
	van Afrika.--Wat er tusschen de twee punten van den passer
	blijft.--Hedendaagsche tochten.--Speke en Grant.--Krapf,
	de Decken, de Heuglin.


Doctor Ferguson verhaastte zeer de toebereidselen tot zijn vertrek;
hij bestuurde zelf het vervaardigen van zijn luchtballon, volgens
zekere wijzigingen, waarover hij het stilzwijgen bewaarde.

Reeds sedert lang had hij zich op het Arabisch en verschillende
Mandingsche tongvallen toegelegd; dank zijn aanleg voor de kennis
van vele talen maakte hij snelle vorderingen.

Onderwijl verliet zijn vriend de jager hem geen oogenblik; hij vreesde
zonder twijfel dat de doctor zou opstijgen zonder iets te zeggen;
hij hield daarover tot Samuel Ferguson verschillende redeneeringen,
die den laatste niet overtuigden, en smeekte hem op hartroerenden
toon van zijn voornemen af te zien, maar te vergeefs. Dick voelde
dat hij in dit opzicht niets op hem vermocht.

De arme Schot was wezenlijk te beklagen; hij beschouwde het blauwe
gewelf des hemels niet meer zonder eene sombere vrees; hij droomde
alle nachten, dat hij van eene onmetelijke hoogte nederviel.

Wij moeten er bijvoegen dat hij, gedurende deze verschrikkelijke
droomen eens of tweemaal uit zijn bed viel. Zijne eerste zorg was,
aan Ferguson eene erge kneuzing aan het hoofd te laten zien. En echter
zeide hij, het was slechts drie voet hoog, niet meer, en dan zulk
een buil! Deze redeneering, vol zwaarmoedigheid, bewoog den doctor
niet.--"Wij zullen niet vallen."--"Maar, als wij vallen?"--"Wij zullen
niet vallen."--Dit was klaar, en Kennedy had niets te antwoorden.

Wat Dick bijzonder verbitterde, was dat de doctor hem toescheen
zijn persoon geheel te verloochenen; hij beschouwde hem, Kennedy,
onherroepelijk als den man, die zijn metgezel op de luchtreis zou
worden. Dit was aan geen twijfel onderhevig. Samuel maakte een
onverdraaglijk misbruik van het meervoudige voornaamwoord van den
eersten persoon.

"Wij vorderen.... wij zullen gereed zijn den.... wij zullen vertrekken
den ...."

"_Onze_ ballon.... _ons_ schuitje.... _ons_ onderzoek.

"_Onze_ toebereidselen.... _onze_ ontdekkingen.... _onze_ opstijging."

Dick huiverde er van, hoewel besloten om niet te vertrekken; maar
hij wilde zijn vriend niet te zeer tegenstreven. Laat ons zelfs
bekennen, dat hij in stilte eenige uitgezochte kleederen en zijne
beste jachtgeweren van Edinburg had laten komen.

Eens, nadat hij erkend had, dat men met een ongehoord geluk eene
kans op duizend had om goed te slagen, veinsde hij aan de wenschen
van den doctor toe te geven; maar, om de reis uit te stellen,
zocht hij de meest verschillende uitvluchten. Hij sprak over het
nut en de goede gelegenheid van den tocht.... Was die ontdekking
van de bronnen van den Nijl wezenlijk noodzakelijk?.... Zou men
werkelijk voor het heil der menschheid gearbeid hebben?.... Als,
per slot van rekening, de volksstammen van Afrika beschaafd waren,
zouden zij daarom gelukkiger zijn?.... Was men, overigens, zeker dat
de beschaving niet eerder daar was dan in Europa?--"Misschien"--"En
kon men nog niet wachten?.... Het doortrekken van Afrika zou zeker
eens plaats hebben, maar op eene minder gewaagde manier.... Binnen
eene maand, zes maanden, voor het einde van een jaar zou er zonder
twijfel wel een of andere onderzoeker komen."

Dit alles bracht juist het tegenovergestelde te weeg van wat hij zich
daarmede had voorgesteld en de doctor sidderde van ongeduld.

"Wilt gij dan, ongelukkige Dick, wilt gij dan, valsche vriend, dat
een ander van dezen roem voordeel trekt? Moet ik dan mijn verleden
schande aandoen? moet ik voor hinderpalen terugdeizen, die inderdaad
niets beteekenen? moet ik door eene lage aarzeling beloonen wat het
engelsche gouvernement en het Koninklijk genootschap van Londen voor
mij hebben gedaan?"

"Maar...." antwoordde Kennedy.

"Maar," zeide de doctor, "weet gij niet, dat mijne reis moet medewerken
tot den goeden uitslag der tegenwoordige ondernemingen? Wilt gij dan
niet dat nieuwe onderzoekers Afrika binnentrekken?"

"Echter.... Hoor mij wel aan, Dick, en sla de oogen op deze
kaart."--Dick deed het gelaten.--"Trek den Nijl langs," zeide
Ferguson.--"Ik doe het," antwoordde Kennedy gedwee.--"Kom te Gondokoro
aan."--"Ik ben er." En Kennedy dacht er aan hoe gemakkelijk zulk eene
reis.... op de kaart was.--"Neem een der punten van dezen passer,"
hernam de doctor, "en plaats die op die stad, welke de stoutmoedigsten
nauwelijks hebben durven voorbijtrekken."--"Het is gedaan."--"En zoek
nu op de kust het eiland Zanzibar, op 6° zuiderbreedte."--"ik ben
er."--"Volg nu deze parallel en kom te Kazeh."--"Ik ben er."--"Klim
op 33° lengte op tot aan de opening van het meer Oukéréoué, de plaats
waar de luitenant Speke stilhield."--"Ik ben er! Een weinig verder
zou ik in het meer gevallen zijn!"--"Welnu! weet gij wat men het
recht heeft te onderstellen, na de berichten door de volksstammen
aan den oever van dat meer gegeven?"--"Neen."--"Dat dit meer, welks
onderste uiteinde op 2° 30' breedte ligt, zich twee en een halven
graad benoorden den evenaar moet uitstrekken."--"Waarlijk!"--"En van
dit noordelijke uiteinde ontspringt een stroom water, die noodzakelijk
zich met den Nijl moet vereenigen, zoo hij de Nijl zelf niet is."--"Dat
is merkwaardig."--"Zet nu de tweede punt van uw passer op dit uiteinde
van het meer Oukéréoué."--"Het is gedaan, vriend Ferguson."--"Hoeveel
graden telt gij tusschen de twee punten?"--"Nauwelijks twee."--"weet
gij, hoeveel afstand dit is, Dick?"--"Neen."--"Nauwelijks 120 mijlen,
dat is, niets."--"Bijna niets, Samuel."--"Weet gij, wat op dit
oogenblik gebeurt?"--"Neen."

"Welnu! zie hier. Het Aardrijkskundig genootschap heeft het
onderzoek van het meer, dat door Speke gezien is, als zeer belangrijk
beschouwd. Met haar medeweten heeft de luitenant, nu kapitein Speke,
zich kapitein Grant van het Indische leger tot metgezel gekozen; zij
hebben zich aan het hoofd eener groote en goed ondersteunde expeditie
gesteld; hun is opgedragen langs het meer te gaan en te Gondokoro terug
te komen; zij hebben eene toelage van meer dan 5000 pond ontvangen,
en de gouverneur van de Kaap heeft hottentotsche soldaten tot hunne
beschikking gesteld; zij zijn in het laatst van October 1860 van
Zanzibar vertrokken. Gedurende dien tijd heeft de Engelschman John
Petherick, consul van Hare Majesteit te Karthoum, ongeveer 700 pond
ontvangen; hij moet te Karthoum eene stoomboot uitrusten, haar van
voldoende levensmiddelen voorzien en zich naar Gondokoro begeven;
daar zal hij de karavaan van kapitein Speke afwachten en de noodige
maatregelen nemen om hem van nieuwen leeftocht te voorzien."

"Goed bedacht," zeide Kennedy.

"Gij ziet wel, dat er geen tijd te verliezen is als wij aan dat
onderzoek willen deelnemen. En dit is niet alles; terwijl men met
zekeren tred de ontdekking van de bronnen van den Nijl te gemoet gaat,
begeven andere reizigers zich moedig in de binnenlanden van Afrika."

"Te voet," zeide Kennedy.

"Ja," antwoordde de doctor, "Doctor Krapf stelt zich voor naar het
Westen te gaan langs de Djob, eene rivier die onder den evenaar
ligt. De baron Decken heeft Monbaz verlaten, de bergen Kenia en
Kilimandjaro verkend en gaat naar de binnenlanden."--"Altijd te
voet?"--"Ja, of op muilezels."--"Dat is voor mij precies hetzelfde,"
zeide Kennedy.--"Eindelijk," hernam de doctor, "heeft De Heuglin,
onder-consul van Oostenrijk te Karthoum, eene belangrijke expeditie
uitgerust, wier eerste doel is den reiziger Vogel te zoeken, die in
1853 naar Soedan werd gezonden, om deel te nemen aan den tocht van
doctor Barth. In 1856 verliet hij Bornou en besloot dit onbekende land,
dat tusschen het meer Tchad en Darfour ligt, te onderzoeken. Maar
sedert dien tijd heeft men niets van hem gehoord. Brieven in
Juni 1860 te Alexandrië aangekomen, melden, dat hij op bevel van
den Koning van Wadaï vermoord is, andere daarentegen, door doctor
Hartmann aan den vader des reizigers geadresseerd, zeggen, volgens
het verhaal van een fellatah van Bornou, dat Vogel te Wara gevangen
wordt gehouden; alle hoop is dus niet verloren. Een comité heeft
zich gevormd onder het voorzitterschap van den regeerenden hertog
van Saxen-Koburg-Gotha; mijn vriend Petermann is daarvan secretaris;
eene nationale inschrijving heeft de kosten der expeditie gedekt,
waarbij zich vele geleerden hebben gevoegd; De Heuglin is in Juni
van Masuah vertrokken en terzelfder tijd, dat hij de sporen van Vogel
zoekt, moet hij het geheele land tusschen den Nijl en het meer Tchad
onderzoeken, dat is, de werkzaamheden van kapitein Speke verbinden
met die van doctor Barth. En dan zal men Afrika van het Oosten naar
het Westen zijn doorgetrokken." [4]

"Welnu!" hernam de Schot, "dewijl dit alles zoo goed sluit, wat zullen
wij dan daar gaan doen?"

Doctor Ferguson antwoordde niet en vergenoegde zich de schouders op
te halen.




VI.

	Een ongewoon bediende.--Hij ziet de wachters van
	Jupiter.--Dick en Joe twisten.--De twijfel en het geloof.--De
	weging.--Joe-Wellington.--Hij ontvangt eene halve kroon.


Doctor Ferguson had een bediende, met name Joe, een uitmuntend
man, die aan zijn meester een onbepaald vertrouwen en eene stipte
dienstvaardigheid had toegezegd, daar hij zelfs zijne bevelen voorkwam
en altijd op eene vernuftige wijze uitlegde; hij was altijd in een goed
humeur. Ferguson liet al wat zijn onderhoud betrof, op hem aankomen,
en met reden. Zeldzame en eerlijke Joe! Een knecht, die uw diner
bestelt en wiens smaak de uwe is, die uw reiskoffer pakt en noch
kousen noch hemden vergeet, die uwe sleutels en uwe geheimen bezit,
en daarvan geen misbruik maakt.

Maar wat ook was de doctor voor dien waardigen Joe? met welken eerbied
en welk vertrouwen ontving hij zijne beslissingen! Als Ferguson
gesproken had, was het een gek, die zou willen antwoorden. Al wat
hij dacht was juist, al wat hij zeide verstandig, al wat hij beval
doenlijk, al wat hij ondernam mogelijk en al wat hij voltooide
bewonderenswaardig. Al hadt gij Joe in stukken gehouwen, dat u zeker
niet zou hebben aangestaan, hij zou omtrent zijn meester niet van
gevoelen veranderd zijn.

Toen de doctor het voornemen koesterde om Afrika in een ballon door
te reizen, was het voor Joe eene gedane zaak; er bestonden geene
hinderpalen meer; van het oogenblik af aan, dat doctor Ferguson
besloten had te vertrekken, was hij ook aangekomen--met zijn getrouwen
dienaar, want die brave jongen wist wel dat hij mede zou gaan, hoewel
daarover nog niet was gesproken.

Hij moest overigens belangrijke diensten bewijzen door zijn vernuft en
zijne groote vlugheid. Als men een professor in de gymnastiek voor de
apen in den dierentuin, die toch zeer slim zijn, had moeten benoemen,
zoude Joe zeker die betrekking hebben gekregen. Springen, klouteren,
vliegen, duizend verwonderlijke toeren uitvoeren, was voor hem slechts
een spel.

Als Ferguson het hoofd en Kennedy de arm was, moest Joe de hand
zijn. Hij had zijn meester reeds op verscheidene reizen vergezeld en
bezat eenige wetenschap op zijne wijze, maar hij onderscheidde zich
voornamelijk daardoor, dat hij alles van de beste zijde beschouwde;
hij vond alles gemakkelijk, logisch, natuurlijk, en bij gevolg kende
hij de behoefte niet om zich te beklagen en te morren.

Onder andere hoedanigheden bezat hij een verbazend sterk gezicht; hij
deelde met Moestlin, den professor van Kepler, de zeldzame bekwaamheid
om zonder verrekijker de wachters van Jupiter te zien en in de groep
der Plejaden 14 sterren te tellen, waarvan de laatsten van de negende
grootte zijn. Hij was daarom niet trotscher, integendeel, hij groette
u reeds van verre en, als het noodig was, wist hij zich voortreffelijk
van zijne oogen te bedienen.

Met dit vertrouwen, dat Joe in den doctor stelde, moet men zich dus
niet verwonderen over de onophoudelijke woordenwisselingen tusschen
Kennedy en den waardigen bediende, terwijl ze overigens op een
behoorlijken afstand van elkander bleven.

De een twijfelde, de ander geloofde; de een had eene groote
voorzichtigheid, de ander een blind vertrouwen; de doctor bevond
zich tusschen twijfel en vertrouwen in, dat wil zeggen, dat hij zich
om geen van beiden bekommerde.--"Welnu, mijnheer Kennedy?" zeide
Joe.--"Welnu! mijn jongen?"--"Het oogenblik nadert. Het schijnt,
dat wij ons naar de maan inschepen."--"Gij wilt zeggen naar het
Maanland, dat niet zoover ligt; maar wees tevreden, het is even
gevaarlijk."--"Gevaarlijk! met een man als doctor Ferguson!"--"Ik wil
u uwe begoochelingen niet ontnemen, brave Joe, maar wat hij daar gaat
ondernemen is kort en goed het werk van een zinnelooze; hij zal niet
vertrekken."--"Zal hij niet vertrekken? Gij hebt dan zijn ballon niet
gezien in de werkplaats van de heeren Mitchell in Bourough [5]."--"Ik
zal er mij wel voor wachten, dien te gaan zien."--"Gij verliest daar
een fraai schouwspel, mijnheer! Welk een fraai voorwerp! Wat eene
fraaie snede! Welk een lief schuitje! Wat zullen wij daarin op ons
gemak zijn!"--"Gij denkt er dus ernstig aan uw meester te vergezellen?"

"Ja," antwoordde Joe met overtuiging, "ik zal hem vergezellen waar
hij wil! Dat zou er nog aan ontbreken, om hem alleen te laten, als
wij reeds samen de geheele wereld hebben rondgereisd! Wie zou hem
ondersteunen als hij vermoeid was? Wie zou hem eene krachtige hand
bieden om een afgrond over te springen? Wie zou hem oppassen als hij
ziek werd? Neen, mijnheer Dick, Joe zal altoos op zijn post zijn bij
doctor Ferguson."

"Brave jongen."--"Overigens, gij gaat met ons," hernam Joe.--"Zonder
twijfel," zeide Kennedy! "dat is te zeggen, ik vergezel u, om Samuel
tot op het laatste oogenblik te verhinderen eene dergelijke dwaasheid
te doen! Ik zal hem zelfs tot aan Zanzibar volgen, opdat daar nog
een vriendenhand hem van zijn onzinnig plan terug moge houden."

"Gij zult niets tegenhouden, mijnheer Kennedy, met uw verlof. Mijn
meester is niet gek; hij overdenkt lang wat hij wil ondernemen, en
als zijn besluit genomen is, kan de duivel zelfs hem niet daarvan
afbrengen."

"Dat zullen wij zien."

"Vlei u niet met die hoop. Het is van het grootste belang, dat gij
meegaat. Voor een jager als gij, is Afrika een heerlijk land. Aldus
zult gij op geenerlei wijs berouw hebben van uwe reis."

"Neen, zeker niet, ik zal er geen berouw van hebben, vooral als die
stalen kop eindelijk voor de bewijzen zwicht."

"A propos," zeide Joe, "gij weet, dat van daag de weging plaats
heeft."--"De weging?"--"Zonder twijfel. Mijn meester, gij en ik,
wij gaan ons laten wegen."--"Even als Jockeys."--"Precies. Maar wees
gerust, men zal u niet mager maken, als gij te zwaar zijt. Men
zal u nemen zooals gij zijt."--"Ik zal me niet laten wegen,"
zeide de Schot met vastheid.--"Maar, mijnheer, het schijnt dat
het noodig is voor zijn toestel."--"Welnu! zijn toestel zal het
zonder dit wel klaren."--"Zoo! zoo! En als wij nu eens uit gebrek
aan nauwkeurige berekeningen, niet konden opstijgen?"--"Ik verlang
niets anders!"--"Laat ons zien, mijnheer Kennedy, mijn meester zal ons
terstond komen halen."--"Ik zal niet gaan"--"Gij zult hem dit verdriet
niet willen doen."--"Ik zal wel."--"Goed," zeide Joe lachende. "Gij
spreekt zoo, omdat hij niet hier is, maar als hij in uw gezicht zal
zeggen: 'Dick (met u verlof) Dick, ik moet nauwkeurig uw gewicht
kennen, dan zult gij gaan, daarvoor sta ik borg.'"--"Ik zal niet gaan."

Op hetzelfde oogenblik kwam de doctor in zijne studeerkamer, waar
dit gesprek werd gehouden; hij zag Kennedy aan, die zich niet op zijn
gemak gevoelde.

"Dick," zeide de doctor, "ga met Joe; ik moet weten hoe zwaar gij
beiden weegt."--"Maar...."--"gij kunt uw hoed ophouden. Kom." En
Dick ging.

Alle drie begaven zich naar de werkplaats van de heeren Mitchell,
waar een der zoogenaamde romeinsche weegschalen gereed gemaakt
was. De doctor moest werkelijk het gewicht van zijne metgezellen
kennen voor het evenwicht van zijn ballon. Hij liet dus Dick op de
schaal gaan en deze, zonder weerstand te bieden, zeide zacht: "Ook
goed, dit verbindt nog tot niets."--"Honderd drie-en-vijftig pond,"
zeide de doctor, het getal in zijn zakboekje opteekenende.--"Ben ik
te zwaar?"--"Neen, mijnheer Kennedy," antwoordde Joe; "overigens,
ik ben licht, dat weegt tegen elkaar op."

Dit zeggende, nam Joe spoedig de plaats van den jager in; in zijne
drift wierp hij de ballans bijna omver; hij stelde zich in de houding
van Wellington in Hyde Park.--Honderd-twintig pond, schreef de
doctor.--"Hè! hè!" zeide Joe met een glimlach van voldoening. Waarom
glimlachte hij? Hij zou dit nooit kunnen zeggen.--"Op mijne beurt,"
zeide Ferguson, en hij schreef honderd-vijf-en-dertig pond voor
zijn gewicht. "Met ons allen," zeide hij, "wegen wij niet meer dan
vierhonderd pond."

"Maar, meester," antwoordde Joe, "als het voor uw tocht noodig was,
kon ik mij wel een weinig doen vermageren, door niet te eten."--"Dat
hoeft niet, mijn jongen," zeide de doctor; "gij kunt naar hartelust
eten, en ziedaar een halve kroon om u naar willekeur te verzwaren."




VII

	Wiskundige bijzonderheden.--Berekening van den inhoud
	des ballons.--De dubbele ballon.--Het omkleedsel.--Het
	schuitje.--De geheimzinnige toestel.--De levensmiddelen.--De
	optelling.


Doctor Ferguson was lang bezig geweest met de bijzonderheden zijner
expeditie. Men begrijpt dat de ballon, dit wonderbaarlijke voertuig,
bestemd om hen door de lucht te voeren, het voorwerp van bestendige
zorg voor hem was.

Eerst, om den ballon niet te groot te maken, besloot hij hem te
vullen met waterstofgas, dat veertien-en-een half maal lichter is
dan de lucht. Dit gas wordt gemakkelijk verkregen en heeft de beste
uitkomsten opgeleverd in de ondervinding met luchtreizen opgedaan.

Na nauwkeurige berekeningen vond de doctor, dat zij voor de voor zijne
reis onmisbare voorwerpen en zijn toestel een gewicht van 4000 pond
moest opheffen; hij moest dus de kracht van opstijging berekenen van
een ballon, die dit gewicht kan dragen en bij gevolg ook zijn inhoud.

Een gewicht van 4000 pond wordt voorgesteld door een verplaatsing
van lucht van 44847 kub. voet [6], dat wil zeggen, 44847 kub. voet
lucht wegen 4000 pond.

Als hij aan den ballon deze ruimte geeft door hem, in plaats van met
lucht, met waterstofgas te vullen, dat veertien en een halfmaal lichter
zijnde, slechts 276 pond weegt, ontbreekt er iets aan het evenwicht,
ongeveer 3784 pond, dat is het verschil tusschen het gewicht van het
gas in den ballon en dat der omringende lucht, die de opstijgende
kracht van den luchtballon uitmaakt.

Als men echter de 44847 kub. voet gas, waarvan wij spreken, in den
ballon deden, zou hij geheel vol zijn; maar dat moet zoo niet wezen,
want naarmate de ballon in de minder dichte luchtlagen stijgt, poogt
het gas, dat hij bevat, zich uit te zetten en zou het omkleedsel
weldra doen barsten. Men vult de ballons dus gewoonlijk slechts voor
twee-derde gedeelten.

Maar de doctor besloot, ten gevolge van zeker plan, dat hem alleen
bekend was, zijn ballon slechts ten halve te vullen en, dewijl hij
44847 kub. voet waterstofgas moest medenemen, zijn ballon een bijna
tweemaal grooteren inhoud te geven.

Hij liet hem maken in die langwerpige gedaante, die men weet dat
de voorkeur verdient; de horizontale middellijn was 50 voet en de
verticale 75 voet [7]; hij kreeg dus een spheroïde [8], wier inhoud
in ronde getallen 90000 kub. voet beliep.

Als doctor Ferguson twee ballons had kunnen gebruiken, zouden zijne
kansen van goeden uitslag toegenomen zijn; inderdaad, als de eene
in de lucht breekt, kan men zich, door ballast uit te werpen, door
den anderen staande houden. Maar de besturing van twee luchtballons
wordt zeer moeielijk als zij eene gelijke klimming moeten behouden.

Na lang nagedacht te hebben, vereenigde Ferguson door eene vernuftige
schikking de voordeelen van twee ballons zonder de ongemakken er van
te hebben. Hij maakte er twee van ongelijke grootte en sloot ze in
elkander. Zijn uitwendige ballon, die de bovengemelde afmetingen had,
bevatte een kleineren, wiens horizontale middellijn slechts 45 voet
en de verticale 68 voet bedroeg. De inhoud van den inwendigen ballon
was slechts 67,000 kub. voet; hij moest zwemmen in de vloeistof die
hem omringen zou; eene klep opende zich van den eenen ballon tot den
anderen en kon hen, des gevorderd, met elkander in gemeenschap brengen.

Deze schikking had dit voordeel dat, als men een ruimen uitweg aan het
gas moest geven om te dalen en men eerst dat van den grooten ballon
zou laten ontsnappen, al moest men dien geheel ledigen, de kleine
onaangeroerd zou blijven; men kon hem dus van zijn uitwendig bekleedsel
als van een onnoodig gewicht ontdoen, en de tweede luchtballon alleen
gaf aan den wind niet zooveel vat als de half gevulde ballons.

Wat meer is, in het geval van een ongeluk, eene scheur in den
buitensten ballon, was de andere in goeden staat.

De twee luchtballons werden vervaardigd van gekeperd Lyonsch taf,
met gutta-percha overdekt. Deze soort van gomhars is volstrekt
ondoordringbaar, en wordt door zuren noch gas verteerd. Het taf werd
aan het boveneinde van den ballon, dat bijna alle kracht torscht;
dubbel gelegd.

Dit omkleedsel kan de vloeistof voor onbepaalden tijd in zich
bevatten. Het woog op elke negen vierk. voet een half pond. Daar nu de
oppervlakte van den buitensten ballon ongeveer 11,600 vierk. voet was,
woog zijn omkleedsel 650 pond. Het omkleedsel van den tweeden ballon,
dat 9,200 vierk. voet oppervlakte had, woog slechts 510 pond, alles
te zamen 1160 pond.

Het touw, bestemd om het schuitje te dragen, was stevig van hennep
gemaakt; de twee kleppen werden het voorwerp van nauwkeurige zorgen,
even als het roer van een schip.

Het schuitje, van een ronden vorm en 15 voet middellijn, was gemaakt
van twijgen, versterkt door een licht bekleedsel van ijzer en van
binnen bekleed met veeren, die bestemd waren om de schokken minder
te doen gevoelen. Zijn gewicht en dat van het touw bedroeg niet meer
dan 280 pond.

Daarenboven liet de doctor vier kisten van ijzeren platen maken,
twee strepen dik; zij waren met elkander verbonden door pijpen van
kranen voorzien; hij voegde er eene slang bij van ongeveer twee duim
middellijn, die in twee ongelijke takken eindigde, waarvan de grootste
25 en de kortste slechts 15 voet hoog was.

De kisten van plaatijzer werden zoodanig in het schuitje geplaatst,
dat zij de minst mogelijke ruimte innamen; de slang, die slechts
later moest worden aangehecht, werd afzonderlijk ingepakt, gelijk
ook eene zeer sterke electrische batterij van Bunsen. Deze toestel
was zoo vernuftig gecombineerd, dat hij niet meer dan 700 pond woog,
daaronder begrepen 25 gallons [9] water in eene afzonderlijke kist.

De instrumenten, bestemd voor de reis, bestonden in twee barometers,
twee thermometers, twee kompassen, een sectant, twee chronometers,
een kunstmatigen horizont en een altazimuth, om de ver verwijderde
en ontoegankelijke voorwerpen op te nemen. Het observatorium van
Greenwich had zich ter beschikking van den doctor gesteld. Deze stelde
zich evenwel niet voor natuurkundige proeven te doen, hij wilde alleen
zijne richting kennen en de ligging der voornaamste rivieren, bergen
en steden bepalen.

Hij voorzag zich van drie goed beproefde ijzeren ankers, benevens
van een lichten zijden ladder, ongeveer 50 voet lang.

Hij berekende ook het nauwkeurige gewicht zijner levensmiddelen, welke
bestonden uit thee, koffie, beschuiten, gezouten vleesch en pemmican,
eene soort spijs, die, in eene kleine hoeveelheid veel voedingsdeelen
bevat. Behalve eene voldoende hoeveelheid brandewijn, plaatste hij
twee waterbakken in het schuitje, die ieder 22 gallons [10] bevatten.

Het verbruiken dezer verschillende spijzen moest langzamerhand het
gewicht verminderen, dat de luchtballon moest dragen. Want men moet
weten, dat het evenwicht van een ballon in de lucht uiterst gevoelig
is. Het verlies van een bijna onmerkbaar gewicht is voldoende om eene
zeer goed merkbare verplaatsing ten gevolge te hebben.

De doctor vergat noch eene tent, die een gedeelte van het schuitje
moest bedekken, noch de dekens, die den geheelen bed-toestel voor de
reis uitmaakten, noch de geweren van den jager, noch zijn voorraad
kruit en kogels.

Zie hier een kort begrip zijner verschillende berekeningen:


	Ferguson								135 pond.
	Kennedy									153 pond.
	Joe										120 pond.
	Eerste ballon							650 pond.
	Tweede ballon							510 pond.
	Schuitje en touw						280 pond.
	Ankers, instrumenten, geweren, dekens,
	tent, verschillende gereedschappen		190 pond.
	Vleesch, pemmican, beschuiten, thee,
	koffie, brandewijn						386 pond.
	Water									400 pond.
	Toestel									700 pond.
	Gewicht van het waterstofgas			276 pond.
	Ballast									200 pond.
											---------
									Totaal 4000 pond.


Zoodanig was de verdeeling der 4000 pond, die doctor Ferguson zich
voorstelde mede te doen opstijgen; hij nam slechts 200 pond ballast
mede, "voor onvoorziene toevallen," zeide hij, want hij rekende er
vast op er geen gebruik van te zullen maken, dank zij zijn toestel.





VIII.

	Gewicht van Joe.--De bevelhebber der Resolute.--Het tuighuis
	van Kennedy.--Vervoer.--Het afscheidsmaal.--Het vertrek
	van den 21sten Februari.--Wetenschappelijke zittingen van
	den doctor.--Duveyrier, Livingstone.--Bijzonderheden der
	luchtreis.--Kennedy tot zwijgen gebracht.


Den 10den Februari liepen de toebereidselen ten einde; de ballons
in elkander besloten, waren geheel voltooid; zij hadden een sterken
luchtdruk ondergaan en, daar zij dien goed hadden weerstaan, was dit
een bewijs van hunne stevigheid en van de zorg aan hunne samenstelling
besteed.

Joe was buiten zich zelven van vreugde; hij ging onophoudelijk van
Greek Street naar de werkplaats van de heeren Mitchell, altijd bezig,
maar ook altijd geneigd om de bijzonderheden te verhalen aan de
lieden die hem daarom vroegen, en boven alles trotsch er op, dat hij
zijn meester zou vergezellen. Ik geloof zelfs dat de waardige jongen
eenige halve kroonen verdiende met het laten zien van den luchtballon,
met het ontvouwen der plannen en denkbeelden van den doctor, en door
het aanwijzen van dezen door een half geopend venster of bij zijn
vervoer over straat; men moet hem dit niet kwalijk nemen, hij had wel
het recht een weinig zijn voordeel te doen met de bewondering en de
nieuwsgierigheid zijner tijdgenooten.

Den 16den Februari wierp de Resolute het anker voor Greenwich. Het
was eene schroefboot van 800 ton, met goeden gang en die belast was
geweest Sir James Ross op zijne laatste expeditie naar de poollanden
van leeftocht te voorzien. De commandant Pennet werd voor een
beminnelijk mensch gehouden, hij stelde bijzonder belang in de reis
van den doctor, dien hij reeds lang hoogachtte. Deze Pennet was meer
geleerde dan krijgsman, hetgeen niet verhinderde dat zijn schip vier
kanonnen had, die nooit iemand eenig leed hadden gedaan en slechts
dienden voor saluutschoten.

Het ruim van de Resolute werd ingericht om den luchtballon te
bergen. Hij werd den 18den Februari met de grootste voorzorgen daarheen
gebracht, men plaatste hem onder in het schip, zoodanig dat hij tegen
ieder ongeval beveiligd was. Het schuitje met toebehooren, de ankers,
de touwen, de levensmiddelen, de waterkisten die men bij de aankomst
moest vullen, alles werd onder de oogen van Ferguson geladen.

Men scheepte ook tien tonnen zwavelzuur en tien tonnen oud ijzer in
voor het maken van het waterstofgas. Deze hoeveelheid was meer dan
voldoende, maar men moest bedacht zijn op mogelijke verliezen. De
toestel bestemd om het gas te vormen, samengesteld uit een dertigtal
vaten, werd op den grond van het ruim geplaatst.

Deze verschillende toebereidselen eindigden op den avond van den 18den
Februari. Twee gemakkelijk ingerichte hutten wachtten doctor Ferguson
en zijn vriend Kennedy. Deze laatste, hoewel zwerende dat hij niet
zou vertrekken, begaf zich aan boord met een waar jacht-arsenaal,
twee uitmuntende geweren met dubbelen loop en eene beproefde karabijn
uit de fabriek van Purdey Moore en Dickson te Edinburg; met zulk een
wapen kon de jager op 2000 schreden afstands het oog eener gems met
een kogel doorboren; hij voegde er twee revolvers bij met zes loopen
voor onvoorziene gevallen; zijn kruithoorn, zijn zak met kardoezen,
zijn lood en zijn kogels in voldoende hoeveelheid, wogen niet zwaarder
dan het gewicht door den doctor bepaald.

De drie reizigers begaven zich des morgens van den 19den Februari aan
boord; zij werden door den kapitein en zijne officieren met de meeste
onderscheiding ontvangen, de doctor echter was altijd koel, alleen
denkende om zijne reis; Dick was ontroerd zonder er den schijn van te
willen hebben; Joe was uitgelaten en altijd boertig; hij werd spoedig
de potsenmaker van het vooronder, waar hem eene plaats was aangewezen.

Den 20sten werd door het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap
een groot afscheidsmaal gegeven aan doctor Ferguson en Kennedy. De
commandant Pennet en zijne officieren namen deel aan dit maal,
dat zeer vroolijk was; talrijke gezondheden werden er gedronken en
Sir Francis Maris zat daaraan voor met onderdrukte ontroering, maar
vol waardigheid.

Dick Kennedy deelde ruimschoots in de gelukwenschen. Na gedronken
te hebben "op den onverschrokken Ferguson, den roem van Engeland,"
moest men drinken "op den niet minder moedigen Kennedy, zijn stouten
metgezel."

Dick bloosde sterk, hetgeen voor zedigheid doorging: de toejuichingen
verdubbelden. Dick bloosde nog sterker.

Een bode der koningin kwam bij het nagerecht, hij maakte zijne
complimenten aan de twee reizigers en uitte wenschen voor het
welslagen der onderneming. Dit maakte wederom toosten noodzakelijk
"op hare Allergenadigste Majesteit."

Te middernacht scheidden de gasten na een hartroerend vaarwel en
hartelijk handdrukken.

De sloepen van de Resolute wachtten bij de brug van Westminster; de
commandant nam er plaats in met zijne officieren en passagiers en de
snelle stroom van de Theems voerde hen naar Greenwich.

Ten een uur sliep iedereen aan boord.

Des anderen daags, den 21sten Februari, ten 3 uur des morgens, stak
men de vuren aan, ten 5 uur lichtte men het anker en door zijne
schroef voortgedreven, snelde de Resolute naar den mond van de Theems.

Wij behoeven niet te zeggen dat er alleen gesproken werd over de
expeditie van doctor Ferguson. Wanneer men hem zag en hoorde, boezemde
hij zulk een vertrouwen in, dat weldra niemand, uitgezonderd de Schot,
den goeden uitslag zijner onderneming in twijfel trok.

Gedurende de lange ledige uren van de reis, hield de doctor een
waren cursus van aardrijkskunde met de officieren. Deze jongelieden
stelden een hartstochtelijk belang in de ontdekkingen, die sedert 40
jaren in Afrika waren gedaan; hij verhaalde hun de onderzoekingen van
Barth, Burton, Speke en Grant, hij schilderde hun deze geheimzinnige
landstreek af, die van alle kanten wetenschappelijk werd onderzocht. In
het Noorden onderzocht de jonge Duveyrier de Sahara en bracht de
opperhoofden der Touaregs naar Parijs. Twee expeditiën werden gereed
gemaakt die, van het Noorden en van het Westen komende, elkander
te Tombuctoe zouden ontmoeten. Ten Zuiden naderde de onvermoeide
Livingstone altijd den evenaar, en sedert Maart 1862 trok hij,
in gezelschap van Mackenzie de rivier Rovoonia op. De 19de eeuw zou
zeker niet verloopen, zonder dat Afrika de sedert 6000 jaren in haar
schoot verborgen geheimen zou onthuld hebben.

De belangstelling der toehoorders van Ferguson werd vooral
gaande gemaakt, toen hij hun tot in de kleinste bijzonderheden
de toebereidselen tot zijne reis deed kennen; zij wilden zijne
berekeningen onderzoeken, zij wilden redeneeren, hetgeen doctor
Ferguson vrijmoedig deed.

In het algemeen verwonderde men zich over de betrekkelijk kleine
hoeveelheid levensmiddelen, die hij medenam. Eens ondervroeg een der
officieren Ferguson omtrent dit punt.--"Dit verwondert u?" antwoordde
Ferguson.--"Zonder twijfel."--"Hoe lang denkt gij dan dat mijne reis
wel duren zal?"--"Maanden lang."--"Gij vergist u; als hij te lang
duurde zouden wij verloren zijn, wij zouden niet aankomen. Weet dan,
dat de afstand van Zanzibar tot aan de kust van den Senegal niet
meer dan 3500 à 4000 mijlen is. Als men nu 240 mijlen in de twaalf
uren doet, hetgeen nog niet eens de snelheid onzer spoortreinen nabij
komt, en dag en nacht doorreist, zou men in zeven dagen Afrika kunnen
doorreizen."

"Maar dan zult gij niets kunnen zien, noch aardrijkskundige opmetingen
doen, noch het land verkennen."

"Daarom, als ik meester ben van mijn ballon, als ik naar willekeur
rijs of daal, zal ik stil houden als ik het goed vind; vooral als te
sterke luchtstroomen dreigden mij mede te slepen."

"En gij zult die ontmoeten," zeide de commandant Pennet; "er zijn
orkanen, die meer dan 240 mijlen in het uur afleggen."

"Gij ziet het," hernam de doctor, "met eene zoodanige snelheid zou
men Afrika in twaalf uren doortrekken: men zou te Zanzibar opstaan,
om te Saint-Louis naar bed te gaan."

"Maar," zeide een officier, "zou een ballon door eene zoo groote
snelheid kunnen medegesleept worden?"--"Daarvan bestaan voorbeelden,"
antwoordde Ferguson.--"En de ballon heeft wederstaan?"--"Volkomen. Het
was ten tijde der kroning van Napoleon in 1804. De luchtreiziger
Garnerin steeg op te Parijs ten 11 uur des avonds in een ballon met het
volgende opschrift: 'Parijs, 25 Frimaire van het jaar XIII, kroning van
Keizer Napoleon door zijne Heiligheid Pius VII.' Des anderen daags,
des morgens ten 5 uur zagen de inwoners van Rome denzelfden ballon
boven het Vatikaan zweven, de Romagna overtrekken en nederdalen in het
meer Pracciano. Dus, mijne heeren, kan een ballon aan zulke snelheden
wederstand bieden."

"Een ballon is mogelijk, maar een mensch," waagde Kennedy te zeggen.

"Een mensch ook, want een ballon is altijd onbeweeglijk met betrekking
tot de hem omringende lucht, hij is het niet die voortgaat, het is de
lucht zelve; als gij dus eene waskaars in uw schuitje aansteekt zal
de vlam zelfs niet flikkeren. Een luchtreiziger, die in den ballon
van Garnerin ware geweest, zou in het minst niet door deze snelheid
hebben geleden. Overigens zou ik liever zulk eene snelheid niet willen
ondervinden, en als ik des nachts aan den eenen of anderen boom of
iets anders mij kan vasthechten zal ik het zeker doen. Wij nemen voor
twee maanden levensmiddelen mede en niets zal onzen behendigen jager
verhinderen ons overvloedig van wildbraad te voorzien, als wij op de
aarde nederdalen."

"Ah! mijnheer Kennedy! gij zult daar meesterstukken uitvoeren,"
zeide een adelborst, den Schot met jaloersche blikken aanziende.

"Zonder te rekenen," zeide een ander, "dat uw vermaak vergezeld zal
gaan met grooten roem."

"Mijne heeren," antwoordde de jager... "Ik ben zeer
gevoelig.... voor uwe complimenten... maar het komt mij
niet toe die te ontvangen..."--"Wat!" zeiden allen, "zult
gij niet vertrekken."--"Neen."--"Zult gij doctor Ferguson niet
vergezellen?"--"Niet alleen zal ik hem niet vergezellen, maar ik ben
hier slechts om hem in het laatste oogenblik terug te houden."

Alle blikken rigtten zich op den doctor. "Luistert niet naar hem,"
antwoordde hij bedaard. "Daarover moet gij niet met hem twisten,
hij weet bij zich zelven zeer goed dat hij zal vertrekken."--"Bij
St. Patrick!" riep Kennedy uit, "zweer ik..."--"Zweer niets, vriend
Dick; gij zijt gewogen met uw kruit, uwe geweren en kogels, laat ons
er dus niet meer over spreken."

En inderdaad, sedert dien dag tot aan de aankomst te Zanzibar, opende
Dick den mond niet weder, hij sprak niet meer over deze zaak dan over
iets anders. Hij zweeg.




IX.

	Men zeilt de Kaap om.--De potsenmaker voorin.--Cursus van
	wereldbeschrijving door Professor Joe.--Over de richting der
	ballons.--Over het zoeken der luchtstroomen.--Eureka. [11]


De Resolute naderde snel de Kaap de Goede Hoop, het weder bleef
voortdurend schoon, hoewel de zee onstuimiger werd.

Den 30sten Maart, zeven-en-twintig dagen na het vertrek van Londen
kwam de Tafelberg aan den horizon in het gezicht; de Kaapstad, aan
den voet van een amphitheater van heuvels gelegen, werd zichtbaar
door een verrekijker, en weldra wierp de Resolute het anker in de
haven. Maar de commandant hield er zich slechts op om kolen in te
nemen; dit duurde slechts één dag, den volgenden dag richtte zich
het schip zuidwaarts om de zuidpunt van Afrika om te stevenen en in
het kanaal van Mozambique te komen.

Het was de eerste zeereis niet van Joe; weldra was hij te huis aan
boord. Iedereen hield veel van hem om zijne openhartigheid en zijn
goed humeur. Een groot gedeelte van den roem van zijn meester viel
op hem terug. Men hoorde hem als een godspraak en hij bedroog zich
niet meer dan een ander.

Maar terwijl de doctor zijne beschrijvingen voor de officieren
voortzette, zetelde Joe in den bak en behandelde de geschiedenis
op zijne manier, eene handelwijze die overigens door de grootste
geschiedschrijvers van alle tijden gevolgd is.

Er was natuurlijk sprake van de luchtreis. Joe had moeite de
tegensprekers van de echtheid der onderneming te overtuigen, maar
toen het hem eenmaal gelukt was, kende de verbeelding der matrozen,
door het verhaal van Joe opgewekt, niets onmogelijks meer.

De schitterende verteller overtuigde zijne toehoorders dat men na
die reis vele andere zoude maken en dat het slechts het begin was
van eene reeks bovenmenschelijke ondernemingen.

"Ziet gij, mijne vrienden, als men eens van deze soort van
plaatsverandering ondervinding heeft gehad, kan men er niet
meer buiten, daarom zullen wij ook bij onze volgende expeditie,
in plaats van ter zijde af te wijken, altijd rechtuit gaan,
steeds klimmende."--"Mooi! dus naar de maan," zeide een hoorder
in verbazing.--"Naar de maan!" antwoordde Joe, "neen, dat is te
algemeen! iedereen gaat naar de maan. En daar is geen water, en men
is verplicht eene ontzettend groote menigte mondbehoeften mede te
nemen en zelfs lucht in fleschjes, als men ten minste wil ademhalen."

"Goed! vindt men er jenever?" zeide een matroos, die een groote minnaar
van dezen drank was.--"Ook niet, mijn beste vriend. Neen! geen maan,
maar wij zullen op die mooie sterren wandelen, op die bekoorlijke
planeten, waarvan mijn meester mij zoo dikwijls heeft gesproken. Wij
zullen dus beginnen met Saturnus te bezoeken."--"Die een ring
heeft?" vroeg de kwartiermeester.--"Ja! een huwelijksring. Maar men
weet niet wat er van zijn vrouw is geworden."--"Hoe! gij zoudt zoo
hoog stijgen?" zeide een scheepsjongen verbaasd. "Uw meester is dus
de duivel?"--"Daar is hij te goed voor."--"Maar na Saturnus?" vroeg
een der ongeduldigste toehoorders.--"Na Saturnus? Welnu, dan zullen
wij Jupiter bezoeken; dat is een raar land, waar de dagen slechts
9 1/2 uur duren, hetgeen gemakkelijk is voor de luiaards, en waar
de jaren, bij voorbeeld, zoo lang duren als twaalf van onze jaren,
hetgeen voordeelig is voor de lieden, die niet meer dan zes maanden
te leven hebben. Dit verlengt een weinig hun leven."--"Twaalf
jaren?" vroeg de scheepsjongen.--"Ja, mannetje lief, dus zoudt gij
in die landstreek nog zuigen, en die oude daar ginds, die naar de
vijftig loopt, zou een jongen zijn van vier en een half jaar."--"Dat
is niet te gelooven!" riep de geheele bak eenstemmig uit.--"Het is
toch de zuivere waarheid," zeide Joe op vasten toon. "Maar als men
voortdurend in deze wereld een plantenleven leidt, leert men niets
en blijft dom als een bruinvisch. Kom eens op Jupiter en gij zult
zien. Men moet daarboven zijn fatsoen houden, want hij heeft wachters
die lang niet gemakkelijk zijn."

Men lachte, maar geloofde slechts ten halve; hij sprak hun ook
over Neptunus, waar de zeelieden goed worden ontvangen en van Mars
waar de krijgslieden de voornaamste plaats bekleeden. Wat Mercurius
betreft, dat is een leelijke wereld, men vindt er niets dan dieven
en kooplieden, die zoozeer op elkander gelijken dat het moeielijk is
hen te onderscheiden. Eindelijk hing hij hun een bekoorlijk tafereel
op van Venus.

"En als wij van dien tocht terugkomen," zeide de beminnelijke verhaler,
"zal men ons decoreeren met het Zuider-kruis, dat daar ginds boven ons
schittert."--"En gij zult het wel verdiend hebben!" zeiden de matrozen.

Aldus gingen de lange avonden in den bak in vroolijke gesprekken
voorbij, en gedurende dien tijd gingen de leerzame gesprekken van
den doctor hun gang.

Eens sprak men over de richting der ballons, en Ferguson werd verzocht
zijn gevoelen daaromtrent te zeggen.

"Ik geloof niet," zeide hij, "dat men er toe kan geraken om de
ballons te sturen. Ik ken alle beproefde of voorgestelde stelsels,
niet een is er geslaagd, niet een uitvoerbaar. Gij begrijpt wel, dat
ik om deze vraag heb moeten denken, daar zij voor mij van zoo groot
belang was, maar ik heb haar niet kunnen oplossen met de middelen der
tegenwoordige werktuigkunde. Men zou eene beweging van buitengewone
kracht, van eene bijna onmogelijke lichtheid moeten uitvinden. En
dan nog zou men geen weerstand kunnen bieden aan eenige belangrijke
luchtstroomen! Tot heden heeft men zich liever bezig gehouden met
het schuitje te richten dan den ballon, en dit is de fout."

"Er is echter," antwoordde men, "eene groote overeenkomst tusschen
een luchtballon en een schip, dat men naar willekeur stuurt."--"Neen,"
antwoordde doctor Ferguson, "dat is maar weinig of niets. De lucht is
veel minder dicht dan het water, waarin het schip slechts ten halve
gedompeld is, terwijl de luchtballon geheel door den dampkring omringd
is en onbeweeglijk blijft met betrekking tot de omringende vloeistof."

"Gij denkt dan dat de wetenschap uitgeput is ten aanzien der
luchtballons?"

"Geenszins! Men moet iets anders zoeken, en als men een ballon niet
kan sturen, moet men hem ten minste in de gunstige luchtstroomen
houden. Naarmate men stijgt worden dezen meer gelijkvormig en zijn
zij standvastig in hunne richting; zij worden niet meer gestoord door
de bergen en dalen, die de oppervlakte van den aardbol doorploegen,
en dat, gij weet het, is de voornaamste oorzaak der veranderingen
van den wind. Maar als deze luchtstreken eenmaal bepaald zijn,
zal de ballon zich slechts in de stroomen, die hij noodig heeft,
behoeven te plaatsen."

"Maar dan," zeide de commandant Pennet, "zal men om hen te bereiken
steeds moeten rijzen en dalen. Daar zit de wezenlijke moeielijkheid,
mijn waarde doctor."--"En waarom, commandant?"--"Laat ons elkander
goed verstaan: het zal slechts eene moeielijkheid en een hinderpaal
zijn voor de langdurige reizen, en niet voor enkele uitstapjes in
de lucht."--"En wat is de reden daarvan?"--"Omdat gij slechts stijgt
door ballast uit te werpen en daalt door gas te verliezen, dus zullen
uw gas en ballast spoedig op zijn."

"Mijn waarde Pennet, daar zit de kwestie. Daar is de eenige
moeielijkheid, die de wetenschap moet trachten te overwinnen. Er
is geen spraak van het sturen der ballons, maar van het bewegen
van boven naar beneden zonder het gas, dat hunne kracht uitmaakt,
te verspillen."--"Gij hebt gelijk, mijn waarde doctor, maar deze
moeielijkheid is nog niet uit den weg geruimd, dit middel is nog
niet gevonden."--"Ik vraag u verschooning, het is gevonden."--"Door
wien?"--"Door mij."--"Door u?"--"Gij begrijpt wel dat ik zonder dat het
doortrekken van Afrika in een luchtballon niet zou hebben gewaagd. Na
vier-en-twintig uren zou ik geen gas meer hebben."--"Maar daarvan
hebt gij in Engeland niet gesproken?"--"Neen, ik wilde niet gaarne
over de tong van het publiek gaan, dat scheen mij noodeloos. Ik heb
in het geheim eenige voorbereidende proeven genomen en ben voldaan
geweest, ik had dus niet noodig er meer te doen."--"Welnu! mijn
waarde Ferguson, mag men uw geheim weten?"--"Zie hier, mijne heeren,
mijn middel is zeer eenvoudig."

De aandacht van de toehoorders bereikte haar hoogste toppunt, en de
doctor nam bedaard het woord in dier voege:




X.

	Voorafgaande proeven.--De vijf kisten van den doctor.--De
	gaspijp.--De warmteleider.--Wijze van uitvoering: Zeker
	goede uitslag.


"Men heeft dikwijls beproefd, mijne heeren, naar willekeur te
rijzen of te dalen, zonder het gas of den ballast van een ballon te
verliezen. Een Fransch luchtreiziger, Meunier, wilde dit doel bereiken
door lucht samen te persen in eene inwendige ruimte. Een Belg,
doctor von Hecke, ontwikkelde door middel van wieken en paletten,
eene verticale kracht, die in de meeste gevallen onvoldoende zou
geweest zijn. De practische resultaten door die middelen verkregen,
zijn onbeduidend geweest.

"Ik heb dus besloten de zaak op eene andere wijs aan te
vatten. Vooreerst gebruik ik in het geheel geen ballast, dan in het
geval van hooge noodzakelijkheid, zooals bij het breken van mijn
toestel of de verplichting terstond te rijzen om een onvoorziene
hinderpaal te mijden.

"Mijne middelen om te klimmen en te dalen bestaan nergens anders
in dan in het doen uitzetten of inkrimpen van het gas, dat in den
luchtballon besloten is, door verschillende temperaturen. Zie hier
hoe ik die uitkomst verkrijg.

"Gij hebt in het schuitje verscheidene kisten zien laden, wier gebruik
u onbekend is. Deze kisten zijn vijf in getal.

"De eerste bevat ongeveer 25 Gallons [12] water, waarbij ik eenige
druppels zwavelzuur voeg om zijne geleidende kracht te vergrooten, en
ik ontleed het door middel van eene sterke Bunsensche batterij. Het
water is, zoo als gij weet, samengesteld uit waterstofgas en
zuurstofgas.

"Dit laatste wordt door de werking der batterij met zijne positieve
pool in eene tweede kist verplaatst. Een derde, boven de tweede
geplaatst en van een dubbelen inhoud, ontvangt het waterstofgas,
dat daar met zijne negatieve pool komt.

"Kranen, van welke de eene een tweemaal grootere opening heeft dan
de andere, doen deze twee kisten gemeenschap hebben met een vierde,
die kist van menging genoemd wordt. Daar vermengen zich werkelijk
de twee gassoorten, die ontstaan uit de ontleding van het water. De
inhoud van deze kist is ongeveer 41 kubiek voet. [13]

"Aan het bovenste deel dezer kist is eene buis van platina, voorzien
van eene kraan.

"Gij hebt het reeds begrepen, mijne heeren: de toestel dien ik
u beschrijf is niets anders dan een gaspijp voor zuurstof en
waterstofgas, waarvan de hitte die der smidskolen overtreft.

"Ik ga nu over tot het tweede gedeelte van den toestel. Uit het
onderste gedeelte van mijn ballon, die hermetisch gesloten is, komen
twee buizen te voorschijn, die dicht bij elkander liggen. De eene
begint in het midden der bovenste lagen van het waterstofgas, de andere
in de onderste lagen. Deze twee buizen zijn van afstand tot afstand
voorzien van sterke geledingen van Caoutchouc, die haar veroorloven
zich naar de slingeringen van den luchtballon te buigen. Zij dalen
beiden tot het schuitje af en steken met het andere uiteinde in eene
ijzeren, cylindervormige kist, die warmtekist genoemd wordt. Zij is
aan de twee uiteinden gesloten door twee sterke schijven van hetzelfde
metaal. De buis, die uit het onderste gedeelte van den ballon komt,
gaat in deze cylindervormige kist, door de onderste schijf; zij dringt
er in door en neemt dan de gedaante aan van eene schroefvormige slang,
wier op elkander geplaatste ringen bijna de geheele hoogte der kist
beslaan. Voordat de slang er uitkomt, komt zij eerst in een kleinen
kegel, wiens holle basis, in de gedaante van een bolvormig kapje,
naar beneden gericht is. Door den top van dien kegel komt de tweede
buis te voorschijn en begeeft zich, zoo als ik u gezegd heb, naar
de bovenste lagen van den ballon. Het bolvormige kapje des kegels is
van platina, opdat het niet smelte door den invloed van de gaspijp,
want deze is geplaatst op den bodem van de ijzeren kist, in het midden
van de schroefvormige slang, en het uiteinde van zijne vlam zal dit
kapje lekken. Gij weet, mijne heeren, wat een verwarmingstoestel is
om de vertrekken te verwarmen, gij weet hoe die werkt. De lucht van
het vertrek wordt gedwongen door de buizen te gaan, en komt er weder
uit met een hoogere temperatuur. Maar wat ik u daar beschreven heb,
is inderdaad niets anders dan een verwarmingstoestel. Wat gebeurt
er nu? Als de gaspijp aangestoken is, wordt het waterstofgas van
de slang en den hollen kegel heet en stijgt snel op door de buis,
die het naar het bovenste gedeelte van den ballon voert. Onderaan
komt een luchtledig en dit trekt het gas in de benedenste deelen
aan, dat op zijne beurt warm wordt en voortdurend vervangen wordt;
dus ontstaat er in de buizen en in de slang een zeer snelle stroom
van gas, dat uit den ballon komt en er weder in terugkeert, terwijl
het onophoudelijk heeter wordt.

"De gassoorten zetten 1/481 van hunne massa uit bij elken graad
warmte, als ik dus de temperatuur 18 graden Fahrenheit hooger maak,
zal het waterstofgas van den ballon 18/481 van zijne massa uitzetten,
dat is 1674 kubiek voet [14], hij zal dus 1674 kubiek voet lucht
meer verplaatsen, hetgeen zijne stijgingskracht met 160 pond zal
vermeerderen. Dit komt op hetzelfde neer alsof men evenveel ballast
uitwerpt. Als ik de temperatuur 180° verhoog zal het gas 180/481
uitzetten, het zal dan 16740 kubiek voet [15] meer verplaatsen,
en zijne stijgkracht zal met 1600 pond vermeerderen.

"Gij begrijpt, mijne heeren, dat ik dus gemakkelijk eene aanzienlijke
stoornis' in het evenwicht kan verkrijgen. De inhoud van den ballon
is zoodanig berekend dat, als hij ten halve gevuld is, hij een
gewicht lucht verplaatst, precies gelijk aan het omkleedsel van het
waterstofgas en het schuitje beladen met de reizigers en al zijn
toebehooren. Dan is hij volmaakt in evenwicht in de lucht, en hij
steigt noch daalt.

"Om te stijgen, breng ik het gas op eene hoogere temperatuur dan die
van de omringende lucht, door middel van mijne gaspijp. Door deze
overmaat van warmte verkrijgt het eene sterkere spanning en doet den
ballon meer zwellen, die des te hooger stijgt, naar mate ik het gas doe
uitzetten. De daling geschiedt natuurlijk door de hitte van de gaspijp
te matigen en de temperatuur te verkoelen. In het algemeen zal men
dus sneller klimmen dan dalen. Dit is een gelukkige omstandigheid, ik
heb nooit eenig belang bij eene snelle daling, maar door eene spoedige
rijzing vermijd ik de hinderpalen. De gevaren zijn beneden, niet boven.

"Overigens heb ik, zoo als ik heb gezegd, eene zekere hoeveelheid
ballast, die mij zal veroorloven nog sneller te rijzen, als het noodig
wordt. Mijne klep, op de bovenste pool des ballons, behoudt altijd
dezelfde hoeveelheid waterstofgas; de veranderingen van temperatuur,
die ik in dit besloten gas voortbreng, verschaffen alleen de bewegingen
van rijzen en dalen.

"Nu, mijne heeren, zal ik als practische bijzonderheid het volgende
hier bijvoegen. Het verbranden van waterstof en zuurstofgas aan
de punt van de gaspijp brengt slechts waterdamp voort. Daarom heb
ik het benedenste deel der cylindervormige ijzeren kist met eene
aflatingsbuis met klep voorzien, die bij minder dan twee atmospheren
druk werkt; zoodra zij die spanning bereikt heeft, ontsnapt de
damp van zelve. Zie hier nauwkeurige berekeningen. Vijf-en-twintig
gallons [16] ontleed water geven twee honderd pond zuurstofgas en 25
pond waterstofgas. Dit stelt, bij gewonen luchtdruk, 1890 kub. voet
[17] van het eerste en 3780 [18] kub. voet van het tweede voor, te
zamen 5670 kub. voet [19] mengsel. Maar de kraan van mijne gaspijp
geheel geopend zijnde, verteert 27 kub. voet [20] in het uur met
eene vlam, die ten minste zes malen heeter is dan die van de groote
gaslantaarns. Ik zal dus gemiddeld, en om mij op eene geringe hoogte
te houden, niet meer dan 9 kub. voet [21] per uur verbranden; mijne
25 gallons water verschaffen mij dus eene luchtreis van 630 uren,
of een weinig meer dan 26 dagen. Daar ik nu naar willekeur kan dalen
en mijn voorraad van water op de aarde kan vernieuwen, kan mijne reis
zoo lang duren als ik wil.

"Ziedaar mijn geheim, mijne heeren, het is eenvoudig en moet slagen. De
uitzetting en inkrimping van het gas in den luchtballon is mijn middel,
dat geen omslachtigen toestel noodig heeft. Een verwarmingstoestel om
mijne temperatuur te doen veranderen, een gaspijp om die te verwarmen,
is noch ongemakkelijk noch zwaar. Ik geloof dus alle voorwaarden voor
een goeden uitslag te hebben vervuld."

Dus eindigde doctor Ferguson zijne rede, en hij werd van harte
toegejuicht. Men kon hem geene tegenwerping meer maken, alles was
voorzien en opgelost.

"Echter," zeide de commandant, "het kan gevaarlijk zijn."--"Wat komt
dat er op aan," zeide de doctor, "als het uitvoerbaar is."




XI.

	Aankomst te Zanzibar.--De engelsche consul.--Slechte stemming
	der inwoners.--Het eiland Koumbeni.--De regenmakers.--Vulling
	van den ballon.--Vertrek op den 18den April.--Laatst
	vaarwel.--De Victoria.


Een goede wind had den gang van de Resolute naar de plaats der
bestemming begunstigd. De vaart door het kanaal van Mozambique was
bijzonder kalm. De zeereis deed een goed vermoeden opvatten van de
luchtreis. Ieder haakte naar het oogenblik der aankomst en wilde de
laatste hand leggen aan de toebereidselen van doctor Ferguson.

Eindelijk kwam het schip in het gezicht van de stad Zanzibar op het
eiland van denzelfden naam gelegen, en den 15den April, ten 11 uur
's morgens, liet men het anker in de haven vallen.

Het eiland Zanzibar behoort aan den Iman van Maskate, bondgenoot van
Frankrijk en Engeland en het is zeker zijne schoonste volkplanting. In
de haven komen een groot aantal schepen van de naburige streken.

Het eiland is van de Afrikaansche kust slechts door een kanaal
gescheiden, welks grootste breedte dertig mijlen niet te boven
gaat. Het drijft een aanzienlijken handel in gom, ivoor en vooral in
"ebbenhout," want Zanzibar is de grootste slavenmarkt. Daar is het
middelpunt van samenkomst van den buit, veroverd in de gevechten
die de inlandsche opperhoofden elkander onophoudelijk leveren. Deze
handel strekt zich over de geheele oostkust uit tot aan de breedte
waaronder de Nijl ligt, en G. Le Jean heeft hem openlijk zien drijven
onder Fransche vlag. [22]

Bij de aankomst van de Resolute kwam de Engelsche consul te Zanzibar
aan boord en stelde zich ter beschikking van den doctor, van wiens
ontwerpen hij sedert eene maand door de Europeesche dagbladen op
de hoogte was gehouden. Maar tot heden behoorde hij tot de talrijke
ongeloovigen.--"Ik twijfelde," zeide hij, de hand aan Samuel Ferguson
toereikende, "maar nu twijfel ik niet meer."

Hij bood zijn eigen huis den doctor, Dick Kennedy en natuurlijk ook
den braven Joe aan.

Door zijne zorg kreeg de doctor kennis van verschillende brieven, die
hij van kapitein Speke had ontvangen. De kapitein en zijne metgezellen
hadden verschrikkelijk te lijden gehad van den honger en het slechte
weder, voordat zij het land Ugogo bereikten; zij vorderden slechts
met de uiterste moeielijkheid en dachten niet spoedig weder iets
van zich te kunnen doen hooren.--"Ziedaar nu gevaren en ontberingen,
die wij zullen weten te vermijden," zeide de doctor.

De bagage der drie reizigers werd naar het huis des consuls
gebracht. Men maakte zich gereed den ballon op het strand van Zanzibar
te ontschepen; bij den seinpaal was eene gunstige plek, in de nabijheid
van een groot gebouw, dat hem tegen den Oostenwind zou beschutten. Deze
groote toren, gelijk aan een vat dat overeind staat, en in vergelijking
waarvan het Heidelberger vat slechts een klein vaatje was, diende tot
fort, en op het platte dak hielden Beloutchis, met lansen gewapend,
de wacht.

Maar toen de luchtbal ontscheept zou worden werd de consul
gewaarschuwd, dat de bevolking zich met geweld daartegen zou
verzetten. Niets is zoo blind als dweepzuchtige hartstochten. De
tijding der aankomst van een christen, die in de lucht zou opstijgen,
werd met verbittering ontvangen; de negers, veel meer ontroerd dan de
Arabieren, zagen in dit ontwerp vijandelijke bedoelingen jegens hen;
zij geloofden dat men het op de zon en de maan voorzien had. Deze twee
hemellichamen zijn een voorwerp van vereering voor de Afrikaansche
volksstammen. Men besloot dus zich tegen deze heiligschennende
expeditie te verzetten.

De consul, van deze stemming onderricht, hield raad met doctor Ferguson
en den commandant Pennet. Deze laatste wilde niet voor bedreigingen
terugdeinzen, maar zijn vriend deed hem te dien opzichte rede verstaan.

"Wij zouden zekerlijk de bovenhand krijgen," zeide hij, "de
garnizoen-soldaten van den Iman zelf zouden ons, desgevorderd,
gewapenderhand bijstaan, maar, mijn waarde commandant, een ongeluk
ligt in een klein hoekje; er zou slechts één ongelukkig schot noodig
zijn om aan den ballon een onherstelbaar nadeel toe te brengen en de
reis zou voor goed verhinderd zijn; wij moeten dus met de grootste
voorzorgen handelen."

"Maar wat te doen? Als wij op de kust van Afrika ontschepen, zullen
wij dezelfde moeielijkheden ondervinden!"--"Niets is eenvoudiger,"
antwoordde de consul. "Zie deze eilanden, die aan de andere zijde
der haven liggen, ontscheep uw luchtbal op een daarvan, versterk u
met eene troep matrozen en gij zult geen gevaar loopen."

"Kapitaal!" zeide de doctor, "en wij zullen op ons gemak onze
toebereidselen kunnen maken."

De commandant gaf gehoor aan dien raad. De Resolute naderde het
eiland Koumbeni. In den morgen van den 16den April werd de ballon in
veiligheid gebracht te midden eener opene plek in de groote bosschen
die daar groeien.

Men plaatste twee palen, 80 voet hoog en op even grooten afstand van
elkander; een stel katrollen aan hun uiteinde vastgemaakt, veroorloofde
den luchtballon in de hoogte te heffen door een dwars gelegen kabel;
toen was hij nog geheel ongevuld. De binnenste ballon was aan den
top van den buitensten zoodanig vastgemaakt, dat hij eveneens kon
worden opgelicht. Aan het binnenste verlengstuk van iederen ballon
waren de geleibuizen voor het waterstofgas bevestigd. De dag van den
17den werd doorgebracht met het schikken van den toestel, bestemd tot
vorming van het gas; hij was samengesteld uit 30 tonnen, in welke het
water ontleed werd door middel van oud ijzer en zwavelzuur, dat in
eene groote menigte water met elkander in verband werd gebracht. Het
waterstof kwam in eene groote, in het midden geplaatste ton, na bij
zijn doorgang te zijn gewasschen, en vandaar in elken luchtballon
door de geleibuizen. Op deze wijze werden beiden met eene bepaalde
hoeveelheid gas gevuld.

Voor deze bewerking moest men 1866 gallons [23] zwavelzuur, 16050
pond ijzer [24] en 9166 gallons [25] water gebruiken. Zij begon den
volgenden morgen tegen drie uur en duurde bijna acht uren. Des anderen
daags hing de ballon, bedekt met zijn net, bevallig in evenwicht boven
het schuitje, vastgehouden door een groot aantal zakken aarde. De
toestel voor de uitzetting werd met groote zorg in elkander gezet en
de buizen, die uit den ballon kwamen, werden aan de cylindervormige
kist vastgemaakt.

De ankers, touwen, werktuigen, dekens, de tent, de levensmiddelen
en de wapens namen elk hunne bepaalde plaats in het schuitje in;
de voorraad water werd te Zanzibar ingenomen. De tweehonderd pond
ballast werd verdeeld in vijftig zakken op den bodem van het schuitje,
maar onder het bereik van de hand.

Deze toebereidselen eindigden tegen 5 uur des avonds; schildwachten
waakten onophoudelijk rondom het eiland, en de sloepen van de Resolute
doorkruisten het kanaal. De negers betoonden voortdurend hun toorn
door kreten, grimassen en allerlei lichaamsverdraaiingen. De toovenaars
doorliepen de vertoornde groepen, deze verbittering aanwakkerende, en
eenige dweepzuchtigen beproefden het eiland met zwemmen te bereiken,
maar men verwijderde hen gemakkelijk.

Toen begonnen de duivelskunsten en de bezweringen, de regenmakers,
die beweren de wolken te kunnen bevelen, riepen de orkanen en de
"steenregens," [26] te hulp; daarvoor plukten zij bladeren van alle
soorten van boomen des lands, deden die koken op een klein vuur,
terwijl men een schaap doodde, door het eene lange naald in het hart te
stooten. Maar in spijt van hunne plechtigheden bleef de hemel helder.

De negers gaven zich toen over aan woedende drinkgelagen, zich dronken
makende met den "tembo", een bedwelmenden drank, dien men van den
kokosboom verkrijgt, of met een soort van zeer koppig bier "togwa"
genoemd. Hunne zangen, zonder eenige geregelde melodie, maar met eene
zeer juiste maat, duurden tot laat in den nacht.

Tegen zes uur des avonds vereenigde een laatste maaltijd de reizigers
aan de tafel van den commandant en zijne officieren. Kennedy, wien
niemand meer ondervroeg, mompelde onhoorbare woorden; hij verloor
doctor Ferguson niet uit het gezicht.

Deze maaltijd was niet vroolijk. Het naderende laatste oogenblik
veroorzaakte pijnlijke overdenkingen. Wat zou het lot van die
stoutmoedige reizigers zijn? Zouden zij elkaar ooit terugvinden te
midden hunner vrienden aan den huiselijken haard? Als de middelen
van vervoer begonnen te ontbreken, wat zou er dan van hen worden
te midden dier woeste volksstammen, in deze ondoorzochte streken en
onmetelijke woestenijen?

Deze gedachten, tot nu toe verward, en waaraan men weinig hechtte,
bekropen toen de verhitte verbeelding. Doctor Ferguson, altijd koel
en bedaard, sprak over verschillende zaken. Maar te vergeefs poogde
hij die algemeene treurigheid te verbannen.

Daar men eenige onaangenaamheden voor den persoon van Ferguson en
zijne reisgezellen vreesde, sliepen zij alle drie aan boord van de
Resolute. Te zes uur des morgens verlieten zij hunne hut en begaven
zich naar het eiland Koumbeni.

De ballon slingerde een weinig door den oostenwind. De zakken aarde,
die hem tegenhielden, waren vervangen door twintig matrozen. De
commandant Pennet en zijne officieren waren bij dit plechtig vertrek
tegenwoordig.

Op dit oogenblik ging Kennedy recht op den doctor toe, vatte
zijne hand en zeide: "Gij zijt vast besloten om te vertrekken."--
"Zeker, waarde Dick."--"Ik heb alles gedaan wat ik kon om die reis
te verhinderen?"--"Alles."--"Dan is mijn geweten hieromtrent gerust
en ik vergezel u."--"Ik was er zeker van," antwoordde de doctor,
een weinig ontroerd.

Het oogenblik van het laatste afscheid kwam. De commandant en zijne
officieren omhelsden met vervoering hunne onverschrokken vrienden,
zonder den waardigen Joe te vergeten. Ieder der aanwezigen wilde
doctor Ferguson de hand schudden.

Te negen uur namen de drie reisgezellen plaats in het schuitje; de
doctor stak zijn gaspijp aan en zette de vlam aan om eene spoedige
warmte voort te brengen. De ballon, die in volmaakt evenwicht hing,
begon na eenige minuten te rijzen. De matrozen moesten de touwen,
die hem terughielden, een weinig laten schieten. Het schuitje verhief
zich ongeveer twintig voet.

"Mijne vrienden," zeide de doctor, rechtop staande tusschen zijne twee
metgezellen, en zijn hoed afnemende, "laat ons aan ons luchtschip een
naam geven, die het geluk aanbrengt! Laat ons het de Victoria noemen."

Een luid hoezee weergalmde: "Leve de koningin! leve Engeland!"

Op dit oogenblik nam de stijgkracht van den ballon sterk toe. Ferguson,
Kennedy en Joe zeiden een laatst vaarwel aan hunne vrienden.--"Laat
alles los." riep de doctor.--En de Victoria verhief zich snel in
de lucht, terwijl de vier kanonnen van de Resolute te zijner eer
losbrandden.




XII.

	Overtocht der zee-engte.--De Mrima.--Gesprekken van Dick
	en voorstel van Joe.--Recept voor koffie.--De Uzaramo.--De
	ongelukkige Maizan.--De berg Duthumi.--De kaarten van den
	doctor.--Nacht op een Konzenilje-Kaktus.


De lucht was helder, de wind matig; de Victoria steeg bijna tot eene
hoogte van 1500 voet, die aangewezen werd door eene drukking van 5
duim min 2 strepen [27] van de barometer-kolom.

Op deze hoogte richtte een snellere luchtstroom den ballon naar het
zuidwesten. Welk prachtig schouwspel vertoonde zich aan de oogen
der reizigers! Het eiland Zanzibar was geheel zichtbaar en teekende
zich met donkerder kleuren, even als op eene groote vlakke kaart;
de velden namen een schijn aan van stalen van verschillende kleuren;
eene groote menigte boomen wees de bosschen en het kreupelhout aan.

De inwoners van het eiland geleken veel op insecten. De hoezee's en de
kreten verloren zich langzamerhand in den dampkring en de kanonschoten
van het schip trilden alleen in de binnenholte van den luchtballon.

"Hoe schoon is dit alles!" riep Joe uit, het stilzwijgen voor het
eerst afbrekende.

Hij kreeg geen antwoord. De doctor hield zich bezig met de
veranderingen van den barometer waar te nemen, en de verschillende
bijzonderheden zijner opstijging op te teekenen. Kennedy zag rond en
had geen oogen genoeg om alles te zien. De zonnestralen kwamen de
gaspijp te hulp, de spanning van het gas vermeerderde. De Victoria
bereikte eene hoogte van 2500 voet. De Resolute geleek eene kleine
boot en de Afrikaansche kust teekende zich in het oosten af door een
grooten rand schuim.--"Gij spreekt niet," zeide Joe.--"Wij beschouwen,"
antwoordde de doctor, zijn verrekijker op het vasteland richtende.--"Ik
moet spreken."--"Zoo als gij wilt! Joe, spreek zooveel het u behaagt."

Joe liet alleen eene groote menigte klanknabootsingen hooren. Gedurende
den overtocht der zee oordeelde de doctor het goed zich op die
hoogte te houden; hij kon de kust over eene grootere uitgestrektheid
waarnemen; de thermometer en de barometer, binnen de tent opgehangen,
waren steeds onder het bereik van zijn gezicht; een tweede barometer,
die buiten hing, moest gedurende den nacht dienen.

Na twee uren kwam de Victoria, met eene snelheid van meer dan acht
mijlen voortgestuwd, aanmerkelijk dichter bij de kust. De doctor
besloot de aarde te naderen; hij matigde de vlam van de gaspijp,
en weldra daalde de ballon tot op 300 voet hoogte van den grond.

Het bevond zich boven Mrima, welken naam de oostkust van Afrika daar
draagt; dikke zoomen van wortelboomen beschermden de oevers; het lage
getij liet hunne wortels zien, die door den Indischen oceaan werden
bespoeld. De duinen, die vroeger de kustlijn vormden, vertoonden
zich aan den horizon, en de berg Nguru hief in het noorden zijn top
in de hoogte.

De Victoria ging voorbij een dorp, dat de doctor op zijne kaart
herkende Kaole te zijn. De geheele bevolking liet een gehuil van
woede en vrees hooren, pijlen werden te vergeefs afgeschoten tegen dit
monster der lucht, dat majestueus boven al deze machtelooze teekens
van woede zweefde.

De wind ging naar het zuiden, maar de doctor verontrustte zich niet
over die richting, zij veroorloofde hem, integendeel, den weg te
volgen, afgebakend door de kapiteins Burton en Speke. Kennedy was
eindelijk even spraakzaam geworden als Joe, zij uitten woorden
van verwondering tot elkander.--"Weg met de diligences!" zeide
de een.--"Weg met de stoombooten," zeide de ander.--"Weg met de
spoorwegen!" antwoordde Kennedy, "met welke men de landen doortrekt
zonder ze te zien."--"Spreek mij van een ballon!" hernam Joe;
"men voelt niet dat men gaat en de natuur ontrolt zich voor uwe
oogen. Welk een schouwspel! Welke bewondering! welke verrukking! een
droom in eene hangmat."--"Als wij eens gingen ontbijten?" zeide Joe,
die honger kreeg van de lucht.--"Dat is een goed denkbeeld, mijn
jongen."--"O! de toebereidselen zullen niet lang duren! Beschuit en
verduurzaamd vleesch."--"En koffie zooveel gij lust," voegde de doctor
er bij. "Ik veroorloof u de warmte van mijne gaspijp te gebruiken,
er is genoeg. En op die wijze zullen wij geen brand behoeven te
vreezen."--"Dat zou verschrikkelijk zijn," hernam Kennedy. "Het
zou zijn als of wij een kruithoorn onder ons hadden."--"Niet geheel
en al," antwoordde Ferguson, "maar als het gas vlam zette, zou het
langzamerhand verteren en wij zouden dalen, hetgeen voor ons zeer
onaangenaam zou zijn; wees echter onbevreesd, onze luchtballon
is hermetisch gesloten."--"Laat ons dan eten," zeide Kennedy;
"zie daar, mijne heeren," zeide Joe, "terwijl ik u navolg, zal ik
eene koffie gereed maken, welke gij eens moet proeven."--"De zaak is
deze," zeide de doctor, "dat Joe, bij duizend goede hoedanigheden,
een bijzonder talent heeft, om dien lekkeren drank gereed te maken;
hij stelt dien samen uit verschillende voortbrengselen, die hij mij
nooit heeft willen noemen."--"Welnu, meester, dewijl wij nu in de
volle lucht zijn, wil ik u mijn recept mededeelen. Het is enkel een
mengsel van gelijke hoeveelheden mokka, bourbon en rio-nuez."

Eenige oogenblikken daarna waren drie koppen rondgediend en gebruikten
zij een stevig ontbijt, gekruid door de goede luim der gasten;
vervolgens ging ieder op zijn post van waarneming.

Het land onderscheidde zich door eene buitengewone
vruchtbaarheid. Kronkelende en nauwe voetpaden drongen door onder
gewelven van groen. Men ging over velden, bebouwd met tabak, maïs,
gierst, die reeds rijp waren; hier en daar zag men uitgestrekte
rijstvelden met hunne rechtopgaande halmen en purperkleurige
bloemen. Men bemerkte schapen en geiten in groote kooien, die
op paalwerk stonden om hen tegen de luipaarden te beschermen. Een
weelderige plantengroei versierde kwistig deze streken. In sierlijke
dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid op het gezicht van
de Victoria, en doctor Ferguson hield zich voorzichtig buiten het
bereik der palen; de inwoners om hunne hutten verzameld, vervolgden
de reizigers langen tijd met ijdele verwenschingen.

Op den middag geloofde de doctor, zijne kaart raadplegende, dat hij
zich boven het land Uzaramo [28] bevond. Het veld vertoonde zich
vol met kokosboomen en katoenboomen. Joe vond dezen plantengroei
zeer natuurlijk in Afrika. Kennedy bemerkte hazen en krekels, die
er slechts op schenen te wachten om een kogel te ontvangen, maar dat
zou kruit verspild zijn omdat men het wild niet kon opnemen.

De luchtreizigers gingen met eene snelheid van twaalf mijlen in het
uur en bevonden zich weldra op eene lengte van 38° 20' boven het
dorp Tounda.

"Daar werden Burton en Speke door hevige koortsen aangetast," zeide
de doctor, "en geloofden zij voor een oogenblik dat hunne onderneming
mislukt was. En echter waren zij nog niet ver van de kust, maar reeds
deden zich de vermoeienis en de ontberingen ernstig voelen."

Inderdaad heerscht in deze landstreek voortdurend eene ongezonde lucht,
en de doctor kon den invloed daarvan niet ontgaan dan door den ballon
boven de besmettingen dezer vochtige aarde te verheffen.

Van tijd tot tijd bemerkte men eene karavaan, die in eene
"kraal" rustte en de koelte van den avond afwachtte om zijn weg te
vervolgen. Deze kralen zijn uitgestrekte gronden, omringd met hagen,
waarin de kooplieden niet alleen bescherming zoeken tegen de wilde
dieren, maar ook tegen de plunderende stammen der landstreek. Men
zag de inlanders loopen en zich verspreiden op het gezicht van
de Victoria. Kennedy wilde hen meer van nabij bezien, maar Samuel
verzette zich standvastig daartegen.

"De opperhoofden zijn met musketten gewapend," zeide hij, "en onze
ballon zou een te gemakkelijk mikpunt zijn voor een kogel."--"Zou een
gat, door een kogel gemaakt, een val veroorzaken?" vroeg Joe.--"Niet
onmiddellijk, maar weldra zou dat gat eene wijde scheur worden,
waardoor al ons gas zou ontsnappen."--"Laat ons dan op een eerbiedigen
afstand van die goddeloozen blijven. Wat moeten zij wel denken als
zij ons in de lucht zien zweven? Ik ben zeker dat zij lust hebben om
ons te aanbidden."

"Laat hen ons aanbidden," antwoordde de doctor, "maar van verre. Men
wint altijd daarbij. Ziet, het land verandert reeds van aanzien; de
dorpen worden zeldzamer, de wortelboomen zijn verdwenen, hun groei
houdt op deze breedte op. De grond wordt bergachtig en doet naburige
bergen vermoeden."

"Inderdaad," zeide Kennedy, "ik meen eenige hoogten aan dezen kant
te bemerken."--"In het westen ..., het zijn de eerste bergketens van
Ourizara, de berg Duthumi, zonder twijfel, achter welken ik hoop
den nacht door te brengen. Ik zal de vlam van de gaspijp wat meer
opstoken; wij zijn verplicht op eene hoogte van vijf à zes honderd
voet te blijven."

"Het is toch een goed denkbeeld dat gij daar hebt, mijnheer," zeide
Joe, "het is noch moeielijk noch vermoeiend, men draait eene kraan
om en alles is afgeloopen."--"Hier zijn wij meer op ons gemak,"
zeide de jager, toen de ballon gestegen was, "de weerkaatsing
der zonnestralen in dit roode zand wordt onverdraaglijk."--"Welke
prachtige boomen!" riep Joe uit, "hoewel zeer natuurlijk, is het
toch schoon! Men zou geen twaalf stuks daarvan noodig hebben om een
bosch te maken."--"Het zijn baobabs," antwoordde doctor Ferguson,
"ziet, hier is er een, wiens stam 100 voet omtrek zal hebben. Het
is misschien aan den voet van dezen zelfden boom, dat de Franschman
Maizan in 1845 stierf, want wij zijn boven Deje-la-Mhora, waar hij
zich alleen waagde; hij werd door het opperhoofd dier streek gevat,
aan den voet van een baobab vastgebonden, en die woeste neger sneed
hem langzaam zijne ledematen af, terwijl de oorlogszang weergalmde;
vervolgens sneed hij hem in de keel, hield op om zijn stomp geworden
mes te slijpen, en rukte het hoofd van den ongelukkige af, voordat
het was afgesneden! Die arme Franschman was 26 jaar oud."

"En Frankrijk heeft geen wraak genomen over zulk eene misdaad?" vroeg
Kennedy.--"Frankrijk heeft gereclameerd; de Sultan van Zanzibar heeft
alles gedaan om den moordenaar machtig te worden, maar is er niet in
geslaagd."--"Ik verzoek, dat wij ons niet onderweg ophouden," zeide
Joe, "laat ons stijgen, mijn meester."--"Des te liever, Joe, daar de
berg Duthumi voor ons ligt. Als mijne berekeningen nauwkeurig zijn,
zullen wij hem overgetrokken zijn vóór heden avond zeven uur."--"Zullen
wij des nachts niet reizen?" vroeg de jager.--"Als het niet behoeft,
neen; met voorzorgen en waakzaamheid zou men het zonder gevaar doen,
maar het is niet voldoende Afrika door te reizen, wij moeten het
zien."--"Tot hiertoe hebben wij geen klagen, meester. Het is het
best bebouwde en vruchtbaarste land der wereld, in plaats van een
woestijn. Sla maar geloof aan aardrijkskundigen."--"Wacht maar Joe,
later zullen wij zien."

Ongeveer half zeven uur des avonds bevond de Victoria zich tegenover
den berg Duthumi; om hem over te trekken, moest men meer dan 3000
voet hoog stijgen en daarvoor behoefde de doctor de temperatuur
slechts met 18° Fahrenheit te verhoogen. Men kan zeggen dat hij zijn
ballon naar zijne hand zette. Kennedy wees hem de hinderpalen aan,
en de Victoria vloog door de lucht over de bergen.

Te acht uur daalde hij aan den anderen kant waar de helling glooiender
was; de ankers werden uit het schuitje geworpen en een van hen
viel in de takken van een Cochenilje-Cactus en bleef er stevig
in vastzitten. Terstond liet Joe zich langs het touw afglijden en
maakte het stevig vast. Men wierp hem de zijden ladder toe, en hij
klom vlug weder naar boven. De luchtballon bleef bijna onbeweeglijk,
beschut tegen den oostenwind.

De avondmaaltijd werd gereed gemaakt; de reizigers maakten een groot
gat in hun voorraad, hongerig geworden door hunne luchtreis.--"Welken
weg hebben wij van daag afgelegd?" vroeg Kennedy, terwijl hij groote
brokken naar binnen sloeg.--De doctor berekende zijne plaats door
middel van waarnemingen van de maan en raadpleegde de uitmuntende
kaart, die hem tot gids diende; zij behoorde tot den atlas der nieuwste
ontdekkingen in Afrika, door zijn geleerden vriend Petermann te Gotha
uitgegeven en aan hem opgedragen. Deze atlas moest voor de geheele reis
van den doctor dienen, want hij bevatte den reisweg van Burton en Speke
naar de groote meren, Soedan volgens doctor Barth, den Beneden-Senegal
volgens Guillaume Lejean en de Delta van den Niger door doctor Baikie.

Ferguson had zich ook nog voorzien van een werk, dat in één deel
alles bevatte, wat men over den Nijl wist, getiteld: "De bronnen
van den Nijl, een algemeen overzicht van de kom dier rivier en haren
hoofdstroom, met de geschiedenis van de ontdekkingen te dien opzichte
door Charles Beke th. d."

Hij bezat ook de uitmuntende kaarten, uitgegeven in de "bulletins
van het Aardrijkskundig genootschap te Londen," en geen enkel punt
der ontdekte landen kon hem ontgaan.

Toen hij op zijne kaart zag, vond hij, dat zijn weg in breedte 2
graden of 120 mijlen naar het westen was.

Kennedy merkte op dat de weg zich naar het zuiden richtte; deze
richting voldeed echter den doctor, die zooveel mogelijk de sporen
zijner voorgangers wilde verkennen.

Men besloot den nacht in drie wachten te verdeelen, opdat ieder op
zijne beurt voor de veiligheid der twee anderen zou kunnen waken. De
doctor nam de wacht van 9 uur, Kennedy die van middernacht en Joe
die van 3 uur 's morgens.

Kennedy en Joe, in hunne dekens gewikkeld, strekten zich dus uit
onder de tent en sliepen rustig, terwijl doctor Ferguson waakte.




XIII.

	Verandering van weder.--Koorts van Kennedy.--Het geneesmiddel
	van den doctor.--Reizen te land.--De kom van Imengé.--De berg
	Rubeho.--Op zesduizend voet.--Een halt van een dag.


De nacht was kalm; echter klaagde Kennedy Zaterdag morgen bij zijn
ontwaken over loomheid en koortshuivering. Het weder veranderde; de
hemel, bedekt met dikke wolken, scheen voor een nieuwen zondvloed
voorraad op te doen. Dit land Zungomoro is een akelig land, waar
het bijna altijd regent, behalve misschien ongeveer veertien dagen
in Januari.

Deze hevige regen overviel weldra de reizigers; beneden hen werden de
wegen door "nullahs," eene soort van oogenblikkelijke stortvloeden,
doorsneden, onbegaanbaar, terwijl zij daarenboven nog bezet waren met
doornstruiken en reusachtige klimopplanten. Men bemerkte terstond
de uitdampingen van zwavel-waterstof-gas, waarvan kapitein Burton
spreekt.--"Volgens hem," zeide de doctor, "zou men haast gelooven, dat
een lijk achter elk kreupelbosch verborgen was."--"Een leelijk land,"
antwoordde Joe, "het schijnt, dat mijnheer Kennedy niet te wel is,
tengevolge dat hij er een nacht heeft doorgebracht."--"Inderdaad, ik
heb eene hevige koorts," zeide de jager.--"Dat is niet te verwonderen,
mijn waarde Dick, wij zijn in een der ongezondste streken van Afrika,
maar wij zullen niet lang daar blijven. Op weg."

Dank zij eene behendige beweging van Joe, werd het anker losgemaakt,
en Joe kwam langs de touwladder weder in het schuitje. De doctor deed
het gas uitzetten en de Victoria hernam zijne vlucht, door een vrij
hevigen wind voortgestuurd.

Eenige hutten kwamen nauwelijks te voorschijn uit dien verpestenden
mist. Het land veranderde van gedaante. Het gebeurt dikwijls in
Afrika dat eene ongezonde landstreek aan volmaakt gezonde landen
grenst. Kennedy leed zichtbaar, en de koorts tastte zijne krachtige
natuur sterk aan.--"Wij hebben toch nu geen tijd om ziek te zijn,"
zeide hij, zich in zijn deken wikkelende en zich onder de tent
nederleggende.--"Een weinig geduld, mijn waarde Dick," antwoordde
doctor Ferguson, "en gij zult spoedig genezen zijn."--"Genezen,
waarachtig Samuel, als gij in uwe medicijnkist een drankje hebt, dat
mij weder op de been brengt, geef het mij dan terstond. Ik zal met
gesloten oogen alles inslikken."--"Ik heb iets beters dan dat, vriend
Dick, en ik zal u een koortsverdrijvend middel geven, dat u niets
zal kosten."--"En hoe zult gij dit aanleggen?"--"Zeer eenvoudig. Ik
zal boven deze wolken stijgen, die ons overstroomen en ons van dezen
verpestenden dampkring verwijderen. Ik vraag u slechts tien minuten,
om het waterstofgas uit te zetten."

De tien minuten waren nog niet verloopen, toen de reizigers reeds
den vochtigen dampkring te boven waren.--"Wacht een weinig, Dick,
dan zult gij den invloed der zuivere lucht en zon voelen."--"Dat is
eerst een wondermiddel!" zei Joe.--"Neen, het is zeer natuurlijk."--"O,
daaraan twijfel ik niet."--"Ik zend Dick naar een gezonde lucht, zooals
men dat dagelijks in Europa doet, en te Martinique zou ik hem naar de
Pitons [29] zenden, om de gele koorts te ontkomen."--"Deze ballon is
waarlijk een paradijs," zeide Kennedy, die reeds meer op zijn gemak
was.--"In alle gevallen leidt hij er heen," antwoordde Joe ernstig.

Het schouwspel der wolken, die zich op dit oogenblik beneden het
schuitje samenpakten, was merkwaardig; zij schoven over elkander
en boden een schitterenden glans aan door het terugkaatsen der
zonnestralen. De Victoria bereikte eene hoogte van 4000 voet. De
thermometer wees een vermindering van temperatuur aan. Men zag de
aarde niet meer. Op een afstand van 50 mijlen westwaarts verhief
de berg Rubeho zijn fonkelende kruin, hij vormde de grens van het
land Ugogo op 36° 20' lengte. De wind woei met eene snelheid van 20
mijlen in het uur; maar de reizigers voelden niets van die snelheid,
zij ondervonden geen enkelen schok, terwijl zij niet eens bemerkten
dat zij voortgingen.

Drie uren later verwezenlijkte zich de voorzegging van den
doctor. Kennedy gevoelde geene koortshuivering meer en ontbeet met
eetlust.--"Dat is beter dan de kinine," zeide hij vergenoegd.--"Hier
zal ik mij op mijn ouden dag nederzetten," zeide Joe.

Ongeveer tien uur 's morgens werd de dampkring helder. Er kwam eene
opening in de wolken, de aarde werd weder zichtbaar; de Victoria
naderde haar langzamerhand. Doctor Ferguson zocht een luchtstroom, die
hen meer naar het noordoosten dreef en hij ontmoette dien op 600 voet
boven den grond. Het land werd oneffen, zelfs bergachtig. Het district
van den Zungomoro verdween in het oosten met de laatste kokosboomen
op deze breedte. Weldra begonnen de kruinen der bergen meer vooruit
te steken. Eenige toppen verhieven zich hier en daar. Men moest zich
elk oogenblik in acht nemen voor de scherpe kegels, die onverwachts
uit den grond schenen te komen.

"Wij zijn te midden der blinde klippen," zeide Kennedy.--"Wees gerust,
Dick! wij zullen ze niet raken."--"Het is toch eene mooie manier van
reizen," zeide Joe.--Inderdaad stuurde de doctor zijn ballon met eene
bewonderenswaardige behendigheid.

"Als wij op dezen doorweekten grond moesten loopen," zeide hij,
"dan zouden wij in een ongezond slijk rondplassen. Sedert ons vertrek
naar Zanzibar zou de helft onzer lastdieren reeds van vermoeienis
gestorven zijn. Wij zouden er uitzien als schimmen en wanhopig
worden. Wij zouden onophoudelijk moeten worstelen met onze gidsen
en dragers, blootgesteld aan hunne teugellooze onbeschoftheid. Des
daags heerscht daar eene vochtige, onverdraaglijke, drukkende hitte,
des nachts eene dikwijls onverdraaglijke koude en men voelt de steken
van zekere vliegen, wier beten het dikste linnen doorboren en die
krankzinnigheid veroorzaken! En dat alles zonder nog eens te spreken
van de wilde dieren en woeste volksstammen."--"Ik wil er geene proef
van nemen," zeide Joe.--"Ik overdrijf niets," zeide doctor Ferguson,
"want bij het verhaal der reizigers, die de stoutheid hebben gehad
zich in die streken te wagen, zouden u de tranen in de oogen komen."

Tegen 11 uur trok men de kom van Imengé over; de op deze heuvels
verstrooide stammen dreigden te vergeefs den Victoria met hunne
wapens. Eindelijk kwam men aan de laatste golvingen van den grond,
die den Rubeho voorafgaan; zij vormen den derden en hoogsten bergketen
van Usagara.

De reizigers gaven zich rekenschap van de bergbeschrijving van dit
land. Deze drie vertakkingen, waarvan de Duthumi den eersten trap
vormt, zijn door uitgestrekte vlakten gescheiden; deze verheven
kruinen bestaan uit afgeronde kegels, waartusschen de grond bezaaid
is met ongeregelde rotsblokken en keien. De steilste helling dezer
bergen is aan den kant van de kust van Zanzibar; de westelijke
hellingen zijn slechts hellende vlakten. De lage gronden zijn bedekt
met eene zwarte en vruchtbare aarde, waar de plantengroei weelderig
is. Verschillende riviertjes loopen naar het oosten en vereenigen
zich met den Kingani te midden van reusachtige bosschen, egyptische
vijgeboomen, tamarindeboomen, kalebasboomen en palmyras.

"Let op!" zeide doctor Ferguson, "wij naderen den Ruhebo, wiens naam
in de landtaal 'doortocht der winden' beteekent; wij zullen wel doen
zijne scherpe kanten op eene zekere hoogte om te trekken. Als mijne
kaart goed is, moeten wij hooger dan 5000 voet stijgen."--"Zullen
wij dikwijls gelegenheid hebben eene hoogere luchtstreek te
bereiken?"--"Zelden; de hoogte der bergen in Afrika schijnt gering
in vergelijking van die in Europa en Azië. Maar in alle gevallen zal
onze Victoria er over trekken."

In korten tijd steeg de ballon aanmerkelijk. De uitzetting van het
waterstofgas had overigens niets gevaarlijks, en de groote ruimte
van den luchtballon was slechts voor drie-vierde deelen gevuld; de
barometer wees, door eene daling van bijna 8 Eng. duim, eene hoogte
aan van 6000 voet.--"Zouden wij lang zoo kunnen voortgaan?" vroeg
Joe.--"De dampkring der aarde heeft eene hoogte van 6000 toises
[30]. Met een grooteren ballon zou men ver komen. Dit hebben Brioschi
en Gay-Lussac gedaan, maar toen kwam het bloed hun uit mond en
ooren. De lucht om in te ademen ontbrak. Eenige jaren geleden waagden
twee stoutmoedige Franschen, Barral en Bixio, zich ook in de hoogere
luchtstreken, maar hun ballon scheurde."--"En zij vielen?" vroeg
Kennedy levendig.--"Zonder twijfel, maar, zoo als geleerden moeten
vallen, zonder eenig letsel te bekomen."--"Welnu, heeren!" zeide Joe,
"het staat u vrij hun val na te volgen, maar ik voor mij, die slechts
een domoor ben, houd liever den middelweg, noch te laag noch te
hoog. Men moet niet eerzuchtig zijn."

Op 6000 voet hoogte is de dichtheid der lucht reeds aanmerkelijk
verminderd; het geluid verspreidt er zich moeielijk en de stem
doet zich niet zoo goed hooren. Het gezicht der voorwerpen wordt
verward. De blik ontdekt slechts onbepaalde massa's; de menschen en
dieren worden geheel onzichtbaar; de wegen gelijken op koordjes en
de meren op vijvers.

De doctor en zijne reisgezellen gevoelden zich niet in hun gewonen
toestand; een luchtstroom van eene ontzettende snelheid sleepte hen
mede boven de kale bergen, op wier top uitgestrekte sneeuwmassa's den
blik verbaasden. Zij droegen de sporen van de eene of andere werking
der zee in de eerste dagen der wereld.

De zon schitterde in het toppunt en hare stralen vielen loodrecht op
deze naakte toppen. De doctor nam eene nauwkeurige afteekening op van
die bergen, die uit vier verschillende kruinen, bijna in eene rechte
lijn gelegen, bestaan en waarvan de noordelijkste de langwerpigste is.

Weldra daalde de Victoria aan den anderen kant van den Rubeho, langs
een met bosschen en donkergroene boomen begroeiden rand; daarop
volgden kruinen en kloven in eene soort van woestenij, die het land
Ugogo voorafging; lager spreidden zich gele, verbrande en geberste
vlakten uit, hier en daar met doornstruiken bedekt.

Eenig kreupelhout, dat verderop bosch werd, versierde den horizon. De
doctor naderde den grond, de ankers werden uitgeworpen en een daarvan
hechtte zich weldra vast in de takken van een grooten egyptischen
vijgeboom. Joe, zich snel langs den boom latende afglijden, maakte
het anker zorgvuldig vast; de doctor liet zijne gaspijp in werking
om eene zekere stijgkracht in den luchtballon te bewaren, die dezen
recht op deed blijven. De wind was bijna plotseling gaan liggen.

"Neem nu twee geweren, vriend Dick!" zeide Ferguson, "een voor u, het
andere voor Joe, en tracht met u beiden eenige heerlijke antilopen
te schieten. Dit zal voor ons middagmaal dienen."--"Op de jacht
dan!" riep Kennedy uit.

Hij klom uit het schuitje. Joe was van den eenen tak op den anderen
gegaan en wachtte hem. De doctor kon zijne gaspijp geheel laten
uitgaan, daar de ballon door het vertrek zijner twee reisgezellen
zeer verlicht was.

"Vlieg niet weg, meester!" zeide Joe.--"Wees gerust, mijn jongen! ik
wordt stevig vastgehouden. Ik ga mijne aanteekeningen in orde
brengen. Een goede vangst, en wees voorzichtig. Van mijn post zal ik
het land in oogenschouw nemen en, bij het minste dat verdacht is,
zal ik schieten, dat zal het verzamelingsteeken zijn."--"Goed,"
antwoordde de jager.




XIV.

	Het bosch van gomboomen.--De blauwe antiloop.--Het
	verzamelingsteeken.--Een onverwachte aanval.--De Kanyenye.--Een
	nacht in de lucht.--De Manunguru.--Jihoue la Mkoa.--Voorraad
	water.--Aankomst te Kazeh.


Het dorre, uitgedroogde land, bestaande uit eene kleiachtige aarde,
die door de hitte spleet, scheen verlaten; hier en daar zag men eenige
sporen van karavanen, uitgebleekte beenderen van menschen en dieren,
half afgeknaagd en in hetzelfde stof bij elkander liggende.

Na een half uur geloopen te hebben drongen Dick en Joe in een bosch van
gomboomen, het oog op de loer en den vinger aan den trekker van het
geweer. Men wist niet met wien men te doen zou kunnen hebben. Zonder
een scherpschutter te zijn, hanteerde Joe vrij goed een vuurwapen.

"Het loopen doet goed, mijnheer Dick, maar op dezen grond niet zeer
gemakkelijk," zeide hij, terwijl hij tegen stukken kwarts stootte,
die er in menigte lagen.

Kennedy gaf een teeken aan zijn metgezel om te zwijgen en stil te
staan. Men moest het zonder honden zien te doen, en hoe vlug Joe ook
was, hij kon toch den reuk van een brak of hazewind niet hebben.

Aan de bedding van een bergstroom, waar nog eenige paden waren,
leschten een tiental antilopen haren dorst. Deze bevallige dieren,
gevaar bemerkende, schenen onrustig; bij elken dronk hieven zij hun
fraaien kop omhoog, terwijl zij met hunne neusgaten de lucht in den
wind der reizigers opsnoven.

Kennedy liep eenige boschjes om, terwijl Joe onbeweeglijk bleef, hij
kwam dicht bij genoeg en gaf vuur. De troep verdween in een oogwenk,
maar een mannetjes-antiloop, aan den schouder getroffen, viel dood
neder. Kennedy wierp zich op zijn buit.

Het was een prachtig dier van eene grijsachtig blauwe kleur, en onder
den buik en tusschen de pooten sneeuwwit. "Welk een fraai schot!" riep
de jager uit. "Het is eene zeer zeldzame antilopensoort, en ik hoop
haar vel te bereiden om het te kunnen bewaren."--"Meent gij dit,
mijnheer Dick?"--"Zeker! zie eens dit heerlijke haar."--"Maar doctor
Ferguson zal zulk eene vermeerdering van gewicht niet toestaan."--"Gij
hebt gelijk, Joe! Het is toch jammer dat schoone dier zoo geheel
achter te laten."--"Geheel! neen, mijnheer Dick, wij zullen er
de voedingsvoordeelen, die het bezit, van trekken en, als gij het
veroorlooft, zal ik mij daarvan even goed kwijten als de syndicus van
het geëerde slachtersgild te Londen."--"Zoo als gij wilt, mijn vriend,
maar gij weet dat ik, in mijne hoedanigheid als jager, even goed een
stuk wildbraad kan villen als vellen."--"Daarvan ben ik zeker, mijnheer
Dick, geneer u niet om een fornuis op drie steenen te maken; gij zult
dood hout in menigte hebben, en ik vraag u slechts eenige minuten om
uwe kolen aan te leggen."--"Dat zal niet lang duren," hernam Kennedy.

Terstond ging hij over tot het samenstellen van zijn brandstapel,
die eenige oogenblikken later ontvlamde.--Joe had van het lichaam der
antiloop een dozijn koteletten en de malschte stukken van de lendenen
genomen, die weldra in sappig gebraden vleesch veranderden.--"Dit
zal onzen vriend Samuel genoegen doen," zeide de jager.--"Weet gij
waaraan ik denk, mijnheer Dick ?"--"Aan wat gij doet; zonder twijfel,
aan uw biefstuk."--"Geenszins. Ik denk er aan hoe gek wij zouden
staan te kijken als wij den luchtballon niet terugvonden."--"Welk
een denkbeeld! Gij wilt dat de doctor ons verlaat."--"Neen; maar als
zijn anker eens was losgegaan?"--"Geen nood. Overigens zou Samuel
niet in verlegenheid zijn met zijn ballon te dalen, hij heeft hem
goed in zijne macht."--"Maar als de wind hem medevoerde, als hij
niet bij ons kon terugkomen?"--"Houd op met uwe onderstellingen, zij
zijn niet aangenaam."--"Alles wat in deze wereld gebeurt, mijnheer,
is natuurlijk; alles kàn gebeuren, men moet dus alles voorzien..."

Op dit oogenblik hoorde men een geweerschot.--"Wat is dat?" zeide
Joe.--"Mijne karabijn; ik herken haar schot."--"Een teeken!"--"Een
gevaar dat ons dreigt."--"Hem misschien," hernam Joe.--"Op weg dan!"

De jagers hadden spoedig opgenomen, wat hunne jacht had opgeleverd en
zij hernamen hun weg, geleid wordende door takken, die Kennedy had
afgebroken. De dichtheid van het bosch verhinderde hun den Victoria
te zien, waarvan zij niet veraf konden zijn.

Een tweede schot knalde.--"Er is haast bij," zeide Joe.--"Goed! nog
eene andere losbranding."--"Dit schijnt wel eene persoonlijke
verdediging."--"Laat ons haast maken."

En zij liepen wat zij loopen konden. Aan den rand van het bosch
gekomen, zagen zij eerst den Victoria op zijne plaats en den doctor
in het schuitje.--"Wat is er?" vroeg Kennedy.--"Groote God!" riep
Joe uit.--"Wat ziet gij?"--"Daar ginds een troep negers, die den
ballon belegeren."

Inderdaad zag men op twee mijlen vandaar een dertigtal wezens,
gebaren makende, huilende, huppelende aan den voet van een egyptischen
vijgeboom. Eenigen in den boom geklommen, naderden tot op de hoogste
takken. Het gevaar scheen dreigend.--"Mijn meester is verloren." riep
Joe uit.--"Komaan, Joe, koelbloedig en een goed oog. Wij hebben het
leven van vier dezer zwarten in onze handen. Voorwaarts!"

Zij hadden buitengewoon spoedig een mijl afstands afgelegd, toen een
nieuw schot uit het schuitje werd gelost; het trof een grooten duivel,
die zich langs het touw van het anker opheesch.

Een levenloos lichaam viel van tak tot tak en bleef op twintig voet van
den grond hangen, terwijl zijne armen en beenen in de lucht slingerden.

"He!" zeide Joe stilstaande, "waar duivel houdt dit dier zich aan
vast?"--"Het komt er weinig op aan," antwoordde Kennedy, "laat ons
loopen!"--"Ach mijnheer Kennedy," riep Joe uit, in lachen uitbarstende,
"bij zijn staart! Het is een aap! Het zijn maar apen!"--"Dat is
nog beter dan menschen," hernam Kennedy, terwijl hij zich onder den
huilenden troep wierp.

Het was een troep apen met hondekoppen, die vrij geducht,
woest en onbeschoft waren, afschuwelijk om te zien met hunne
hondesnuiten. Eenige geweerschoten echter joegen deze grijnzende
bende weldra op de vlucht, velen der hunnen achterlatende.

In een oogenblik greep Kennedy de ladder; Joe klom in de vijgeboomen
en maakte het anker los; het schuitje daalde tot hem af en hij klom er
zonder moeite in. Eenige minuten later steeg de Victoria op en richtte
zich naar het oosten door een matigen wind voortgestuwd.--"Dat was
eene bestorming!" zeide Joe.--"Wij geloofden dat gij door de inlanders
werdt belegerd."--"Het waren gelukkig slechts apen," antwoordde de
doctor.--"Van verre is het verschil niet zeer groot, mijn waarde
Samuel!"--"Zelfs van dichtbij niet," zeide Joe.--"Hoe het ook zij,"
hernam Ferguson, "deze aanval van apen kon de ernstigste gevolgen
hebben. Als het anker onder hunne herhaalde schokken had losgelaten,
wie weet, waarheen mij de wind zou hebben medegesleept!"--"Wat zeide
ik u, mijnheer Kennedy?"--"Gij hadt gelijk, Joe, maar desniettemin
bereiddet gij toen biefstuk van antilopen, waarvan het gezicht alleen
mij eetlust deed krijgen."--"Dat geloof ik wel," antwoordde de doctor,
"het antilopenvleesch is uitmuntend."--"Gij kunt er over oordeelen,
mijnheer, de tafel is gedekt."--"Op mijn woord," zeide de jager, "dit
wild heeft een smaak, die niet te verachten is."--"Ik voor mij zou mijn
leven lang van antilopen kunnen leven," zeide Joe met een vollen mond,
"vooral met een glas grog om de vertering te bevorderen."--Joe maakte
den drank gereed, die met genoegen werd gebruikt.--"Tot hiertoe gaat
alles vrij goed," zeide hij.--"Zeer goed," zeide Kennedy.--"Laat ons
zien, mijnheer Dick, hebt gij berouw ons vergezeld te hebben."--"Ik zou
wel eens hebben willen zien, wie mij dat zou belet hebben!" antwoordde
de jager met vaste stem.

Het was vier uur na den middag; de Victoria kwam in een snelleren
luchtstroom, de grond rees langzamerhand en weldra wees de barometer
eene hoogte aan van 1500 voet boven de oppervlakte der zee. De doctor
was toen verplicht zijn ballon door eene vrij sterke uitzetting van
het gas op die hoogte te houden en de gaspijp werkte onophoudelijk.

Tegen zeven uur zweefde de Victoria boven de kom van Kanyenye, de
doctor herkende terstond die uitgebreide ontginning van tien mijlen
uitgestrektheid, met hare dorpen, die zich verliezen te midden der
baobabs en kalebasboomen. Daar is de residentie van een der sultans
van het land Ugogo, waar de beschaving misschien minder achterlijk is;
men verkoopt er zeldzamer de leden zijner familie, maar beesten en
menschen leven bijeen in ronde, zonder eenig plan gebouwde hutten,
die op hooischelven gelijken.

Na Kanyenye werd de grond droog en rotsachtig, maar na een uur
hernam de plantengroei, in eene vruchtbare, laag gelegen streek al
hare weelderigheid, op eenigen afstand van Mdaburu. De wind ging met
het einde van den dag liggen en de dampkring scheen in diepe rust. De
doctor zocht op verschillende hoogten te vergeefs een luchtstroom, en
deze kalmte ziende, besloot hij den nacht in de lucht door te brengen,
en voor grootere zekerheid verhief hij zich tot op ongeveer 1000
voet. De Victoria bleef onbeweeglijk, de nacht, door een prachtigen
sterrenhemel opgeluisterd, begon rustig.

Dick en Joe strekten zich op hunne vreedzame legerstede uit en sliepen
vast gedurende de wacht van den doctor. Deze werd te middernacht
door den Schot vervangen. "Als het minste toeval mocht gebeuren,
moet gij mij roepen," zeide hij, "en verlies vooral den barometer
niet uit het oog, het is ons kompas."

De nacht was koud; er was tot zelfs 27 graden Fahrenheit verschil
in temperatuur met den dag. Bij het opkomen der duisternis hoorde
men het nachtelijk concert der dieren, die door honger en dorst uit
hunne holen worden gejaagd; de kikvorschen lieten hunne sopraanstem
weergalmen, geaccompagneerd door het gekef der jakhalzen, terwijl de
zware bas der leeuwen de akkoorden van dit levend orkest ondersteunde.

Toen doctor Ferguson des morgens weder op zijn post stond, raadpleegde
hij zijn kompas en bemerkte, dat de richting van den wind gedurende
den nacht was veranderd. De Victoria was sedert ongeveer twee uren 30
mijlen naar het noordwesten afgedreven; hij zweefde boven Mabunguru,
een steenachtig land, doorzaaid met fraai gepolijste blokken syeniet,
dat geheel en al met rotsen was bezet in den vorm van een ezelsrug;
kegelvormige massa's, gelijk aan de rotsen van Karnak, bezetten den
grond, even als zoovele grafrotsen der druïden [31]; eene groote
menigte beenderen van buffels en olifanten lagen hier en daar; er
waren weinig boomen, maar in het oosten dikke bosschen, die eenige
dorpen verbergden.

Tegen zeven uur verscheen eene ronde rots, van bijna twee mijlen lang,
even als een ontzaglijk schild. "Wij zijn op den goeden weg," zeide
doctor Ferguson. "Daar is Jihoue-la-Mkoa, waar wij eenige oogenblikken
halt zullen houden. Ik zal den voorraad water, die benoodigd is voor
mijne gaspijp, vernieuwen; laat ons trachten ons ergens aan vast te
hechten."--"Er zijn weinig boomen," zeide de jager.--"Laat ons toch
beproeven; Joe werp de ankers uit."

De ballon, die langzamerhand zijne stijgkracht verloor, naderde
de aarde, de ankers slingerden voort, een daarvan bleef vastzitten
in eene rotsspleet en de Victoria bleef onbeweeglijk. Men moet niet
denken dat de doctor op elke plaats waar hij stil hield zijne gaspijp
volmaakt kon uitdooven. Het evenwicht van den ballon was berekend op
het oppervlak der zee, maar het land rees altijd, en als men zich op
eene hoogte van 600 à 700 voeten bevond, zou de ballon eene geneigdheid
hebben om lager te dalen dan de grond zelf; daarom moest men hem door
eene zekere uitzetting van gas omhoog houden. Slechts in het geval
dat de doctor, als er in het geheel geen wind was, het schuitje op
de aarde had doen rusten, zou de luchtballon, aanzienlijk verlicht,
zonder de hulp van de gaspijp omhoog gehouden worden.

De kaarten wezen uitgestrekte waterkolken aan op de westelijke helling
van Jihoue-la-Mkoa. Joe begaf zich alleen daarheen met een vat, dat
tien gallons [32] kon bevatten; hij vond zonder moeite de aangewezen
plaats, niet ver van een verlaten dorp, nam zijn voorraad water in
en kwam binnen drie kwartier terug; hij had niets bijzonders gezien
dan groote olifantsvallen; hij viel bijna in een daarvan, waarin een
half afgeknaagd geraamte lag.

Hij bracht van zijn uitstapje eene soort van klaver mede, die door
apen gretig werd verslonden. De doctor herkende de vrucht van den
"mbenhu", een boom, die zeer veel voorkomt in het westelijk gedeelte
van Jihoue-la-Mkoa. Ferguson wachtte Joe met een zeker ongeduld,
want een, al ware het nog zoo kort verblijf in dit ongastvrije land,
boezemde hem altijd vrees in.

Het water werd zonder moeite ingeladen, want het schuitje daalde tot
bijna op den grond; Joe kon het anker los maken en klom vlug bij zijn
meester. Dadelijk stookte deze zijn vuur aan en de Victoria verhief
zich weder in de lucht.

Men bevond zich op ongeveer 100 mijlen van Kazeh, een belangrijk
etablissement in het binnenland van Afrika, waar de reizigers, dank
zij een luchtstroom uit het zuid-zuidwesten, hopen konden dezen
dag aan te komen; zij gingen met eene snelheid van 14 mijlen in
het uur; het bestuur van den luchtballon werd toen zeer moeielijk;
men kon niet te hoog stijgen zonder het gas te veel uit te zetten,
want het land had reeds eene gemiddelde hoogte van 3000 voet. Zoo
lang mogelijk wilde de doctor de uitzetting niet te sterk maken, hij
volgde dus zeer behendig de kronkelingen van eene vrij steile helling
en ging vlak langs de dorpen Thembo en Tura Wels. Dit laatste maakt
een deel uit van Unyamwezy, eene prachtige landstreek, waar de boomen
hunne grootste hoogte en dikte bereiken, onder anderen de cactussen,
die reusachtig worden.

Tegen twee uur, bij prachtig weder, onder eene heete zon, die den
minsten luchtstroom verdreef, zweefde de Victoria boven de stad Kazeh
op 350 mijlen van de kust gelegen.

"Wij zijn ten 9 ure des morgens van Zanzibar vertrokken," zeide de
doctor, zijne aanteekeningen raadplegende, "en na twee dagen reis
hebben wij door onze afwijkingen bijna 500 geographische mijlen
afgelegd. De kapiteins Burton en Speke besteedden vier en een halve
maand over denzelfden weg."




XV.

	Kazeh.--De woelige markt.--Verschijning van den
	Victoria.--De Wanganga.--De zonen der Maan.--Wandeling des
	doctors.--Bevolking.--De koninklijke tembé.--De vrouwen
	des Sultans.--Eene koninklijke dronkenschap.--Joe wordt
	aangebeden.--Hoe men in de Maan danst.--Omkeering.--Twee manen
	aan het uitspansel.--Vergankelijkheid der goddelijke grootheid.


Kazeh, een belangrijk punt van Midden-Afrika, is geene stad; eigenlijk
gezegd is er geene stad in het binnenland. Kazeh is slechts eene
verzameling van zes groote uitgravingen. Daarin vindt men hutten,
hokken voor slaven, met kleine zorgvuldig bebouwde tuinen; uien,
aardappelen, witte morellen, pompoenen en paddestoelen van een
heerlijken smaak groeien er welig.

Unyamwezy is het land der Maan bij uitnemendheid, het vruchtbare en
prachtige park van Afrika; in het midden ligt het district Unyanembé,
eene heerlijke landstreek, waar eenige familiën van Omanen, die van
eene zuivere Arabische afkomst zijn, een werkeloos leven leiden. Ze
hebben langen tijd handel gedreven in het binnenland van Afrika en in
Arabië, in gom, ivoor, sits en slaven; hunne karavanen doorkruisten
deze streken onder den evenaar gelegen; zij gaan nog op de kust de
voorwerpen van weelde en vermaak voor deze rijke kooplieden halen,
die te midden van vrouwen en dienaars, in deze bekoorlijke luchtstreek
een rustig arkadisch leven leiden zonder de minste ongerustheid. Zij
liggen, lachen, rooken en slapen altijd.

Rondom deze uitgravingen zag men talrijke hutten van inlanders,
uitgestrekte ruimten voor de markten, schoone boomen, frissche
schaduwen, ziedaar Kazeh. Daar is de algemeene samenkomst der
karavanen, uit het zuiden met hare slaven en haar ivoor, en van het
westen, die katoen en snuisterijen van glas naar de stammen der Groote
Meeren overbrengen. Ook heerscht er op de markten eene voortdurende
beweging, een verward geschreeuw zonder naam, samengesteld uit de
kreten der mestiesche dragers, het geluid der trommels en hoorns,
het gehinnik der muilezels, het gebalk der ezels, het gezang der
vrouwen, het gehuil der kinderen en de rottingslagen van den Jemadar
[33], die de maat slaat bij deze herderssymphonie. Daar spreiden zich
zonder orde en zelfs in bekoorlijke wanorde de opzichtigste stoffen
uit, benevens glazen kralen, ivoor, de tanden van den rhinoceros, de
haaietanden, de honig, de tabak, de katoen, daar worden de vreemdste
koopen gesloten, waarbij elk voorwerp slechts gewaardeerd wordt naar
dat er vraag naar is.

Eensklaps hield deze beweging en dit geraas op. De ballon was in de
lucht verschenen; hij zweefde sierlijk en daalde langzamerhand, zonder
van den loodrechten stand af te wijken. Mannen, vrouwen, kinderen,
slaven, kooplieden, Arabieren en Negers, alles verdween en verborg
zich in de "tembés" en de hutten.

"Mijn waarde Samuel," zeide Kennedy, "als wij meer zulken invloed
uitoefenen, zullen wij moeite hebben handelsbetrekkingen met die
lieden aan te knoopen."--"Men moest echter," zeide Joe, "eene zeer
eenvoudige handelwijze volgen. Dit zou zijn, stil neder te dalen en de
kostbaarste koopwaren mede te voeren, zonder ons om de kooplieden te
bekommeren. Men zou rijk worden."--hernam de doctor, "deze inlanders
zijn reeds op het eerste oogenblik bang geweest, maar zij zullen uit
bijgeloof of nieuwsgierigheid weldra terugkomen."--"Gelooft gij dat,
meester?"--"Wij zullen het weldra zien, maar het zal voorzichtig
zijn, hen niet te dicht te naderen; de Victoria is geen geharnaste
ballon, hij is dus niet bestand tegen een kogel of een pijl."--"Zult
gij dan met deze Afrikanen in onderhandeling treden?"--"Als dat kan,
waarom niet?" antwoordde de doctor; "er moeten te Kazeh minder woeste
Arabische kooplieden zijn. Ik herinner mij dat de heeren Burton en
Speke zich over de gastvrijheid der inwoners van de stad niet te
beklagen hadden. Wij kunnen dus de zaak beproeven."

De Victoria langzaam de aarde genaderd zijnde, hechtte zich met een
der ankers aan een boomtop, dicht bij de markt. De geheele bevolking
kwam op dit oogenblik weder uit zijne gaten te voorschijn, de hoofden
staken er met omzichtigheid uit. Verscheidene "Waganga," herkenbaar
aan hunne teekens van kegelvormige schelpen, naderden stoutmoedig;
zij waren de toovenaars der plaats. Zij droegen om hun midden kleine
zwarte pakjes met vet overtrokken en verschillende voorwerpen van
tooverkunst, die overigens van eene doctorale onzindelijkheid waren.

Langzamerhand hoopte de menigte zich aan hunne zijden op, de vrouwen
en kinderen omringden hen, de trommels wedijverden met geraas, de
handen werden ten hemel opgeheven.--"Dit is hunne manier van bidden,"
zeide de doctor, "als ik mij niet bedrieg zullen wij geroepen worden
om eene groote rol te spelen."--"Welnu, mijnheer! speel die."--"Gij
zelf, mijn brave Joe! zult een god worden."--"Dat verontrust mij niet,
mijnheer! en de wierook mishaagt mij niet."

Op dit oogenblik maakte een der toovenaars, een "Myanga," een gebaar,
en al het geschreeuw bedaarde op eens. Hij sprak eenige woorden tot
de reizigers, maar in een onbekende taal.--Daar doctor Ferguson hem
niet had verstaan, sprak hij los weg eenige Arabische woorden en men
antwoordde hem terstond in die taal. De redenaar hield eene lange en
bloemrijke aanspraak; de doctor bemerkte weldra dat de Victoria kort
en goed voor de Maan in persoon werd gehouden en dat die beminnelijke
godin zich verwaardigd had met hare drie zonen de stad te naderen, eene
eer, die nooit zou worden vergeten in dit door de Zon beminde land. De
doctor antwoordde met eene groote waardigheid dat de Maan alle jaren
hare departementen bezoekt, omdat zij de behoefte gevoelt zich nader
bij hare aanbidders te toonen; hij bad hen dus zich niet te geneeren
en van hare goddelijke tegenwoordigheid misbruik te maken om hunne
behoeften en wenschen te kennen te geven. De toovenaar antwoordde
op zijne beurt, dat de sultan de "Mwani," die sedert verscheidene
jaren ziek was, de hulp des hemels inriep en de zonen der Maan
uitnoodigde om bij hem te komen. De doctor deelde de uitnoodiging
aan zijne metgezellen mede.--"En gij zult u naar dien negervorst
begeven?" zeide de jager.--"Zonder twijfel. Deze lieden schijnen mij
goed geluimd, de lucht is kalm, er is geen de minste wind! wij hebben
voor den Victoria niets te vreezen."--"Maar wat zult gij doen?"--"Wees
gerust, mijn waarde Dick, met een klein geneesmiddel zal ik mij er
uitredden."--Toen zich tot de menigte wendende zeide hij: "De Maan,
medelijden hebbende met den vorst zoo geliefd bij de inwoners van
Unyamwezy, heeft ons de zorg voor zijne genezing opgedragen; dat hij
zich gereed make ons te ontvangen!"

Het geschreeuw, het gezang verdubbelde, en de groote menigte zwarte
hoofden zette zich in beweging.--"Nu, mijne vrienden!" zeide doctor
Ferguson, "men moet alles voorzien; wij kunnen in een zeker oogenblik
genoodzaakt zijn spoedig weder te vertrekken. Dick zal dus in het
schuitje blijven en door middel van de gaspijp zal hij eene voldoende
stijgkracht behouden. Het anker is stevig vastgemaakt, dienaangaande
is er niets te vreezen. Ik zal op de aarde nederdalen. Joe zal mij
vergezellen, maar hij zal aan den voet der ladder blijven."--"Hoe! zult
gij alleen naar dien Moor toegaan?"--"Hoe, mijnheer Samuel! gij wilt
niet, dat ik u tot aan het einde volg?"--"Neen, ik zal alleen gaan,
deze brave lieden verbeelden zich dat hunne groote godin de Maan hen
is komen bezoeken, ik word door het bijgeloof beschermd; hebt dus
geene vrees en blijft ieder op den post, dien ik u aanwijs."--"Als
gij het verkiest," antwoordde de jager.--"Pas op de uitzetting van
het gas."--"Ja."

De kreten der inlanders verdubbelden, zij verzochten ernstig de
hemelsche tusschenkomst.--"Ziedaar! ziedaar!" zeide Joe. "Ik vind
dat zij een eenigszins bevelenden toon tegen hunne goede Maan
en hare goddelijke zonen voeren."--De doctor, voorzien van zijne
reis-medicijnkist, daalde op de aarde neder, voorafgegaan van Joe,
die er deftig uitzag zoo als hem betaamde. Hij ging aan den voet
der ladder zitten, de beenen gekruist op Arabische wijze, en een
gedeelte der menigte omringde hem eerbiedig. Gedurende dien tijd
naderde doctor Ferguson, door het geluid der instrumenten geleid en
vergezeld door godsdienstige wapendansen, langzaam den koninklijken
"tembé," die vrij ver buiten de stad lag; het was ongeveer drie
uur en de zon schitterde, zij kon wel niets minder doen voor deze
gelegenheid. De doctor liep vol waardigheid; de "waganga" omringden
hem en hielden de menigte terug. Hij werd weldra ingehaald door den
natuurlijken zoon des sultans, een vrij welgemaakt jongeling, die
volgens de gewoonte des lands, de eenige erfgenaam der vaderlijke
goederen was, met uitsluiting van de wettige kinderen; hij boog de
knieën voor den Zoon der Maan, die hem met een genadig gebaar ophief.

Drie kwartier daarna kwam deze in geestdrift gebrachte optocht
langs schaduwrijke wegen, te midden van al de weelderigheid van een
tropischen plantengroei, aan het paleis van den sultan, een soort
van vierkant gebouw, Ititénya genaamd en aan de helling eens heuvels
gelegen. Eene soort van waranda, gevormd door een rieten dak, stak naar
buiten uit, ondersteund door houten, ruw gebeeldhouwde palen. Lange
lijsten van roode klei versierden de muren, waarop gedaanten van
menschen en slangen waren afgebeeld, waarvan de laatsten natuurlijk
beter dan de eersten geslaagd. Het dak van deze woning rustte niet
onmiddellijk op de muren en de lucht kon er vrij doorstroomen, voor
het overige waren er geene vensters en nauwelijks eene deur.

Doctor Ferguson werd met groote eerbewijzingen ontvangen door
de wachten en gunstelingen, menschen van een schoon ras der
Wanyamwezis, een zuivere type der volkeren van Midden-Afrika, sterk en
welgemaakt. Hunne haren vielen in een groot aantal kleine vlechten op
hunne schouders neder; door middel van zwarte of blauwe insnijdingen
streepten zij hunne wangen van de slapen tot aan den mond. Hunne ooren,
afschuwelijk uitgerekt, droegen schijven van hout en kopaalgom, zij
waren gekleed in linnen van schitterende kleuren; de soldaten waren
gewapend met de sagaai, den boog en de met weerhaken voorziene pijl,
vergiftigd met het sap van de wolfsmelk, het mes, den "sime," een
lange getande sabel en met kleine strijdbijlen.

De doctor ging het paleis binnen. Daar verdubbelde bij zijne aankomst
het geraas, in spijt van des Sultan's ziekte. Hij bemerkte aan den
bovendrempel der deur staarten van hazen, en manen van zebra's, die
bij wijze van talisman waren opgehangen. Hij werd door de vrouwen van
Zijne Majesteit ontvangen, bij de welluidende tonen van den "upatu,"
eene soort van cimbaal van den bodem eener koperen pot gemaakt en
bij het geraas van den "kilindo," een trommel van vijf voet hoog,
uit een boomstam uitgehold en waarop men met vuistslagen speelde.

De meesten dezer vrouwen schenen zeer schoon en rookten lachende tabak
en thang uit groote zwarte pijpen; zij schenen welgemaakt onder haar
bevallig omgeslagen lang kleed en droegen de "kilt" van vezelen van
den kalebasboom gemaakt om haar midden vastgemaakt.

Zes van haar waren niet de minst vroolijke van dezen troep, hoewel
zij afzonderlijk geplaatst en tot eene wreede marteling bestemd
waren. Zij moesten bij den dood des Sultans levend met hem worden
begraven, om hem gedurende de eeuwige eenzaamheid gezelschap te houden.

Doctor Ferguson, na alles met een oogwenk te hebben overzien, naderde
het bed van den vorst. Daar zag hij een man van ongeveer 40 jaar oud,
geheel verdierlijkt door allerlei uitspattingen en waaraan niets te
doen was. De ziekte, die reeds jaren duurde, was slechts eene altijd
durende dronkenschap. Deze koninklijke dronkaard had langzamerhand
het bewustzijn verloren en al het ammonium der wereld zou hem niet
weder op de been hebben gebracht.

De gunstelingen en vreemden bogen de knieën gedurende dit plechtig
bezoek. Door middel van eenige druppels van een sterk opwekkend middel,
bracht de doctor voor een oogenblik eenig leven in dit verdierlijkte
lichaam; de Sultan maakte eene beweging en dit verschijnsel werd
waargenomen met eene verdubbeling van kreten ter eere van den
geneesheer, omdat er in dat lichaam sedert uren geen teeken van leven
te bespeuren was geweest. Deze, die er genoeg van had, verwijderde door
eene snelle beweging zijne te ijverige aanbidders en ging het paleis
uit; hij richtte zich naar den ballon. Het was zes uur des avonds.

Joe wachtte in zijne afwezigheid bedaard aan den voet der ladder;
de menigte bewees hem de grootste eer. Als ware zoon der Maan, liet
hij hen begaan. Hij zag er voor eene godheid vrij goed uit; hij was
niet trotsch, zelfs gemeenzaam met de jonge Afrikaansche vrouwen,
die niet moede werden hem te beschouwen. Hij sprak vriendelijk met
haar.--"Aanbidt, dames, aanbidt me," zeide hij, "ik ben een goede
kerel, hoewel zoon eener godin!"

Men bood hem de zoengeschenken aan, die gewoonlijk worden nedergelegd
in de "mzimu" of fetishutten; zij bestonden uit gerstenaren en "pombé,"
Joe geloofde verplicht te zijn dit soort van krachtig bier te proeven,
maar zijn verhemelte, hoewel gewoon aan jenever en wiskey, kon dien
straffen drank niet verdragen. Hij grijnslachte zóó afschuwelijk, dat
de aanwezigen het voor een beminnelijk glimlachen hielden. Vervolgens
voerden de jonge meisjes, hare stemmen in eene slepende melodie
vereenigende, een statigen dans rondom hem uit.--"O! gij danst,"
zeide hij, "welnu! ik zal bij u niet achter blijven en u een dans
van mijn land toonen."

Hij begon een betooverende horlepijp, zich wringende, uitrekkende, op
de knieën en handen dansende, buitensporige verdraaiingen uitvoerende
in ongeloofelijke standen en onmogelijke gebaren, en hij gaf aldus
aan dat volk een vreemd denkbeeld van de wijze waarop de goden op de
maan dansen.

Al die Afrikanen, nabootsers als de apen, hadden weldra zijne sprongen
en schuddende bewegingen nagevolgd; hun ontging geen enkel gebaar,
zij vergaten geene enkele houding; het was toen eene verwarring,
een gewoel, eene ontroering, waarvan men moeielijk een denkbeeld kan
geven. Op het fraaiste van het feest zag Joe den doctor. Deze kwam in
alle haast terug, te midden eener huilende en opgewonden menigte. De
toovenaars en opperhoofden schenen zeer verbitterd. Men omringde den
doctor en dreigde hem.

Vreemde omkeer! Wat was er voorgevallen? Was de Sultan ongelukkig
bezweken onder de handen van zijn hemelschen geneesheer? Kennedy zag
van zijn post het gevaar, zonder de oorzaak er van te begrijpen. De
ballon, sterk gezwollen door de uitzetting van het gas, spande het
touw, dat hem terughield, ongeduldig om op te stijgen. De doctor kwam
aan den voet van de ladder. Eene bijgeloovige vrees weerhield nog de
menigte om zijn persoon geweld aan te doen; hij klom de sporten spoedig
op en Joe volgde hem vlug.--"Er is geen oogenblik te verliezen," zeide
zijn meester. "Tracht het anker niet te lichten! Wij zullen het touw
doorsnijden, volg mij."--"Maar wat is er dan?" vroeg Joe, terwijl hij
het schuitje beklom.--"Wat is er gebeurd?" vroeg Kennedy, met zijne
karabijn in de hand.--"Zie," antwoordde de doctor, naar den horizon
wijzende.--"Welnu?" vroeg de jager.--"Welnu, daar is de maan."--

De maan kwam inderdaad op, rood en prachtig, een vurige bal op
een azuren grond. Zij was het wel! Zij en de Victoria! Of er
waren twee manen, of de vreemdelingen waren slechts bedriegers,
indringers en valsche goden! Dus waren de natuurlijke overleggingen
der menigte. Vandaar die omkeer. Joe kon niet nalaten in lachen
uit te barsten. De bevolking van Kazeh, begrijpende dat hare prooi
haar ontsnapte, hief een lang gehuil aan; bogen en musketten werden
op den ballon gericht. Maar een der toovenaars gaf een teeken. De
wapens werden nedergelegd; hij klom in den boom met het doel om het
ankertouw te grijpen en den toestel op den grond te halen. Joe snelde
toe met eene bijl in de hand.--"Moet ik afkappen?" zeide hij.--"Wacht"
antwoordde de doctor.--"Maar die neger?".... "Wij zullen misschien
ons anker kunnen behouden en ik hecht daaraan. Het zal altijd tijds
genoeg zijn om het te kappen."

De toovenaar in den boom geklommen zijnde, deed zoo goed zijn best,
dat hij door de takken te breken, het anker losmaakte, dat nu,
sterk aangehaald door den luchtballon, den toovenaar tusschen
zijne beenen ving en hem in de hoogte hief. De verbazing der
menigte was groot toen zij een harer Wagangas in de hoogte zag
stijgen.--"Hoezee!" riep Joe, terwijl de Victoria, dank zij zijne
stijgkracht, met eene groote snelheid rees.--"Hij houdt zich goed,"
zeide Kennedy, "eene kleine reis zal hem geen kwaad doen."--"Zullen
wij dien neger eensklaps loslaten?" vroeg Joe.--"Foei!" hernam de
doctor, "wij zullen hem zacht op de aarde nederzetten, en ik denk,
dat een dergelijk voorval het geloof aan zijne macht van toovenaar
bij zijn landgenooten aanmerkelijk zal doen toenemen."--"Zij zijn in
staat een god van hem te maken," riep Joe uit.

De Victoria was op eene hoogte van ongeveer 1000 voet gekomen. De
neger hield zich met eene buitengemeene kracht aan het touw vast;
hij zweeg, zijne oogen bleven vast op één punt staren. Zijne vrees
werd met verwondering gemengd. Een lichte westewind stuurde den ballon
naar de andere zijde der stad. Een half uur later matigde de doctor,
het land verlaten ziende, de vlam van zijne gaspijp en naderde de
aarde. Op twintig voet afstands van den grond koos de neger spoedig
zijne partij; hij nam een sprong, kwam op zijne beenen te land en
vluchtte naar Kazeh terwijl de Victoria weder opsteeg.




XVI.

	Voorteeken van onweer.--Het land der Maan.--De toekomst
	van Afrika.--Het werktuig van het laatste uur.--Gezicht
	van het land bij ondergaande zon.--Bloemen en planten.--Het
	onweder.--De vuurgordel.--De sterrenhemel.


"Dat heet ik nu voor zonen der Maan door te gaan zonder hare
toestemming" zeide Joe; "zij heeft ons daar bijna een leelijken trek
gespeeld! Zoudt gij misschien, meester, haar goeden naam bezwalkt
hebben door uw geneesmiddel?"--"Wie was die Sultan van Kazeh?" vroeg
de jager.--"Een oude, halfdoode dronkaard," antwoordde de doctor,
"wiens verlies zich niet zeer levendig zal doen gevoelen. Maar
de zedeles hieruit is, dat eerbewijzen vergankelijk zijn en dat
men er niet te veel aan moet hechten."--"Des te erger," zeide Joe,
"het beviel mij wel! Aangebeden te worden! Naar willekeur voor god te
spelen! Maar wat wilt gij? de maan heeft zich vertoond en wel geheel
rood, hetgeen bewijst dat zij boos was!"--Gedurende deze gesprekken en
andere, waarin Joe de koningin der nacht uit een geheel nieuw oogpunt
beschouwde, bedekte de hemel zich in het noorden met dikke wolken;
een vrij hevige wind, beginnende op 300 voet afstand van den grond,
richtte den ballon naar het noord-noord-oosten; boven hem was het
azuren gewelf helder, maar men voelde dat het drukkend was.

De reizigers bevonden zich tegen 8 uur 's avonds op 32° 40' lengte
en 4° 17' breedte; de stroomen van den dampkring, onder den invloed
van een naderend onweder, stuwden hen voort met eene snelheid van
30 à 35 mijlen in het uur. Onder hunne voeten gingen de golvende en
vruchtbare vlakten van Mfuto snel voorbij. Het schouwspel daarvan
was allerprachtigst en werd bewonderd.--"Wij zijn in het midden
van het land der Maan," zeide doctor Ferguson, "want het heeft den
naam behouden, dien de oudheid het heeft gegeven, zonder twijfel,
omdat de maan er ten allen tijde aangebeden was. Het is waarlijk
een prachtig land."--"Men kon moeielijk een schooneren plantengroei
ontmoeten."--"Als men dezen rondom Londen vond, zou het niet natuurlijk
zijn," zeide Joe, "maar het zou zeer aangenaam wezen! Waarom vindt
men deze fraaie zaken alleen in onbeschaafde landen."--"Weet men
dan," hernam de doctor, "of deze landstreek niet te eeniger tijd het
middelpunt der beschaving zal wezen? De volken der toekomst zullen
misschien daartoe geraken, als de landen van Europa te uitgeput zijn om
hunne inwoners te voeden."--"Gelooft gij dat?" zeide Kennedy.--"Zonder
twijfel, mijn waarde Dick. Zie den loop der gebeurtenissen, beschouw
de achtereenvolgende volksverhuizingen en gij zult tot hetzelfde
besluit komen als ik. Azië is de eerste voedster van het menschdom,
is het niet zoo? Gedurende 4000 jaren misschien werkt het, wordt
bevrucht, brengt voort en vervolgens, toen de steenen blootkwamen,
daar, waar de goudgele oogsten van Homerus ontkiemden, verlieten
zijn bewoners haren uitgeputten en verwelkten schoot. Gij ziet hen
dan naar Europa komen, Europa, jong en matig, dat hen sedert 2000
jaren voedt. Maar reeds wordt Europa's vruchtbaarheid minder; hare
voortbrengende vermogens nemen dagelijks af, die nieuwe ziekten,
waarmede ieder jaar de voortbrengselen der aarde worden aangetast,
die mislukte oogsten, die onvoldoende hulpmiddelen, dat alles is het
zekere teeken van eene levenskracht die bederft, van eene aanstaande
uitputting. Wij zien ook reeds de volken zich naar Amerika begeven,
even als naar eene bron, die niet onuitputtelijk is, maar waaruit
men nooit heeft geput. Dat nieuwe vasteland zal op zijne beurt oud
worden, zijne door geene menschenhanden aangeraakte wouden zullen
vallen onder de bijl der nijverheid; zijn grond zal verzwakken
omdat hij te veel heeft voortgebracht, omdat men te veel van hem
heeft geëischt. Daar, waar jaarlijks twee oogsten rijpen, zal er
nauwelijks één goed gelukken, omdat die gronden uitgeput raken. Dan
zal Afrika aan de nieuwe geslachten de sedert eeuwen in zijn schoot
opgehoopte schatten aanbieden. Deze klimaten, noodlottig voor de
vreemdelingen, zullen gezuiverd worden door de verdeeling in akkers en
de besproeiing; deze verstrooide wateren zullen zich in eene algemeene
kom vereenigen om een bevaarbaar water te vormen. En dit land,
waarboven wij zweven, vruchtbaarder, rijker, met meer levenskrachten
begiftigd dan de anderen, zal een of ander groot koninkrijk worden,
waar men van nog wonderbaarlijker ontdekkingen zal hooren dan de
stoom en de electriciteit."--"Ah! mijnheer," zeide Joe, "dat zou ik
wel willen zien."--"Overigens," zeide Kennedy, "het tijdstip, waarop
de nijverheid alles tot haar voordeel zal aanwenden, moet vervelend
zijn! Door werktuigen uit te vinden, zullen de menschen zich door
hen laten vernielen! Ik heb mij altijd voorgesteld dat de laatste dag
der wereld die zou zijn, waarop een zekere ontzettend groote ketel,
heet gemaakt op eene drukking van 3000 millioen atmospheren [34],
onze aardbol zal doen springen."--"En ik voeg er bij," zeide Joe,
"dat de Amerikanen niet de laatsten zullen geweest zijn om aan de
machine te werken."--"Inderdaad," antwoordde de doctor, "zij zijn
groote ketelmakers! Maar zonder ons door dergelijke redeneeringen
te laten medeslepen, laten wij ons tevreden stellen met dit land der
Maan te bewonderen, dewijl het ons gegeven is het te zien."

De zon, hare laatste stralen door de massa's opeengehoopte wolken
nederschietende, versierde de minste verhevenheden van den grond
met eene gouden kruin, reusachtige boomen, heesterachtige planten,
mosplanten langs den grond, alles had zijn deel van dezen stroom
van licht, en het eenigszins golvende terrein verhief zich hier en
daar tot kleine kegelvormige heuvels; er waren geen bergen aan den
horizon, onmetelijke palissaden van struikgewas, ondoordringbare
heggen, doornstruiken scheidden de opene plekken van elkander, waar
talrijke dorpen verspreid lagen; de reusachtige wolfsmelk omsloot
hen met natuurlijke verschansingen, terwijl zij zich vermengden met
de koraalvormige takken der heesters.

Weldra begon de Malagazari, de voornaamste tak van het meer
Tanganayika, te kronkelen onder de groene boschjes; hij verleende
eene schuilplaats aan die groote menigte wateren, ontvloeid
aan bergstroomen, die gezwollen zijn ten tijde van den aanwas
van het water, of aan poelen in de kleiachtige laag van den grond
gegraven. Voor hen, die het van uit de hoogte beschouwden, was het een
net van watervallen over het geheele westelijke gedeelte des lands
gespreid. Beesten met groote bulten graasden in de vette weiden
en waren bijna geheel door het lange gras verborgen; de wouden,
die heerlijke geuren uitwasemden, vertoonden zich aan het oog als
groote ruikers; maar in die ruikers vluchtten leeuwen, luipaarden,
hyena's en tijgers om aan de hitte van den dag te ontkomen. Somtijds
deed een olifant de kruin van het kreupelhout golven en men hoorde het
gekraak der takken die voor de kracht van zijne slagtanden bezweken.

"Welk een land voor de jacht!" riep Kennedy verrukt uit; "een kogel in
het wild geschoten in dit woud zou een stuk wildbraad zijner waardig
ontmoeten! Zou men het niet eens kunnen beproeven?"--"Neen, mijn waarde
Dick! de nacht is op handen, een nacht dreigende met een onweder. De
onweders zijn verschrikkelijk in deze streken, waar de heete grond
gelijk is aan eene ontzettende electrische batterij."--"Gij hebt
gelijk, mijnheer!" zeide Joe, "de hitte is verstikkend geworden, de
wind is geheel gaan liggen, men gevoelt dat er iets op til is."--"De
dampkring is overladen met electriciteit," antwoordde de doctor,
"elk levend wezen is gevoelig voor deze gesteldheid der lucht, die de
worsteling der elementen voorafgaat, en ik beken dat ik nooit zoozeer
daarvan doordrongen was als nu."--"Welaan!" vroeg de jager, "zou dit
geen reden zijn om te dalen?"--"Juist integendeel, Dick! ik zou liever
willen stijgen. Ik vrees slechts verder van mijn weg medegesleept te
worden, terwijl deze luchtstroomen elkander kruisen."--"Wilt gij dan
de richting verlaten, die wij van de kust af volgen?"--"Als het mij
mogelijk is," antwoordde Ferguson, "zou ik liever zeven of acht graden
noordelijker opgaan; ik zal trachten aan de vermoedelijke breedte
der bronnen van den Nijl te komen, misschien zullen wij eenige sporen
ontdekken van de expeditie van kapitein Speke of van de karavaan van
M. de Heuglin. Als mijne aanteekeningen juist zijn, bevinden wij ons
op 32° 40' lengte, en ik wil rechtstreeks naar de andere zijde van den
evenaar gaan."--"Zie eens," zeide Kennedy, zijn metgezel in de reden
vallende, "zie eens deze nijlpaarden, die uit de poelen slurpen,
en die krokodillen, die de lucht zwaar inademen!"--"Zij stikken,"
zeide Joe. "O welk eene aangename manier van reizen, hoe tart en
veracht men al dit kwaadaardige ongedierte! Mijnheer Samuel! Mijnheer
Kennedy! Ziet toch eens die troepen dieren, die in gesloten gelederen
loopen! Zij zijn wel twee honderd in getal, het zijn wolven."--"Neen,
Joe! het zijn wilde honden; het is een verschrikkelijk ras, dat niet
bang is om leeuwen aan te vallen. Het is de ontzettendste ontmoeting
die een reiziger hebben kan. Hij wordt terstond verscheurd."--"Goed,
Joe zal er wel voor passen hun een muilband om te doen," antwoordde
de beminnelijke jongen; "maar als het in hun aard ligt kan men het
hun niet kwalijk nemen."

Langzamerhand werd het stiller onder den invloed van het onweder;
het scheen dat de verdikte lucht ongeschikt werd om het geluid voort
te planten; de dampkring scheen als gewatteerd en verloor, even
als eene zaal met tapijtwerk behangen allen weerklank. De roeier
(een hoogvliegende vogel), de gekroonde kraanvogel, de roode en
blauwe meerkollen, de spotvogel, de vliegeneter verdwenen in de
groote boomen. De geheele natuur bood de voorteekenen aan van een
aanstaand onweder.

Ten negen uur des avonds bleef de Victoria onbeweeglijk boven Mséné,
eene groote menigte vereenigde dorpen, die nauwelijks in de schaduw
zichtbaar waren; soms wees de terugkaatsing van een zonnestraal in
het stille water regelmatig verdeelde grachten aan, en door eene
laatste verlichting kon men de gedaante der palmen, tamarinden, wilde
vijgeboomen en reusachtige wolfsmelkboomen waarnemen.--"Ik stik,"
zeide de Schot, de ijl geworden lucht met volle teugen inademende,
"wij bewegen niet meer! Zullen wij dalen?"--"En het onweder?" zeide
de doctor vrij ongerust.--"Als gij vreest door den wind medegesleept
te worden, schijnt het mij toe, dat gij geene andere partij te kiezen
hebt."--"Het onweder zal misschien niet vóór den nacht losbarsten,"
zeide Joe, "de wolken zijn zeer hoog."--"Dat is zelfs eene reden, die
mij doet aarzelen er boven te stijgen; men zou tot eene groote hoogte
moeten rijzen, de aarde uit het gezicht verliezen en den geheelen nacht
niet weten of wij voortgaan en naar welken kant wij voortgaan."--"Neem
een besluit, waarde Samuel! er is haast bij."--"Het is verdrietig dat
de wind is gaan liggen," hernam Joe, "hij zou ons ver van het onweder
gevoerd hebben."--"Dat is te bejammeren, mijne vrienden! De wolken
zijn voor ons gevaarlijk; zij bevatten tegenovergestelde stroomen,
die ons in hun draaikolk kunnen slepen en bliksemvuren, die in staat
zijn ons in den brand te steken. Aan den anderen kant kan de kracht
van den rukwind ons ter aarde werpen als wij het anker in den top
van een boom werpen."--"Wat dan te doen?"--"Wij moeten den ballon
in eene streek houden, in het midden tusschen de gevaren der aarde
en die des hemels. Wij hebben water genoeg voor de gaspijp en onze
twee honderd pond ballast zijn nog onaangeroerd. Des noods zou ik mij
daarvan bedienen."--"Wij zullen met u waken," zeide de jager.--"Neen,
mijne vrienden! brengt den mondvoorraad in veiligheid en gaat slapen,
ik zal u wekken als het noodig is."--"Maar meester, zoudt gij niet
wel doen zelf rust te nemen, dewijl ons nog niets bedreigt?"--"Neen,
ik dank u, mijn jongen! ik wil liever waken. Wij zitten onbeweeglijk,
en als de omstandigheden niet veranderen, zullen wij ons morgen precies
op dezelfde plaats bevinden."--"Goeden avond, mijnheer!"--"Goeden
nacht, als het mogelijk is."--Kennedy en Joe, strekten zich onder
hunne dekens uit en de doctor alleen bleef waken.

Echter daalde de massa wolken langzamerhand en het werd
pikdonker. Het zwarte gewelf omringde den aardbol als om hem te
verpletteren. Eensklaps kliefde een sterke bliksemstraal de duisternis;
nauwelijks was de scheur door haar ontstaan, gesloten, of een hevige
donderslag deed hemel en aarde schudden.--"Op!" riep Ferguson. De
twee slapers op dit vreeslijk geraas wakker geworden, stelden zich te
zijner beschikking.--"Dalen wij?" zeide Kennedy.--"Neen, de ballon
zou dit niet kunnen weerstaan. Laat ons stijgen--voordat de wolken
zich in water oplossen en de wind opsteekt." En hij richtte de vlam
van de gaspijp in de spiralen der slang.

De onweders onder de keerkringen ontwikkelen zich met eene snelheid,
die aan hunne hevigheid evenredig is. Een tweede bliksemstraal
kliefde de wolk en werd door twintig anderen gevolgd. De hemel was als
bezaaid met electrieke vonken, die tusschen de groote regendroppels
heendwarlden.--"Wij hebben ons verlaat," zeide de doctor, "wij moeten
met onzen ballon, die met ontvlambare lucht gevuld is, eene streek van
vuur doortrekken!"--"Maar op de aarde?" hernam Kennedy.--"Het gevaar
om door den bliksem getroffen te worden, zou bijna hetzelfde zijn,
en wij zouden spoedig aan de takken der boomen blijven hangen."--"
Wij stijgen, mijnheer Samuel!"--"Spoediger! Nog spoediger!"

In dit gedeelte van Afrika is het, gedurende de onweders onder den
evenaar, niet zeldzaam dertig à vijf-en-dertig bliksemstralen in de
minuut te tellen. De hemel staat letterlijk in vuur en de donderslagen
houden niet op. De wind stak met eene verschrikkelijke hevigheid
op in dezen ontvlamden dampkring; hij zweepte de heete wolken; het
geleek op het blazen van een blaasbalg, die den brand deed aanwakkeren.

Doctor Ferguson hield zijne gasvlam op de volle hitte; de ballon
zette zich uit en steeg; Kennedy in het midden van het schuitje op de
knieën liggende, hield de zeilen der tent tegen. De ballon draaide
om duizelig te worden, en de reizigers ondervonden onrustbarende
schommelingen. Er kwamen groote deuken in het bekleedsel van den
luchtballon; de wind vloog er met hevigheid in, en het taf kraakte
onder zijn druk. Eene soort van hagel, voorafgegaan door een vreeslijk
geraas, doorkliefde den dampkring en kletterde op den ballon. Deze
steeg evenwel; de bliksemstralen verlichtten zijn omtrek, hij dreef
midden in het vuur.--"Wij zijn in Gods hand," zeide Ferguson; "Hij
alleen kan ons redden. Laat ons op ieder geval voorbereid zijn,
zelfs op brand, onze val kan niet snel zijn."

De stem des doctors kwam nauwelijks tot het oor zijner metgezellen,
maar zij konden zijn kalm gelaat zien te midden der bliksemflitsen;
hij beschouwde de verschijnselen van phosphorieke verlichting,
voortgebracht door het Sint Elmus vuur, dat boven den luchtballon
zweefde. Deze draaide en dwarrelde, maar steeg steeds; na een
kwartier was hij boven de onweerswolken; de electrieke stroomen
ontwikkelden zich onder hem, even alsof een groote cirkel vuurwerk
aan het schuitje hing. Dit was een der schoonste schouwspelen,
die de natuur den mensch kan geven. Beneden het onweder, boven den
sterrenhemel, kalm en bedaard, met de maan, die hare vreedzame stralen
op de jagende wolken wierp. Doctor Ferguson raadpleegde den barometer,
hij wees 12000 voet hoogte aan. Het was elf uur 's avonds.--"Den hemel
zij dank, alle gevaar is voorbij," zeide hij, "het is nu voldoende,
dat wij ons op deze hoogte houden."--"Het was verschrikkelijk,"
antwoordde Kennedy.--"Goed," hernam Joe, "dit gaf een weinig variatie
aan de reis, en het spijt mij volstrekt niet een onweder van uit de
hoogte te hebben gezien, het is een fraai schouwspel."




XVII.

	Het Maangebergte.--Een oceaan van groen.--Men werpt het
	anker.--De olifant als stoomsleper.--Onderhouden vuur.--Dood
	van het dier.--De veldoven.--Maaltijd op het gras.--Een nacht
	op de aarde.


Des Maandags tegen vier uur des morgens kwam de zon boven den horizon;
de wolken verspreidden zich en een aangename wind verfrischte
den eersten morgenglans. De aarde verscheen weder voor de oogen
der reizigers. De ballon op de plaats omdraaiende, te midden der
tegenovergestelde luchtstroomen, was bijna niets afgeweken; de
doctor het gas temperende, deed hem eindelijk dalen om eene meer
noordelijke richting te krijgen. Lang zocht hij te vergeefs, de wind
sleepte den ballon naar het westen tot in het gezicht van het beroemde
Maangebergte, dat in een halven cirkel rondom het uiteinde van het meer
Tanganayika lag; deze bergketen weinig oneffen, teekende zich met eene
blauwachtige tint aan den horizon af; men zou gezegd hebben dat het
eene natuurlijke vesting was, onoverschrijdbaar voor de onderzoekers
van het midden van Afrika, en eenige alleen staande kegels droegen de
sporen van altijddurende sneeuw.--"Hier zijn wij nu," zeide de doctor,
"in een nooit doorzocht land; kapitein Burton is ver in het westen
gekomen, maar hij heeft deze befaamde bergen niet kunnen bereiken;
hij heeft zelfs hun bestaan ontkend, dat door Speke, zijn metgezel,
werd bevestigd; hij beweert dat zij ontstaan zijn in de verbeelding
van dezen laatsten; voor ons, mijne vrienden, is geen twijfel meer
mogelijk."--"Zullen wij er over trekken?" vroeg Kennedy.--"Neen,
als het God behaagt; ik hoop een gunstigen wind te vinden, die mij
naar den evenaar terugbrengt, ik zal zelfs wachten als dat noodig
is en ik zal met onzen ballon doen, even als met een schip dat het
anker uitwerpt bij tegenwind."

Maar wat de doctor voorzien had gebeurde weldra; na verschillende
hoogten te hebben beproefd, ging de Victoria noordwaarts op met eene
middelmatige snelheid.--"Wij zijn in de goede richting," zeide hij,
zijn kompas raadplegende, "en nauwelijks 200 voet van den grond af,
hetgeen alles gelukkig samenwerkt tot het onderzoeken dezer nieuwe
streken; toen kapitein Speke uitging op de ontdekking van het
meer Ukéréoué, ging hij meer oostwaarts, in eene rechte lijn boven
Kazeh."--"Zullen wij lang zoo gaan?" vroeg Kennedy.--"Misschien, ons
doel is een weinig naar den kant van de bronnen van den Nijl te gaan en
wij moeten meer dan 600 mijlen doorreizen tot aan de uiterste grenzen,
die de onderzoekers, uit het noorden gekomen, hebben bereikt."--"En
zullen wij geen voet op de aarde zetten?" vroeg Joe, "om de beenen een
weinig los te maken?"--"Zeker; wij moeten ook met onze levensmiddelen
spaarzaam zijn, en gij mijn beste Dick, zult ons verder nog van versch
vleesch voorzien."--"Zoodra gij wilt, Samuel!"--"Wij moeten ook onzen
voorraad water vernieuwen, wie weet of wij ook niet naar waterlooze
streken zullen gevoerd worden? Men kan niet te veel voorzorgen nemen."

Des middags bevond de ballon zich op 29° 15' lengte en 3° 15'
breedte. Hij ging over het dorp Uyofu, laatste noordelijke grens
van Unyamwezy, op de hoogte van het meer Ukéréoué, dat men nog
niet kon ontdekken. De volksstammen dicht bij den evenaar schijnen
een weinig beschaafder te zijn en worden door monarchen bestuurd,
wier despotismus onbeperkt is; het dichtsbewoond is het landschap
Karagwah. De drie reizigers besloten op de eerste gunstige plaats
op de aarde te dalen. Men moest langer stil houden en de luchtballon
zou zorgvuldig nagezien worden; de vlam van de gaspijp was gematigd;
de ankers buiten het schuitje hangende, sleepten weldra over het
gras eener uitgestrekte weide, die van zekere hoogte bekeken met eene
dunne graslaag bedekt scheen, maar die in werkelijkheid begroeid was,
met gras ter hoogte van zeven à acht voet dik. De Victoria raakte dit
gras aan zonder het te buigen, even als een reusachtige vlinder; geen
enkele plek waar het anker kon ingrijpen, het was als een onafgebroken
oceaan van groen. "Wij zullen aldus lang kunnen voortgaan," zeide
Kennedy, "ik zie geen boom, dien wij kunnen naderen, ik geloof dat
van de jacht niet veel zal komen."--"Wacht wat, mijn waarde Dick,
gij zoudt in dit gras, dat taaier is dan gij zelf, niet kunnen jagen;
wij zullen wel eene gunstige plaats vinden."

Het was in waarheid eene bekoorlijke wandeling, een ware vaart over
die zoo groene, bijna doorschijnende zee, met zachte golvingen,
door den wind veroorzaakt. Het schuitje rechtvaardigde zijn naam en
scheen de golven te doorklieven, met dit onderscheid dat soms eene
vlucht prachtig gekleurde vogels met vreugdekreten uit het gras te
voorschijn kwam; de ankers sleepten door dit meer van bloemen en
maakten eene vore, die achter hen sloot even als het kielzog van een
schip. Plotseling kreeg de ballon een hevigen schok, het anker was
zonder twijfel vastgeraakt in eene rotsspleet, die onder dit hooge
gras was verborgen.--"Wij zitten vast," zeide Joe.--"Welnu! werp de
ladder uit," antwoordde de jager.

Deze woorden waren nauwelijks geuit of een schorre kreet weergalmde
in de lucht, terwijl de reizigers het volgende, onsamenhangende
gesprek voerden.--"Wat is dat?"--"en vreemde kreet."--"Zie,
wij gaan voort!"--"Het anker is losgeraakt."--"Wel neen! het zit
altijd vast," zeide Joe, die het touw naar zich toehaalde.--"De
rots loopt."--Eene groote beweging had plaats in het gras, en
weldra verhief zich eene langwerpige gedaante daarboven.--"Eene
slang!" zeide Joe.--"Eene slang!" riep Kennedy uit, den haan
zijner karabijn overhalende.--"Neen!" zeide de doctor, "het is een
olifantsnuit."--"Een olifant, Samuel?" En Kennedy, dit zeggende,
schouderde zijn geweer.--"Wacht, Dick!"--"Zonder twijfel! Het dier
heeft ons op sleeptouw genomen."--"En wel naar den goeden kant."

De olifant ging met eene zekere snelheid voort en kwam weldra aan
eene opene plek, waar men hem geheel kon zien; aan zijne reusachtige
gestalte herkende de doctor een mannetje van een prachtig ras: hij
droeg twee witachtige slagtanden, die op eene bewonderenswaardige
wijze waren gebogen en acht voet lang waren, het anker zat daar
stevig tusschen.

Het dier beproefde te vergeefs zich met zijn snuit van het touw te
ontdoen, waarmede het aan het schuitje was vast gemaakt.--"Vooruit"
riep Joe uit, ten toppunt van vreugde, en zoo goed hij kon dit vreemde
span aanzettende. "Dit is weer eene nieuwe manier van reizen! Wij
doen het niet minder!--Een olifant als 't u blieft!" "Maar waarheen
voert hij ons?" vroeg Kennedy. Zijne karabijn brandde hem in de
hand.--"Hij voert ons waar wij heen willen mijn waarde Dick, een
weinig geduld!"--"Voorwaarts! Voorwaarts!" schreeuwde de verheugde Joe.

Het dier liep nu in snellen galop; het wierp zijn snuit rechts
en links, en door zijne sprongen gaf het hevige schokken aan het
schuitje. De doctor was met de bijl in de hand gereed het touw door
te snijden als het noodig was.--"Maar" zeide hij, "wij zullen ons
slechts op het laatste oogenblik van ons anker scheiden."

Deze tocht op sleeptouw van een olifant duurde bijna anderhalf uur;
het beest scheen in het minst niet vermoeid. Deze ontzaglijke
dikhuidige dieren kunnen verre wegen afleggen en van den eenen
dag op den anderen vindt men hen op groote afstanden, even als de
walvisschen, aan welke zij gelijk zijn in grootte en snelheid.--"Het
is een walvisch, dien wij geharpoend hebben," zeide Joe "en wij
bootsen slechts de bewegingen der walvischvaarders gedurende hunne
vangst na." Maar eene verandering in de gesteldheid van het terrein
verplichtte den doctor zijn middel van beweging te wijzigen. Een dik
bosch van camaldoren verscheen ten Noorden van het weiland op ongeveer
drie mijlen afstands, waardoor het noodig werd den ballon van zijn
sleeper te scheiden. Kennedy werd dus belast om den olifant in zijn
loop te stuiten; hij legde zijne karabijn aan, maar zijne stelling was
niet gunstig om het dier met goed gevolg te treffen; een eerste kogel
op den schedel gericht, sloeg plat als op een pantserplaat, het dier
scheen er niet door verontrust te zijn; op het geluid der losbranding
versnelde het zijn galop en zijne vaart was gelijk aan die van een
hollend paard.--"Duivels!" zeide Kennedy, "welk een harde kop!" zeide
Joe.--"Wij zullen eenige puntkogels boven op den schouder beproeven,"
hernam Dick, zijne karabijn zorgvuldig ladende, en hij gaf vuur. Het
dier stootte een verschrikkelijker! kreet uit, maar ging steeds
voort. "Laat ons zien," zeide Joe, zich met een der geweren wapenende,
"ik moet u helpen, mijnheer Dick, of er komt geen einde aan." En twee
kogels troffen de zijde van het dier. De olifant bleef stilstaan,
stak zijn snuit in de hoogte, maar hernam met alle snelheid zijn loop
naar het bosch, hij schudde zijn ontzaglijken kop en het bloed begon
bij stroomen uit zijne wonden te vloeien.--"Wij moeten voortgaan met
vuren mijnheer Dick."--"En met een goed onderhouden vuur," voegde de
jager er bij, "wij zijn geen 2000 meter meer van het bosch."

Nog tien geweerschoten knalden, de olifant deed een verschrikkelijken
sprong; het schuitje en de ballon kraakten, zoodat men dacht dat alles
gebroken was; de schok deed de bijl uit de handen des doctors op den
grond vallen. De toestand werd nu zorgwekkend; het ankertouw, dat
stevig vast zat, kon noch losgemaakt noch door de messen der reizigers
afgesneden worden, de ballon naderde snel het bosch, toen het dier
een kogel in het oog kreeg, op het oogenblik dat hij zijn kop ophief;
het bleef sidderend stil staan, zijne knieën zakten ineen en het gaf
zijne zijde aan den jager bloot.--"Een kogel in het hart," zeide deze,
voor de laatste maal zijne karabijn lossende. De olifant brulde in
zijn doodstrijd, hij richtte zich een oogenblik op terwijl hij zijn
snuit deed ronddraaien, vervolgens viel hij met zijne geheele zwaarte
op een zijner slagtanden, die afbrak. Hij was dood.--"Zijn slagtand is
gebroken!" riep Kennedy uit, "dit is een stuk ivoor dat in Engeland 35
guinjes [35] de 100 pond zou gelden."--"Zooveel!" zeide Joe, terwijl
hij zich langs het ankertouw op den grond liet zakken.--"Waarover
gevoelt gij spijt, mijn waarde Dick?" antwoordde doctor Ferguson. "Zijn
wij handelaars in ivoor of hier gekomen om fortuin te maken?"

Joe onderzocht het anker; het was stevig vastgehecht aan den slagtand,
die ongeschonden was gebleven. Samuel en Dick sprongen op den grond,
terwijl de luchtballon boven het lichaam van het dier zweefde.--"Welk
een prachtig beest!" riep Kennedy uit. "Ik heb in Indië geen olifant
van deze grootte gezien."--"Dat is geen wonder, Dick, de olifanten
van de binnenlanden van Afrika zijn de schoonste. De Andersons, de
Cummings hebben zoo dikwijls in de omstreken van de Kaap jacht op
hen gemaakt, dat zij naar den evenaar wijken, waar wij hen dikwijls
in talrijke troepen zullen ontmoeten."--"Onder de hand hoop ik
dezen eens te proeven! Ik verbind mij u een lekker maal te bezorgen
ten koste van dit dier. Mijnheer Kennedy gaat een paar uur jagen,
Mijnheer Samuel zal den ballon nazien en in dien tijd zal ik het eten
gereed maken."--"Dat is goed," antwoordde de doctor, "doe zoo als gij
goedvindt."--"Wat mij betreft," zeide de jager, "ik ga de twee uren
vrijheid besteden, die Joe mij heeft toegestaan."--"Ga mijn vriend,
maar bega geen onvoorzichtigheid. Verwijder u niet te ver."--"Wees
gerust." En Dick ging met zijn geweer het bosch in.

Toen begon Joe zich van zijne taak te kwijten. Hij maakte eerst in de
aarde een gat van twee voet diep en vulde het met droog hout, dat in
overvloed op den grond lag en afkomstig was van de openingen in het
bosch, gemaakt door de olifanten, waarvan men de sporen zag. Het gat
gevuld zijnde, legde hij daarboven op een twee voet hoogen brandstapel
en stak dien in brand. Vervolgens keerde hij naar het lichaam van den
olifant terug, dat nauwelijks op zestig voet afstand van die plaats
was gevallen, hij sneed er den snuit af, die aan het begin bijna twee
voet dik was, koos er het lekkerste gedeelte van en voegde er een der
pooten van het dier bij; dit zijn inderdaad de lekkerste stukken,
even als de bult van den bison, de poot van den beer en de kop van
het wilde zwijn. Toen de brandstapel van binnen en buiten geheel
verteerd was, was het gat, bevrijd van de asch en de kolen, zeer heet;
de stukken van den olifant, omringd door geurige bladeren, werden
op den bodem van dien geïmproviseerden oven gelegd en met heete asch
bedekt, vervolgens maakte Joe een tweeden brandstapel daarover heen,
en toen die verteerd was, was het vleesch gaar. Vervolgens haalde
Joe het uit het fornuis en legde het op groene bladeren en richtte
nu den maaltijd aan op een prachtig grasperk; hij bracht beschuiten,
brandewijn, koffie en putte versch water uit eene naburige beek. Dit
aldus aangerichte maal was inderdaad aanlokkelijk, en Joe dacht,
dat het met nog meer genoegen zou gegeten worden.--"Eene reis
zonder vermoeienis en zonder gevaar!" herhaalde hij, "een maal op
zijn tijd! altijd eene goede hangmat, wat kan men meer vergen? En die
mijnheer Kennedy wilde niet meegaan!" Van zijn kant onderzocht Ferguson
nauwkeurig den luchtballon. Hij scheen niets geleden te hebben, het
taf en de gutta percha hadden verwonderlijk goed weerstand geboden;
toen hij de tegenwoordige hoogte van den grond opnam en de stijgkracht
van den ballon berekende, zag hij met voldoening dat het waterstofgas
niet was verminderd; het omkleedsel bleef tot nu toe ondoordringbaar.

Het was slechts vijf dagen geleden dat de reizigers Zanzibar hadden
verlaten, van de pemmican was nog niets gebruikt, de voorraad beschuit
en verduurzaamd vleesch waren voldoende voor eene lange reis, men
moest dus slechts versch water innemen. De pijpen en de slang schenen
in goeden staat; door hunne geledingen van caoutchouc hadden zij
alle slingeringen van den luchtballon kunnen volgen. Het onderzoek
geëindigd zijnde, bracht de doctor zijne aanteekeningen in orde. Hij
maakte eene vrij goed uitgevallen schets van het omringende veld, met
het lange onafzienbare weiland, het bosch en den ballon onbeweeglijk
hangende boven het lichaam van den ontzettenden olifant. Na twee
uren kwam Kennedy terug met vette patrijzen en een dijstuk van een
oryx, eene soort van gemsbok, die tot de vlugste soort van antilopen
behoort. Joe belastte zich met eene grootere hoeveelheid voorraad
gereed te maken.--"Maar het eten is gereed," zeide hij met zijn
liefelijkst stemgeluid.--

De drie reizigers behoefden slechts op het grasperk te gaan zitten;
men vond de pooten en den snuit van den olifant zeer smakelijk;
men dronk op Engeland, zoo als altoos, en de geur van havanahsigaren
verspreidde zich voor het eerst in deze bekoorlijke streek. Kennedy
at, dronk en praatte voor vier, hij was verrukt en stelde in ernst
aan zijn vriend den doctor voor, zich in dit bosch neer te zetten,
er eene hut van bladeren te maken en de heerschappij der Afrikaansche
Robinsons te beginnen. Het voorstel had geen gevolg, hoewel Joe de
rol van Vrijdag voor zich had willen nemen. Het veld scheen zoo stil,
zoo verlaten, dat de doctor besloot den nacht op de aarde door te
brengen; Joe legde een kring van vuren aan, iets dat noodzakelijk was
tegen de wilde dieren; want de hyena's, jaguars en jakhalzen, gelokt
door het olifantenvleesch, slopen in den omtrek rond. Kennedy moest
herhaaldelijk zijne karabijn lossen op al te stoutmoedige bezoekers;
maar de nacht ging om zonder eenig onaangenaam voorval.




XVIII.

	Karagwah.--Het meer Ukéréoué.--Een nacht op een eiland.--De
	Evenaar.--Overtocht van het meer.--De watervallen.--Gezicht van
	het land.--De bronnen van den Nijl.--Het eiland Benga.--De
	handteekening van Andreas Debono.--Het Paviljoen met de
	wapenen van Engeland.


Des anderen daags ten vijf uur begonnen de toebereidselen tot
het vertrek. Joe brak met dezelfde bijl, die hij gelukkig had
teruggevonden, de slagtanden van den olifant. De Victoria sleepte de
reizigers naar het noord-oosten met eene snelheid van 18 mijlen.

De doctor had den vorigen avond zijn bestek gemaakt door middel van
de hoogste ster. Hij wist dat hij op 2° 40' Zuiderbreedte was, hij
trok talrijke dorpen over zonder zich te bekommeren over de kreten,
door zijne verschijning veroorzaakt, hij teekende den vorm der planten
op, hij stak de hellingen van den Rubemhé over, die bijna even stijl
waren als de toppen van den Ousagara en ontmoette later, te Tenga,
de eerste heuvels van den Karawah, die volgens hem noodzakelijk een
tak van het Maangebergte moet zijn. Maar de oude legende die van
deze bergen de bron van den Nijl maakt, kwam zeer na aan de waarheid,
dewijl zij grenzen aan het meer Ukéréoué, vermoedelijke vergaderplaats
der wateren van de groote rivier.

Van Kafuro, een groot district van inlandsche kooplieden, bemerkte hij
eindelijk aan den horizon dit zoo zeer gezochte meer, dat de kapitein
Speke den 3den Augustus 1858 zag. Samuel Ferguson voelde zich ontroerd;
hij bereikte bijna een der voornaamste punten van zijn onderzoek,
en met den verrekijker voor het oog, verloor hij geen enkelen hoek
van die geheimzinnige streek, die zijn blik aldus beschreef:

Onder hem een over het algemeen uitgemergeld land met nauwelijks eenige
bebouwde gleuven; de grond bedekt met kegels van eene middelmatige
grootte, werd vlak in de nabijheid van het meer; de gerstvelden
vervingen de rijstvelden; daar groeide de weegbree, waaruit de wijn
des lands wordt bereid en de "mwani," eene wilde plant, die tot koffie
dient. De vereeniging van een vijftal ronde hutten, bedekt met stroo,
vormde de hoofdstad van Karagwah.

Men bemerkte gemakkelijk de verbaasde gedaanten van een zeer schoon
ras, van een bruingele kleur. Vrouwen van een buitengewone dikte
sleepten zich voort door de plantages, en de doctor verwonderde
zijne metgezellen ten hoogste, toen hij hun verhaalde dat deze
zwaarlijvigheid, die op hoogen prijs wordt gesteld, verkregen wordt
door eene verplichte levensmanier, bestaande in het gebruik van
zure melk.

Des middags bevond zich de ballon op 1° 45' Zuider breedte, ten een uur
dreef de wind hem naar het meer. Dit meer is door kapitein Speke Nyanza
[36] Victoria genoemd. Op deze plaats mat hij 90 mijlen breedte; aan
het zuidelijk uiteinde vond de kapitein een groep eilanden, die hij
Archipel van Bengalen noemde. Hij zette zijn onderzoek tot Muanza, op
de Oostkust voort, waar hij door den Sultan goed werd ontvangen. Hij
maakte de triangulatie van dit gedeelte van het meer, maar kon geene
schuit krijgen om over te steken noch om het groote eiland Ukéréoué te
bezoeken. Dit eiland is reeds zeer volkrijk, wordt door drie Sultans
bestuurd en schijnt bij laag water slechts een schier-eiland.

De Victoria kwam meer noordelijk aan het meer, tot groote spijt van
den doctor, die liever de benedenste omtrekken had willen bepalen. De
oevers schenen bezet met doornachtige en verwarde struiken, die
letterlijk verdwenen onder millioenen lichtbruine muskieten; dit land
moest onbewoonbaar en onbewoond zijn; men zag troepen rivierpaarden
zich in het riet wentelen of de vlucht nemen onder de witachtige
wateren van het meer.

Dit meer, van boven gezien, bood naar het westen een zeer uitgestrekten
horizon, zoodat het wel eene zee scheen; de afstand tusschen de twee
oevers is groot genoeg dat er geene gemeenschap kan plaats hebben;
en er heerschen talrijke hevige stormen, want de winden woeden hevig
in die verheven en open kom.

De doctor had moeite om zich te richten, hij vreesde naar het oosten
te worden gevoerd, maar gelukkig dreef een luchtstroom hem recht naar
het noorden en des avonds ten zes uur bleef de Victoria stil op een
klein onbewoond eiland, op 0° 30' breedte en 32° 52' lengte op 20
mijlen van de kust.

De reizigers konden het anker aan een boom vasthechten, en daar de
wind tegen den avond bedaard was, bleven zij stil op hunne ankers. Men
kon er niet aan denken om op den grond te gaan; legioenen muskieten
bedekten hier, even als op de oevers van den Nyanza, den bodem met
eene dikke wolk. Joe zelfs kwam van den boom terug met steken bedekt,
maar hij werd niet boos, zoo natuurlijk vond hij dit van de muskieten.

De doctor echter, die er niet zoo over dacht, vierde zooveel
touw als hij kon, om aan die insecten te ontkomen, die met een
verontrustend gegons stegen. Hij bevond de hoogte van het meer
boven het oppervlak der zee, zooals kapitein Speke die bepaald had,
namelijk 3750 voet. "Hier zijn wij dan op een eiland," zeide Joe,
die zich vreeselijk krabde.--"Wij zouden het spoedig omgetrokken,
zijn," antwoordde de jager "en behalve die beminnelijke insecten
bemerkt men er geen levend wezen."--"De eilanden, die in het meer
liggen," antwoordde doctor Ferguson, "zijn om de waarheid te zeggen,
slechts toppen van verdronken heuvels, maar wij zijn gelukkig er
eene schuilplaats te hebben gevonden, want de oevers van het meer
worden door woeste stammen bewoond. Slaapt nu, dewijl de hemel
ons een rustigen nacht belooft."--"Zult gij niet hetzelfde doen,
Samuel?"--"Neen, ik zou geen oog kunnen sluiten, mijne gedachten zouden
mijn slaap verdrijven! Morgen, mijne vrienden, als de wind gunstig
is, zullen wij recht noordwaarts gaan en misschien de bronnen van den
Nijl, dat ondoordringbare geheim, ontdekken. Zoo dicht bij de bronnen
van de groote rivier zou ik niet kunnen slapen." Kennedy en Joe, die
niet zoozeer door wetenschappelijke gedachten werden beziggehouden,
vielen weldra onder de bewaking van den doctor in diepen slaap.

Des Woensdags den 23sten April des morgens ten 4 uur maakte de
Victoria zich gereed om te vertrekken bij donkere lucht; de nacht kon
moeielijk scheiden van de wateren van het meer, dat door een dikken
mist werd omringd, maar weldra dreef een hevige wind deze nevelen uit
elkander. De Victoria slingerde eenige minuten naar verschillende
kanten en ging toen recht noordwaarts. Doctor Ferguson klapte van
vreugd in de handen. "Wij zijn op den goeden weg," zeide hij. "Nu
of nooit zullen wij den Nijl zien, mijne vrienden! hier zullen wij
den evenaar passeeren, wij komen in ons halfrond."--"O!" zeide Joe,
"denkt gij, meester, dat de evenaar hier over heen gaat?"--"Ja,
mijn jongen!"--"Welnu, met uw verlof, het schijnt mij passend hem te
besproeien zonder tijd te verliezen."--"Neem een glas grog," antwoordde
de doctor lachende, "gij hebt eene manier om de wereldbeschrijving
op te vatten, die gansch niet gek is." Dus vierde men in den Victoria
het passeeren van de Linie.

Deze ging snel voort. Men bemerkte in het westen de lage en weinig
oneffen kust, verder op de hoogere vlakten van den Uganda en den
Usoga. De snelheid van den wind werd bijna 30 mijlen in het uur.

De wateren van den Nyanza, hevig beroerd, schuimden als de baren
eener zee. Aan zekere grondgolven, die langen tijd na de windstilte
schommelden, herkende de doctor, dat het meer eene groote diepten
moest hebben, men zag nauwelijks een of twee ruwe schuitjes gedurende
dien snellen overtocht. "Dit meer," zeide de doctor, "is door zijne
verhevene ligging blijkbaar de natuurlijke vergaarbak der rivieren
van Oostelijk Afrika; de hemel geeft het in regen weder wat hij in
dampen aan zijne uitvloeiende wateren ontneemt. Het komt mij zeker
voor, dat de Nijl zijn oorsprong hier moest hebben."--"Wij zullen
het wel zien," hernam Kennedy.

Omtrent negen uur naderde men de Westkust, welke verlaten en met
hout begroeid scheen; de wind sloeg een weinig om naar het oosten,
en men kon den anderen oever van het meer even zien. Deze kromde
zich en eindigde in een zeer stompen hoek, op ongeveer 2° 10'
Noorderbreedte. Aan dit uiteinde van den Nyanza staken hooge bergen
hunne naakte kruinen in de hoogte, maar tusschen hen verschafte eene
diepe en bochtige engte een doorgang aan eene schuimende rivier.

Terwijl hij zijn luchtballon bestuurde, onderzocht doctor Ferguson het
land met gretigen blik. "Ziet," zeide hij, "ziet, mijne vrienden! de
verhalen der oude Arabieren waren juist. Zij spraken van eene rivier
door welke het meer Ukéréoué zich in het noorden ontlastte, en deze
rivier bestaat, wij volgen haren loop en zij stroomt met eene snelheid,
die met de onze kan worden vergeleken! Het water, dat onder onze
voeten wegvloeit, gaat zich zekerlijk vereenigen met de golven der
Middellandsche zee! Het is de Nijl!"--"Het is de Nijl!" herhaalde
Kennedy, die in de verrukking van Samuel Ferguson deelde.--"Leve de
Nijl!" riep Joe uit.

Ontzaglijke rotsen verhinderden hier en daar den loop dezer
geheimzinnige rivier. Het water schuimde en vormde watervallen, die het
vermoeden des doctors bevestigden. Talrijke bergstroomen, schuimende
in hunnen val, ontsproten aan deze omringende bergen, het oog telde hen
bij honderden. Men zag uit den grond dunne stralen water te voorschijn
komen, die elkander kruisten, zich met elkander vereenigden, in
snelheid wedijverden en allen naar die rivier vloeiden.--"Ziedaar den
Nijl," herhaalde de doctor met overtuiging. "De oorsprong van zijn naam
even als de bron zijner wateren, heeft de geleerden hartstochtelijk
bezig gehouden; men heeft hem willen afleiden uit het Grieksch,
het Koptisch, het Sanskriet [37]; maar hieraan is weinig gelegen,
dewijl eindelijk het geheim van zijne bronnen ontdekt is."--"Maar,"
zeide de jager, "hoe kunnen wij ons verzekeren dat deze rivier en die,
welke de reizigers van het noorden hebben herkend, dezelfde is?"--"Wij
zullen zekere, onwederlegbare bewijzen hebben," antwoordde Ferguson,
"als de wind ons nog één uur gunstig blijft."

De bergen verwijderden zich van elkander en maakten plaats voor
talrijke dorpen en velden bezaaid met sesam, dourrah en suikerriet. De
stammen dezer streken toonden zich vijandig, zij schenen eerder tot
toorn dan tot aanbidding geneigd; zij hadden een voorgevoel van gevaren
en niet van goden. Het scheen dat men, naar de bronnen van den Nijl
gaande, hun iets kwam ontnemen. De Victoria moest buiten bereik der
musketten blijven.--"Hier te lande zal het moeielijk gaan," zeide de
Schot.--"Welnu," antwoordde Joe, "des te erger voor deze inlanders,
wij berooven hen van het genoegen met ons te spreken."--"Ik moet
echter dalen," antwoordde doctor Ferguson, "al was het maar voor
een kwartier. Zonder dat kan ik de resultaten van ons onderzoek niet
staven."--"Het is dus noodzakelijk, Samuel?"--"Ja, wij zullen dalen,
al moesten wij geweerschoten lossen."--"De zaak bevalt mij," antwoordde
Kennedy.--"Als gij wilt, meester," zeide Joe, die zich tot het gevecht
gereed maakte.--"Het zal de eerste maal niet wezen, dat men met de
wapens in de hand de wetenschap heeft beoefend; iets dergelijks is
een Fransch geleerde overkomen in de bergen van Spanje, toen hij den
aardschen meridiaan opnam."--"Wees gerust, Samuel; vertrouw op uwe
twee lijfwachten."--"Zijn wij er, mijnheer?"--"Nog niet. Wij gaan
zelfs stijgen om den juisten vorm van het land te herkennen."

Het waterstofgas zette zich uit, en in minder dan tien minuten zweefde
de Victoria op eene hoogte van 2500 voet. Vandaar onderscheidde men
een groot net van rivieren, die de stroom in zijne bedding opnam; er
kwamen meer van het westen, tusschen de talrijke heuvelen, te midden
van vruchtbare velden. "Wij zijn op geen 90 mijlen van Gondokoro,"
zeide de doctor, op zijne kaart wijzende "en op minder dan vijf
mijlen afstands van het punt, bereikt door de onderzoekers van het
noorden. Laat ons voorzichtig de aarde nadere

Showing first 200,000 characters. Full text: gutenberg.org/ebooks/19086